Column

Nooit meer enquêtes

In de fietsstalling van het Centraal Station in Amsterdam stond een vriendelijke mevrouw van middelbare leeftijd, die de fietsers moest verleiden tot het ter plekke invullen van een enquêteformulier. Bijna niemand wilde, ik ook niet.

We mompelden dat we haast hadden en stoven op de fietsrekken af. Eén jongen was zo aardig om zich mee te laten tronen naar een schrijftafeltje. Je kon aan zijn moedeloos neerhangende schouders zien dat hij het vooral deed uit medelijden met die mevrouw, die ook zijn moeder had kunnen zijn. Ik zie vaker dergelijke mevrouwen dit soort ondankbare werk doen, laatst nog in de supermarkt waar zo iemand in een gangpad „kaasblokjes om te proeven” stond uit te venten. Wie dan weigert, met een vol karretje voor zich, heeft een hart van cement.

„Het is zo gepiept”, zei de mevrouw tegen de jongen, maar toen ik de stalling verliet zat hij nog steeds ijverig te schrijven. Zo gaat het meestal. Je wilt iemand helpen, maar de straf is onbarmhartig.

Waar lag bij mij het omslagpunt inzake het invullen van enquêteformulieren? Ik vermoed in de trein. Daar komt met enige regelmaat een vage figuur langs, die ik eerst voor een conducteur aanzie, maar dan een enquêteur blijkt te zijn. Of je maar even je recente treingebruik wilt inventariseren. Ik heb het een paar keer gedaan, in de potsierlijke hoop dat het enig effect zou hebben. Nee natuurlijk.

Daar zijn enquêtes helemaal niet voor. Enquêtes zijn een vorm van werkverschaffing. Voor de bedenkers van de vragen, de uitdelers van de formulieren en, last but not least, de initiatiefnemers die pretenderen dat ze het voor hun beleidsbepaling nodig hebben. Niets is minder waar: de initiatiefnemer kiest uitsluitend die uitkomsten die zijn beleidsplannen ondersteunen.

Toen dat besef zich aan mij opdrong, hield ik op met het invullen van enquêteformulieren. Ik kan het iedereen aanraden, het scheelt een hoop tijd en frustratie. Enquêtes zijn er tegenwoordig op elk gebied. Gij zult invullen – niet alleen de loodgieter die net je wc ontstopt heeft, verzoekt het, maar ook de kno-arts die een halfuurtje losjes aan je luchtpijp heeft gemorreld.

Het meest recente verzoek kreeg ik van de gemeente Amsterdam. „In het belang van een goed arbeidsmarktbeleid willen wij u vragen uw medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de Amsterdamse arbeidsmarkt. (…) Er zijn geheel willekeurig een aantal Amsterdammers tussen de 15 en 75 jaar geselecteerd. Het toeval wil dat u één van de geselecteerde personen bent.”

Liever had ik me uitverkoren gevoeld, maar het was maar een toeval. Daar valt nog mee te leven, maar niet met al die vragen over mijn opleiding, stageplek, beroep, duur van de werkweek, netto-inkomen, samenstelling van huishouden, onbetaald werk etcetera. En als je alles braaf hebt ingevuld, valt deze bijl: „De volgende vragen gaan over uw partner. Door u enkele vragen te stellen over de arbeidsmarktpositie van uw partner, hoeven wij minder mensen een enquête toe te sturen.”

Hoe bedrieglijk: de enquêteur die een streven naar efficiëntie suggereert.

Ik wil nog maar één enquête: die naar het werk en de doelstellingen van de enquêteur. Het wordt een oeverloze, door mij persoonlijk samen te stellen vragenlijst waar de enquêteur dágen werk aan heeft. Ik zal het formulier laten bezorgen door een vriendelijke mevrouw van middelbare leeftijd.