Hoezo start-ups? Let eens op bedrijven die echt groeien

Snelgroeiende bedrijven dragen economisch meer bij dan al die start-ups, volgens onderzoek van Erasmus Universiteit.

Foto iStock

Start-ups zijn hip, ook onder beleidsmakers. Maar uit onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat het overheidsbeleid zich beter kan richten op bedrijven die snel groeien dan op starters in het algemeen. Het gaat bijvoorbeeld om het fiscaal aantrekkelijker te maken om in dit soort bedrijven te investeren, of zelfs het aansporen van pensioenfondsen om er meer geld in te steken.  

In totaal 2.800 snelgroeiende bedrijven hebben in een periode van drie jaar 70.000 banen gecreëerd. „Ze zijn daarmee de ruggegraat van onze economie”, zegt hoogleraar ondernemerschap Justin Jansen, die het onderzoek leidde.  

Een bedrijf telt als snelgroeiend als het over een periode van drie jaar minstens 20 procent omzetgroei per jaar laat zien, en als het ten minste tien medewerkers heeft. Dat is een definitie van rijkelandenclub OESO. Lang niet alle start-ups groeien hard en bij de snelgroeiende bedrijven zitten ook ondernemingen die al zo lang actief zijn dat ze met goed fatsoen geen beginner meer kunnen worden genoemd. Bekende voorbeelden zijn hotelboekingssite Booking.com en betaaldienstverlener Adyen.

De onderzoekers signaleren dat er veel aandacht is geweest voor het stimuleren van starters in Nederland, mede door initiatieven als StartupDelta, een belangenclub voor beginnende technologiebedrijven. „Maar puur het opstarten van een bedrijf is iets heel anders dan daadwerkelijk groeien.”

Aantal daalt alarmerend

Nederland scoort in vergelijking met andere Europese landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, volgens het onderzoek bovengemiddeld goed als het gaat om het percentage snelle groeiers. Toch daalt hun aantal hard. Het percentage snelgroeiende bedrijven in Nederland is de afgelopen zeven jaar met de helft kleiner geworden: van 11 procent tot 5,4 procent.

„Alarmerend”, vindt Jansen. „Om de voorsprong te behouden zullen we ons meer moeten richten op het stimuleren en faciliteren van snelgroeiende bedrijven.” Volgens hem ontbreekt het deze ondernemers vaak aan investeringen en goed personeel. „Ze vallen nu vaak tussen wal en schip: er is veel beleid voor start-ups en beleid voor bestaande topsectoren. Maar die regelingen zijn vaak niet geschikt voor bedrijven die daar tussenin zitten, terwijl die dus wel zorgen voor de banengroei.”