Gezocht: truckers met diesel in hun bloed

Er is een groot tekort aan vrachtwagenchauffeurs. Dat moet worden opgevuld door mensen te laten omscholen. Een dag mee op de vrachtwagen van trucker Gino (20). „Je komt overal, je ziet van alles, de week vliegt voorbij.”

‘Gas op die lolly, terug naar Wolluk”. Gino van Oosterhout (20) stuurt zijn DAF XF 105 van het bedrijventerrein in Ochten waar hij net 35 pallets met fruitdrankjes heeft ingeladen. Het is vijf uur ’s middags, over een half uurtje is hij weer bij de koelhal van zijn werkgever Kivits Drunen in Waalwijk, of zoals Gino dus zegt: Wolluk. Wanneer hij klaar is, heeft hij er twaalf uur werk op zitten. Hij staat ’s ochtends op om vijf uur, doet een ‘bakske koffie’ en gaat om zes uur aan het werk.

Voor zijn werkgever rijdt hij door Nederland, België en een klein stukje Duitsland met vooral fruit in gekoelde trucks. Van Oosterhout maakt vier dagen van twaalf of dertien uur. „Soms 63 uur in vijf dagen.” Als hij thuiskomt gaat hij eten en dan snel naar bed. Na vandaag werkt Van Oosterhout nog één dag en dan is hij vier dagen vrij. Door de ingewikkelde rij- en rusttijdenwet moet hij in dit schema vaak dagen vrij nemen.

Tekort aan chauffeurs

Van Oosterhout is een werknemer zoals ze die graag zien in de transportsector. Door de vergrijzing en een beperkte aanwas dreigt een groot tekort aan chauffeurs, slechts zo’n duizend jongeren halen via het sectorinstituut jaarlijks hun diploma. De aantrekkende economie zorgt bovendien voor meer vraag naar chauffeurs.

Vorige maand heeft de transportsector bepaald dat er geld komt voor 2.000 zij-instromers die zich willen laten omscholen tot chauffeur. Wie na een selectie wordt toegelaten tot de opleiding krijgt niet alleen de studiekosten vergoed, ook is er een baangarantie voor een jaar. De selectie bestaat uit een taaltest, een rijtest en een gesprek waarin de motivatie wordt besproken.

Die belangstelling bij zij-instromers is er, merkt Rob van Opzeeland, eigenaar van Kivits Drunen. „Er werken bij ons ook buschauffeurs of mensen uit de beveiliging die, als ze een paar dagen vrij zijn, op de vrachtwagen willen rijden.” Dit werk biedt volgens hem de mogelijkheid om heel flexibel om te gaan met werktijden: „Wij draaien zeven dagen per week, 24 uur per dag. Er is ook een ploeg die om twee uur ’s nachts begint en in de middag alweer thuis is. Dat geeft je dan de mogelijkheid met de kinderen te spelen of andere dingen te doen.”

Gino van Oosterhout heeft dat nachtwerk ook gedaan, maar dat was niks voor hem, zegt hij. „Nu kan ik ten minste ’s avonds thuis eten en ga ik uitgerust het weekend in.”

Zijn DAF is versierd met kleine gordijntjes en een hangende lamp. Boven in de cabine staat een magnetron om een saucijzenbroodje op te warmen. Gino is niet van het broodje bal en avondeten in wegrestaurant De Lucht. „Je kunt het zo ongezond maken als je zelf wilt.”

Geen mooier vak dan dit

Als hij wegrijdt met zijn vrachtwagen vol fruit voor een distributiecentrum in Tiel, zegt hij dat hij zich geen mooier werk kan voorstellen. „Ik moet er niet aan denken dat ik een baas heb die de hele dag over mijn schouder meekijkt. Ik kan in de cabine mijn eigen ding doen. Lekker de muziek aan. Als ik wil stoppen stop ik, niemand zegt me hoe ik mijn tijd moet indelen.”

Toch is niet iedereen zo positief over het vak. Collega’s en klasgenoten van hem haakten af. „Dan willen ze toch liever van negen tot vijf werken en naar een beeldscherm staren, dat lijkt me helemaal niks.”

Als beginnende chauffeur ligt het uurloon rond de 10 euro. „Je moet hard werken ja, maar waar niet? De week vliegt voorbij. Je komt overal, je ziet van alles.” En hij is best tevreden over zijn salaris. „Voor het werk ’s avonds en in het weekend word je extra betaald. Dat zet ik allemaal opzij. Misschien beginnen mijn vader en ik ooit nog eens voor onszelf.”

„Gino is zo’n jongen die is geboren met diesel in het bloed”, zegt baas Van Opzeeland. Gino’s vader werkt bij hetzelfde bedrijf en werkte er al toen Kivits nog met acht vrachtwagens door het land reed, Gino ging als klein manneke al mee op de truck. In de afgelopen vijftien jaar is het logistiekbedrijf gegroeid van zes trucks, één koelhuis en elf personeelsleden naar honderd trucks, tien koelhuizen en 250 personeelsleden, vertelt Van Opzeeland trots.

Hij heeft ook nooit iets anders willen worden dan vrachtwagenchauffeur, zegt Van Oosterhout. „Er was alleen geen opleiding voor. Ik heb dus eerst de opleiding metaaltechniek en lassen gedaan.” Op zijn dertiende werkte hij in de wasstraat, op zijn zeventiende begon hij bij Kivits in het magazijn. „Toen kon ik wel de opleiding voor chauffeur gaan doen.”

Negatief imago

Het beroep van chauffeur heeft volgens Van Opzeeland nog te lijden onder een negatief imago. „Vroeg op, nooit thuis, hard werken en ongezond leven. Dat gold vroeger misschien voor de chauffeurs die heel Europa doorreden. Wij werken vooral in Nederland en dan geldt dat niet.” Het is dan wel hard werken, zegt Van Opzeeland, maar dan kun je met een lage opleiding ook een goede boterham verdienen. „Er zijn weinig banen waar dat kan met dit opleidingsniveau.”

Hoeveel je verdient hangt ervan af. Wie veel uren maakt en ook 130 of 150 procent loon in avonden en weekenden krijgt, kan tegen de 3.000 euro in de maand verdienen. De beeldvorming dat er alleen nog maar Oost-Europese truckers in Nederland rondrijden gaat bij Kivits Drunen in ieder geval niet op.

Van Opzeeland: „Mijn chauffeurs moeten mensen te woord staan en formulieren invullen. Ik werk vooral met Nederlanders. Die zijn binnen het bedrijf opgeleid, zoals Gino, en oudere werknemers zoals zijn vader hebben via het bedrijf een mbo-diploma gehaald. Volgens de regels moeten alle chauffeurs elke vijf jaar 35 uur besteden aan bijscholing. Die regeling hebben wij gebruikt om oudere werknemers verder te scholen. Wij zijn een familiebedrijf, ik kijk naar de lange termijn, daar hoort een investering in je werknemers bij.”

Van Oosterhout heeft de truck in Waalwijk zelf ingeladen, in het distributiecentrum in Tiel laadt hij hem ook zelf weer uit. Het behoort voor hem niet tot de mindere kanten van het vak. „Als ik goed en snel laad en los, ben ik ook weer eerder thuis.”

Omdat hij iedere 4,5 uur een half uur moet rusten, plakt hij soms een pauze aan het laden en lossen zodat hij daar niet mee in de knel komt. „Voel je hoe lekker hij rijdt, nu-ie leeg is?” vraagt hij als we uit Tiel wegrijden. Hij heeft net een pak vrachtbrieven afgetekend. In Ochten laadt hij de 35 pallets vruchtensapjes in en na wat kleine hinder van de avondspits is hij om half zes weer terug in Wolluk. „Nog een dagje werken en dan is het weer weekend.”