Trouw aan traditie maar geen purist

Allen Toussaint (1938-2015)

Grootmeester van de soul

Allen Toussaint overleed na een concert. Hij was altijd enthousiast en genereus.

Allen Toussaint in 2009 Foto: AFP/Skip Bolen/Getty Images for Blackbird Productions

Allen Toussaint, de legendarische grootmeester van de soul uit New Orleans, is maandagnacht op 77-jarige overleden na een concert in het Spaanse Bilbao. Een recital van Toussaint was zo dicht als een gewone sterveling kon komen bij de bezieling van Lee Dorsey, Irma Thomas, Benny Spellman en Aaron Neville, artiesten voor wie hij in de jaren zestig gezichtsbepalende hits componeerde en produceerde.

Zijn jeugdidool Professor Longhair inspireerde hem tot zijn swingende, rollende pianostijl. Ook de ‘Butterfly’-techniek van Ernest Penn was van grote invloed, met gespreide hand die bijna een hele octaaf besloeg. Zijn unieke funkgevoel ontleende Toussaint aan het ‘second line’ ritme van de begrafenisoptochten die hij in New Orleans voorbij zag komen. Songs schreef hij aan de piano, omringd door jonge sterren als Ernie K-Doe en Irma Thomas die niet konden wachten op vers repertoire.

Working in a Coal Mine en Holy Cow van Lee Dorsey, Mother in Law van Ernie K-Doe, Ruler of my Heart van Irma Thomas en Lipstick Traces (On a Cigarette) en Fortune Teller van Benny Spellman werden Toussaint-klassiekers gecoverd door de Rolling Stones, Otis Redding, The Hollies en The Yardbirds.

Toussaint werkte met Dr. John, The Meters, The Band, The Pointer Sisters, Paul McCartney, Elvis Costello en ontelbare anderen. Zijn soloalbum Southern Nights (1975) droeg bij aan de modernisering van de rhythm & bluessound van New Orleans. Het voor Lee Dorsey geschreven Everything I do gonh’ be funky werd succesvol gecoverd door jazzman Lee Donaldson, zoals zoveel van Toussaints composities inmiddels tot de standards van het soulrepertoire behoren.

In de jaren zeventig werd Allen Toussaint een veelgevraagd producer en arrangeur voor artiesten uit de rockwereld. Hij assisteerde The Band bij hun album Cahoots en schreef de blazersarrangementen voor de concerten die resulteerden in het livealbum Rock of Ages en de film The Last Waltz. De blue eyed soulzangers Boz Scaggs en Robert Palmer bouwden hun carrière op de invloed en de songs van Toussaint en ook Jesse Winchester en Frankie Miller maakten dankbaar gebruik van zijn diensten.

Voor Miller schreef Allen Toussaint het lied Shoorah Shoorah, in 1974 gecoverd door Betty Wright die er een van de eerste discohits mee scoorde. Toussaints betrokkenheid bij The Pointer Sisters begon met Yes We Can Can, oorspronkelijk vertolkt door Lee Dorsey en door de zusjes Pointer voorzien van een nieuwe jazzinjectie. Ook hun discohit Happiness kwam uit de koker van Toussaint.

Hoewel hij zijn leven lang trouw bleef aan de traditie en de muzikale wortels van New Orleans vond Allen Toussaint dat muziek niet in purisme mocht verzanden. In 1998 werd hij opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Zijn sixtiesklassiekers werden in de jaren tachtig en negentig veelvuldig gesampled door hiphopartiesten.

In 2005 verwoestte orkaan Katrina zijn huis, compleet met instrumenten, muziekarchief en gouden platen. Op de bovenverdieping restte hem alleen nog een bed en een synthesizer. „Ik slaap wel als ik dood ben”, zei Toussaint over zijn nieuwgewonnen enthousiasme om te toeren en voor publiek te spelen, aan de piano waar hij songs uit zijn rijke catalogus van mooie verhalen voorzag. Afgelopen juni speelde hij nog in de Amsterdamse North Sea Jazz Club, waar hij als altijd een fan op het podium haalde om quatre mains te spelen. Allen Toussaint gaf zijn meesterschap graag door aan anderen.