Leven lang op de bres tegen het kwaad in de wereld

Filosoof verontwaardiging

In 1968 ging de zoon van Joodse migranten barricades op tegen de elite. Hij was een volhardend pleitbezorger voor ingrijpen bij ellende.

Hij was een van de gezichten van mei 1968. Maar gevraagd naar hoe hij bij de Parijse studentenopstand betrokken raakte, gaf de maandagnacht op 78-jarige leeftijd overleden André Glucksmann steevast hetzelfde antwoord: vanwege een mooi meisje. Zijn latere vrouw Françoise zei dat ze hem zou verlaten als hij niet met haar de barricaden op ging. Zijn keus was weinig principieel of ideologisch.

Hij was met zijn dertig jaar bovendien ouder dan veel andere revolutionairen die zich tegen de heersende Franse politiek keerden. De zoon van Joodse immigrantenouders uit Oost-Europa die in 1933 naar Frankrijk waren uitgeweken, was in 1961 al afgestudeerd als filosoof. Hij verkeerde in communistische kringen, maar was eind jaren zestig aan de Sorbonne assistent geworden van de niet erg links angehauchte socioloog en filosoof Raymond Aron. Onder zijn vleugels had hij zijn Le discours de la guerre (1967) gepubliceerd, over nucleaire afschrikking in het licht van Vietnam. Een korte periode als maoïst, begin jaren zeventig, gaf hem vervolgens genoeg munitie een leven lang luis in de pels van Frans links te zijn, schreef de uit de 68-beweging voortgekomen krant Libération in 2007 bozig.

Wat hem naar eigen zeggen de ogen had geopend, was Solzjenitsyns Goelag Archipel, in 1973 in het Westen verschenen. In La cuisinière et le mangeur d’hommes (1975) betoogt Glucksmann dat het marxisme onvermijdelijk tot totalitarisme leidt.

Inmiddels stond hij met onder meer Bernard-Henri Lévy bekend als ‘nieuwe filosoof’. Behalve hun fixatie op het kwaad in de politiek hadden ze gemeen dat ze de filosofie tot een publieke zaak maakten. Dat leidde in 1979 tot een bezoek aan het Élysée, in een poging bootvluchtelingen uit Vietnam op te nemen. Glucksmann nam onder anderen zijn leermeester Aron en Jean-Paul Sartre mee, maar die twee zeiden volgens de reconstructies weinig. Toen Glucksmann sprak over een „Auschwitz liquide”, een vloeibaar Auschwitz, ging president Giscard d’Estaing overstag.

Ook later bleef hij interventie bepleiten: voormalig Joegoslavië, Tsjetsjenië, Libië en recent nog Syrië volgden. Meer dan om zijn ideeën werd hij zo bekend als ‘filosoof van de verontwaardiging’, kopte Le Monde.

In 2003 keerde hij zich tegen de volgens hem slappe houding van Chirac, die weigerde de VS te steunen in Irak. De rechtse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy was volgens hem een man die kon breken met die geschiedenis en als waar atlanticus en interventionist een veiliger wereld voorstond. Volgens vriend Daniel Cohn-Bendit was Sarkozy voor Glucksmann een „voortzetting van mei 1968”, iemand die brak met de gezapigheid.

Maar met Glucksmann in de zaal keerde diezelfde Sarkozy zich in de campagne van 2007 fel tegen de erfenis van de soixante-huitards, die met hun losse moraal de samenleving hadden ontwricht. „Daar moest ik om lachen”, zei hij er later over. De echte breuk kwam in 2009, toen Sarkozy toenadering zocht tot de Russische president Poetin: voor Glucksmann het nieuwe gezicht van het kwaad in de wereld.