Naar de film voor de muziek

Het gebeurt weleens dat een bioscoopzaal wat langzamer leegstroomt, maar dit was anders. Iedereen bleef zitten, alsof de film niet was afgelopen. Ook toen de aftiteling voorbij was, kwam de zaal niet in beweging, alsof we aan onze stoel zaten getapet.

Het gebeurde toen ik vorige week naar Youth ging, de nieuwe film van Paolo Sorrentino, de regisseur die eerder La grande bellezza maakte. Waarom bleef iedereen plakken? Ik denk niet dat het lag aan de sterke monoloog van Rachel Weisz. Het zal niet de niet onvoorspelbare plotwending zijn geweest. Het was de muziek.

Voor wie nog niets over de film gehoord heeft: Youth gaat over twee bevriende oudere mannen. De één is filmregisseur en wil nog één keer een goede film maken (dat lukt niet zo), de ander is een dirigent/componist in ruste die gefrustreerd is over het feit dat hij steeds aan één van zijn werken wordt herinnerd: de ‘Simple Songs’ die hij voor zijn vrouw heeft geschreven. Hij weigert dan ook als hij wordt gevraagd om zijn ‘Simple Songs’ voor het Britse koningshuis te dirigeren.

In de laatste scène wordt een van die ‘Simple Songs’ uitgevoerd. Het is een grap, een kitscherig lied met dichtgeplamuurde strijkersbegeleiding. Het contrast met de spannende muziek die in de aftiteling klinkt kan niet groter, waardoor het slot nog meer indruk maakt. ‘Just (after song of songs)’ heet dat stuk. Drie vrouwenstemmen, zacht slagwerk in uitersten van hoog en laag, een altviool, een cello op de achtergrond – dat is alles.

Beide stukken zijn geschreven door de veelzijdige Amerikaanse componist David Lang (1957), die zijn titels zonder hoofdletters schrijft omdat hij „de verwachting dat kunstenaars geniaal zijn wil omzeilen”, zei hij vorig jaar tegen NRC. Zijn muziek is altijd toegankelijk, maar nooit triviaal – of het is opzettelijk, zoals in die ‘Simple Song’. De treffendste quote uit het interview dat Floris Don met hem maakte: „Ik wil geen muziek schrijven waarbij ik zeg: dit is het moment waarop ik je aan het huilen probeer te maken.”

Dat is precies waarom Langs muziek zo’n verademing is. Het vocabulaire van de meeste filmmuziekcomponisten is helaas beperkt. Steeds hoor je diezelfde akkoordenprogressies. Ze weten wat werkt en deinzen er niet voor terug die clichés eindeloos toe te passen. Maar David Lang grijpt je met iets wat – als het al ergens op lijkt – het dichtst in de buurt komt van Arvo Pärt, vooral door die lange altvioollijn. Elke ‘just’ die wordt gezongen voelt als een vraag die pas na een tijd beantwoord wordt. Het zijn de rusten, de herhaling, de subtiele variaties en toevoegingen die dit tot zo’n aangrijpend stuk maken. Ga die film zien. Al is het maar voor de soundtrack.