Rechter: geheime dienst MIVD liet spion in de steek

Spion Ibrahim A. was in Kabul steevast bewapend met twee Smith & Wessons en een kalasjnikov.

Het ministerie van Defensie heeft geheim agent Ibrahim A. in 2007 ten onrechte laten vallen. Volgens de Haagse rechtbank heeft de militaire inlichtingendienst MIVD zijn zorgplicht ten opzichte van de spion in Afghanistan – codenaam: de Windhond – geschonden.

Dat staat in een vandaag gepubliceerd tussenvonnis in de procedure die A. heeft aangespannen tegen de Nederlandse staat. Daarin eist de zakenman dat de staat erkent dat hij als geheim agent heeft gewerkt in het roerige Kabul in de jaren 2006 en 2007. Ook wil hij een schadevergoeding omdat hij zijn volledige zakelijke netwerk in Afghanistan is kwijtgeraakt nadat de MIVD hem had laten vallen.

De erkenning voor zijn werk als spion is er nu. De rechtbank schrijft dat „de zakenman destijds feitelijk heeft gefunctioneerd als informant en agent voor de MIVD” en dat „de MIVD de relatie met de zakenman in 2007 heeft beëindigd zonder de hier vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen.” Over de omvang van de schade doet de rechtbank geen uitspraak; die moet de komende maanden worden bepaald.

Opvallend is dat de MIVD de afgelopen jaren bij herhaling zei dat de zakenman geen spion was geweest, en hem wegzette als een opportunistische vrijbuiter, die „telkens weer feiten verdraaide”.

Dat er nu duidelijkheid is over de werkzaamheden van A. in Afghanistan is het gevolg van een slepende procedure, waarin diverse MIVD’ers en voormalige geheim agenten – deels achter gesloten deuren – verklaringen hebben afgelegd over de operaties van de geheime dienst in Afghanistan.

Het tussenvonnis is pijnlijk voor voormalig MIVD-directeur Pieter Cobelens, destijds verantwoordelijk voor de operatie in Afghanistan. Cobelens verzuimde volgens de rechtbank een teruggeroepen geheim agent te laten debriefen over diens werk in Afghanistan.

Ibrahim A. verrichtte een belangrijk deel van zijn spionnenwerk in opdracht van deze geheim agent, en viel vervolgens tussen wal en schip. In Kabul was zijn positie onhoudbaar geworden door een gebrek aan steun vanuit de MIVD, terwijl op het hoofdkantoor in Den Haag zijn rol onvoldoende helder was. Na een serie bedreigingen in Afghanistan keerde hij berooid en angstig terug naar Nederland, waar hij zelfs tijdelijk in de daklozenopvang verbleef.

'Nog steeds boos'

Uit onderzoek van deze krant bleek eerder dit jaar dat Defensie een riante afvloeiingsregeling had getroffen met twee MIVD-medewerkers die bij de zaak betrokken waren, op voorwaarde dat zij zouden zwijgen over hun werkzaamheden in Afghanistan en het Midden-Oosten. Het gaat om de man die ten onrechte niet gedebriefd werd en een directe collega. Deze geheim agenten, die nu rond de vijftig zijn, krijgen tot hun pensionering hun salaris volledig doorbetaald zonder dat zij nog hoeven te werken voor Defensie. Ook zijn zij bevorderd.

Ibrahim A., die in het buitenland woont, laat telefonisch weten gemengde gevoelens te hebben over het tussenvonnis.

„Natuurlijk ben ik heel blij dat de rechtbank mijn werk in Afghanistan heeft erkend. Maar ik ben ook nog steeds boos. De MIVD gaat tot op de dag van vandaag zeer onzorgvuldig om met een zeer precaire zaak, waarbij mensenlevens op het spel staan. Dat druist in tegen alles waar een geheime dienst voor zou moeten staan.”

Lees ook: Onze man in Kabul