Kantonrechter: verkeersboetes waren jarenlang te hoog

De staat wilde te veel, vindt de rechter. Een automobilist krijgt nu 9 euro boete terug. Meer gevolgen zijn er nog niet.

De Nederlandse overheid heeft jarenlang te hoge boetes geïnd voor verkeersovertredingen. Dat heeft de kantonrechter in Arnhem bepaald in een zaak waarin een man zijn snelheidsboete van 32 euro aanvocht. De man vond dit bedrag te veel voor een snelheidsovertreding van 5 kilometer per uur. Dat was de kantonrechter met hem eens.

Volgens de rechter heeft de overheid het boetebedrag te veel verhoogd, om haar kas te spekken. Het is, stelt de rechter, „gebruikelijk” dat boetes jaarlijks stijgen om de inflatie te corrigeren. Maar in de jaren 2008, 2011 en 2012 stegen de boetes harder dan de inflatie. Dat vindt de kantonrechter in strijd met de Wet Mulder, waarin de verkeersboetes zijn geregeld. De rechter sommeert de staat de man die de zaak aanspande 9 euro terug te betalen.

De uitspraak betekent niet dat iedere burger die het niet eens is met de hoogte van zijn boete geld terugkrijgt. Een uitspraak van de kantonrechter heeft pas gevolgen voor andere zaken als deze in hoger beroep wordt bekrachtigd. En omdat het boetebedrag zó laag is, kan de zaak niet in hoger beroep worden behandeld. Daar geldt een ondergrens van 70 euro. In toekomstige rechtszaken over verkeersboetes hoeft het oordeel van de Arnhemse kantonrechter dus niet te worden gevolgd.

Ook het Openbaar Ministerie (OM) verwacht niet dat de uitspraak gevolgen heeft voor andere zaken. Het wijst erop dat de minister van Veiligheid en Justitie over de hoogte van de verkeersboetes gaat. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit eerder vastgesteld. Alleen in bijzondere omstandigheden mag de kantonrechter in individuele zaken het boetebedrag matigen, bepaalde de hogere rechter.

Het OM overweegt in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de Arnhemse kantonrechter. Hierbij wordt de zaak voorgelegd aan de Hoge Raad.