‘Ik moet steeds zeggen: geen geld’

234 wethouders van Financiën slaan alarm over het geld dat ze van het Rijk krijgen. Het is elk jaar te weinig. Voor de bijstand, de jeugdzorg. „Het is krom.”

Het klópt gewoon niet, zegt Jan de Laat, wethouder Financiën in Gouda. Elk jaar weer krijgt hij van het Rijk te weinig geld voor het uitkeren van de bijstand. Gouda kan toch moeilijk sommige mensen géén bijstandsuitkering meer geven? En afgelopen mei deed het Rijk ineens, zegt De Laat, „een greep in de kas”. Boem, 2 miljoen euro eraf voor de begroting van het lopende jaar. „Je staat met je rug tegen de muur. Want de gemeenteraad zegt: wethouder, u heeft het niet onder controle.”

De Laat ging eens rondbellen. Met collega-wethouders Financiën, in elke provincie één. Speelt dit bij jullie ook? Ja, was het antwoord. De collega’s belden ook rond, en eind augustus had De Laat zo’n zeventig man bijeen in de Goudse raadszaal. Stoom afblazen, overleggen. Inmiddels hebben zich 234 wethouders bij zijn initiatief aangesloten, net als de grote gemeenten (G4, G32) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Vandaag overhandigen ze hun kritiek, „hard en opbouwend”, per brief aan kabinet en Kamer.

U hekelt de onvoorspelbaarheid van het Rijk: ineens een paar miljoen minder. Is zoiets niet van alle tijden?

„Het Rijk is significant minder voorspelbaar geworden. De bedragen die het overmaakt, zijn ook groter, door de decentralisatie van de zorg. Grilligheid komt dus harder aan. Alle wethouders ergeren zich aan die onvoorspelbaarheid. Er zijn inmiddels gemeenten die in hun begroting het Rijk noemen als risicofactor nummer één.”

Hoe verklaart u die grilligheid?

„Als het Rijk meer uitgeeft, krijgen wij ook meer geld in het gemeentefonds. Vorig jaar had het Rijk nog geen nieuwe cao met zijn ambtenaren en ging dus minder uitgeven dan gepland. Daardoor kregen wij als gemeenten ook minder, terwijl wij de cao al wél rond hadden. Dat is gek. Los daarvan: het Rijk werkt met rekenmodellen om het geld onder de 393 gemeenten te verdelen. Maar die zijn zo complex dat de uitkomst onvoorspelbaar is.”

Je zou zeggen dat over die verdeelmodellen zorgvuldig is nagedacht.

„Dat betekent nog niet dat ze kloppen. Stel, je zonnebril wordt gestolen en je belt je verzekeraar. Die zegt: ‘Volgens ons verdeelmodel zijn er in uw gemeente al genoeg zonnebrillen vergoed. Dus die van u vergoeden we niet.’ Dat is raar. Statistisch heeft die verzekeringsmaatschappij wellicht gelijk, maar toch is het onredelijk. Die modellen baseren zich op theoretische aannames, niet op de realiteit.”

Het Rijk stapelt de ene bezuiniging op de andere, schrijft u. Maar de gemeenten meenden stellig dat ze jeugdzorg en zorg aan huis goedkoper konden leveren.

„Die filosofie deugt. Sta je dichter bij de burger, dan wip je zo even langs en kun je diens noden beter beoordelen. Dat kan leiden tot op maat gesneden, goedkopere zorg. Maar je moet een verantwoorde overgangstijd hebben. Nu is alleen 2015 zo’n overgangsjaar, met ongeveer gelijke budgetten voor de bestaande jeugdzorg.”

Eén jaar is te kort?

„Veel te kort om de zorg te vernieuwen. Volgend jaar moeten we, in Gouda, op jeugdzorg 20 procent bezuinigen. Gaan jeugdzorginstellingen akkoord met zo’n drastisch lager tarief? Ik moet het zien. De vraag is ook of het fair is. Dan moeten zij zorg leveren waarvoor niet wordt betaald. Het wringt gewoon.”

Op jeugdzorg is de bezuiniging in uw gemeente het gortigst?

„Vind ik wel. Als kind ben je al afhankelijk. Dan heb je ook nog een aandoening. Je ouders of broer of zus vaak ook. En dan geven wij als gemeente niet thuis. We doen er van alles aan om dat te voorkomen, maar met deze kortingen moet ik tegen de wethouder jeugdzorg zeggen: het geld is er niet. Koop de zorg maar voor minder in. En dan roept de Kinderombudsman: gemeenten letten alleen maar op het geld. Waarna staatssecretaris Van Rijn [Zorg, PvdA] boos wordt op gemeenten. Het is krom.”

De relatie met het Rijk is niet gelijkwaardig?

„Het Rijk kan doen wat het wil. Neem die opschalingskorting: er is 1 miljard aan bezuiniging ingeboekt voor fusies die nooit zullen plaatsvinden. Je doet er niets tegen als gemeente. Je bent als een kind dat minder zakgeld krijgt.”

Hoe moet het beter?

„We moeten dit land samen besturen. Dat moet op basis van vertrouwen. Den Haag schrijft nu de regels voor zonder zorgvuldig naar ons te luisteren. Daar spreekt wantrouwen uit en afstandelijkheid.”

Heeft u een concreet voorstel?

„Die verdeelmodellen kunnen simpeler. Je kunt best op basis van historische informatie inschatten wat een gemeente écht nodig heeft. Wat is de lokale realiteit? Geef dan vijf rijksambtenaren de dagtaak om het financiële beheer van gemeenten te volgen. Is een gemeente onverantwoord bezig? Geef dan gerust een aanwijzing.”

Bent u boos?

„Dat zijn we allemaal. Dat zoveel wethouders van Financiën protesteren onvermijdelijk vinden, zegt genoeg. Het Rijk voert beleid en neemt maatregelen die gewoon niet goed zijn. Onderken dat, verander koers, en ga op een goede manier samen verder.”