Schmidt was crisismanager in de spannendste jaren van de Bondsrepubliek

Na de vrolijke korte jaren zestig volgden in Duitsland al snel de lange jaren zeventig waarin politiek geweld domineerde.

Duitsland stond ooit in de beklaagdenbank van het Russell-tribunaal, een informele rechtbank opgezet door de filosofen Bertrand Russell en Jean-Paul Sartre, oorspronkelijk om de Amerikaanse oorlogsmisdaden in Vietnam te veroordelen. Tussen 1977 en 1979 boog een derde Russell-tribunaal zich over de mensenrechten in Duitsland.

In Duitsland? Jazeker. Maar niet in heel Duitsland. Het tribunaal bekommerde zich alleen om de westerse, democratisch-kapitalistische Bondsrepubliek. Mensenrechtenschendingen in de DDR in het oosten, onder supervisie van de Sovjet-Unie, kwamen niet aan bod.

Het was het Duitsland van het Wirtschaftswunder, van de moeizame en soms halfslachtige denazificatie, van de Ostpolitik van sociaal-democraten als Willy Brandt in het verdachtenbankje. De DDR, die na de oorlog economisch was leeggezogen door de Sovjet-Unie en waar zelfs geen begin was gemaakt met reflectie op het nazisme, omdat de ‘boeren- en arbeidersstaat’ per definitie het ‘goede’ Duitsland vertegenwoordigde, ging vrijuit.

1977 was het spannendste jaar in de geschiedenis van de nog geen dertig jaar oude Bondsrepubliek. Het land was in de ban van het geweld van de Rote Armee Fraktion (RAF), de linkse ‘stadsguerrilla’ die dat jaar drie prominente vertegenwoordigers van het establishment hadden vermoord: procureur-generaal Siegfried Buback, bankier Jürgen Ponto en werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, die aanvankelijk werd ontvoerd om de vrijlating van de RAF-oprichters Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe uit de gevangenis af te dwingen.

1977 was de culminatie van de ‘lange jaren zeventig’, het politieke en gewelddadige decennium dat volgde op de ‘korte jaren zestig’ met hun ludieke acties en flowerpower. Nergens in Europa drongen die jaren zo diep door als in Duitsland. In West-Duitsland begonnen ze in 1967, toen een student door de politie werd doodgeschoten bij een demonstratie tegen het bezoek van de sjah van Perzië aan West-Berlijn. De harde periode eindigde rond 1982, toen de binnenlandse politieke tegenstellingen ondergeschikt werden aan de mondiale wapenwedloop tussen NAVO en Warschaupact.

Intussen was het klimaat in Duitsland stapsgewijs verziekt. Het kanselierschap van Willy Brandt, die in 1969 een einde maakte aan twintig jaar conservatieve dominantie van de christen-democraten, was voor de steeds massaler studerende en ook linkser wordende jeugd een teleurstelling.

Een kleine groep ging het gewelddadige pad op. Brandstichting bij warenhuizen in Frankfurt mondde uit in de RAF. De regering probeerde de angel eruit te halen met speciale bevoegdheden voor de staat. De politie kreeg meer armslag om kringen van ‘sympathisanten’ uit te kammen. Zo mochten onderwijzers al worden ontslagen als ze zich communistisch uitlieten. Dat sterkte de radicalen in hun overtuiging dat de Bondsrepubliek niet zo democratisch was.

Een groter deel radicaliseerde geweldloos. Het universitaire onderwijs diende te worden gedemocratiseerd ten koste van de status van de elitaire professorenkaste. De kritiek op een ongebreidelde economische groei zwol aan. Het moderne idee dat kernenergie de plaats van kolen en olie moest innemen – actueel door de oliecrisis van 1973-’74 – werd eveneens afgekeurd. De klassieke psychiatrie werd verworpen. De alternatieve antipsychiatrie wilde de gekke mens als normaal diagnosticeren. Terwijl de Koude Oorlog door de detente wat aan intensiteit inboette, werd ook de NAVO niet meer omarmd als bescherming tegen de Sovjet-Unie, maar afgewezen als een steunpilaar voor de oorlog in Vietnam en de fascistische dictaturen in Spanje, Griekenland en Portugal, de laatste twee nota bene lidstaten van de alliantie.

In die vijftien jaar van de lange jaren zeventig voelden de traditionele sociaal-democraten in Europa zich links en rechts door de tijd ingehaald. Duitsland werd niettemin bijna al die jaren geleid door de SPD. Van 1969 tot 1982 waren Willy Brandt en Helmut Schmidt er bondskanselier. In Nederland lukte dat de PvdA maar vier jaar: Joop den Uyl tussen 1973 en 1977. Dat was toen en is nog steeds opmerkelijk.