Eet smakelijk, vluchteling

Overal in Nederland worden vluchtelingen opgevangen. Bericht uit de keuken van een cateraar: „We doen dit voor de kippenvelmomenten.”

Stampvol staat de keuken van partycateraar Bos & Bos. Honderdvijfenzeventig kilo kipkerrie. Achtentachtig kilo rijst. Achtentachtig kilo sperziebonen. Vijfhonderdvijftig yoghurtjes.

Waar is het feestje?

„Hier is het feestje”, roept directeur Renske Bos opgetogen. „Wij bereiden geen plakkerige magnetronmaaltijd met ingedroogde kerriesaus.” We serveren eenvoudig en voedzaam eten, prijst chef-kok Erwin Meijer. En ja hoor, daar volgen nog twee gepassioneerde oneliners: „Kipkerrie of een langoustine, dat maakt geen zak uit. Eten moet lekker en vers zijn.”

Wie niet beter weet, waant zich op de set van de Amerikaanse gevangenisserie Prison Break. Vierduizend vierkante meter met schotten, stapelbedden en stekkerdozen. Wachtruimte van vijfhonderdvijftig kerels, ze slapen, liggen, zitten, praten, hangen. Als ze opstaan sloffen ze op slippers over een rode looplijn. Naar een douchecabine. Naar de huiskamer, om te kaarten en tv te kijken. Of naar de eetzaal, daar worden in warmtekasten dampende schalen binnengereden.

Welkom in de noodopvang van de TT Hall, midden in de weilanden bij Assen. Hier overnachten alleenstaande mannen: ze komen uit Syrië, Afghanistan en Eritrea en zijn een jaar of twintig, dertig. Hoog boven hun hoofd, in de nok van het dak, krijsen papegaaien. Ontsnapt tijdens de vogeltjesmarkt. Want aan de andere kant van de hal draaien geplande activiteiten gewoon door. Tot gisteren, toen moest iedereen, vluchtelingen incluis, plaatsmaken voor een landbouwbeurs.

De bewoners kijken van het gekwetter niet meer op. De eerste shift meldt zich om half één bij de eetzaal, rode vouchers in de hand. De dranghekken van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zijn door de cateringcrew opzij geschoven: „Afhekken doen we niet, da’s voor koeien”, zegt kok Joshua. Eén voor één schept hij de vluchtelingen op. Joshua heeft er speciaal „een fris buisje” voor aangetrokken. Rijst op het bord, kipkerrie erover, de boontjes ernaast. Daarna wit- of bruinbrood. Geen vliegtuigbrood maar van de warme bakker. „Soms gaan er op een dag wel 150 verse broden doorheen.”

Wat ben ik een verwend nest

Op Bommen Berend, Gronings ontzet op 28 augustus, ging bij de cateraar de telefoon. Of directeur Renske Bos voor 550 vluchtelingen kon gaan koken in de TT Hall, één van haar vaste stekken. Drie maanden lang serveert Bos & Bos Catering in de noodopvang ontbijt, warm eten, en een broodmaaltijd. Bos: „Ik zei: prima dit gaan we handelen. En dan zorgen we ook voor een fris lakentje en bloemetje. Maar dat is natuurlijk het laatste waar vluchtelingen behoefte aan hebben. Volstrekt overbodig. Dan besef je: oei, oei, oei wat ben ik een verwend nest.”

Erwin Meijer, eerder kok in een sterrenrestaurant en voetballer bij FC Groningen: „Wij leven in een beschermde wereld.” Bos, voormalig zakenvrouw van het noorden: „Weet je, wij in de partycatering zijn best arrogant. We moeten van niets iets maken en daarvoor is niets te veel.” Voor een borrel op locatie, rekent ze voor, ben je al gauw, garderobe, hapje, drankje, achttien handelingen verder. Meijer : „Ik kan vooraf heel erg genieten als ik 35 tafels zie staan en er schuift 350 man aan. Alsof je als speler voor de wedstrijd het voetbalstadion binnenloopt.” Bos: „We moeten knallen. We krijgen maar één kans en die mag je niet verprutsen.” Meijer: „Eén verkeerd vleesje en je bent er geweest.”

Rode kool met appeltjes

De mannen hebben trek. Sommigen leggen acht boterhammen bovenop hun volle bord en proppen hun zakken vol met zakjes peper en zout. Alsof ze bang zijn dat er straks niets meer over is. Behzad Omid Tabrizi (26) uit Iran slaakt een zucht van verlichting. Hij ziet geen vis gelukkig, want „vis smaakt nergens naar”. De Afghanen in zijn kielzog steken hun duim op. Ook Qais Obid uit het Syrische Swaïda tast toe. „Goed eten hier.” Geen bevroren maaltijd die hij in een vorige opvang kreeg voorgezet. „Lastig als je die met z’n allen moet opwarmen in dezelfde magnetron.”

Maar alles is beter, zegt Reda, dan leven op water en brood. Dat overkwam hem in een vluchtelingenkamp op de Balkan en „dan ben je als een kind zo blij als voorbijgangers je vers fruit toestoppen”. Heeft hij nog één vraag. Weet de verslaggever misschien hoe je in Breda komt? Toen hij een jongetje was en net kon lezen, reed er een vrachtwagen door het dorp. Rood en glanzend. „Breda stond erop, mijn naam met een ‘b’ ervoor. Sindsdien droom ik erover. Dáár moet ik heen.”

Renske Bos en Erwin Meijer weten inmiddels: hun gasten in de TT Hall hebben energie nodig. Dat zien ze direct op de eerste dag als de mannen aankomen. Het eerste wat de vluchtelingen doen is liters thee drinken, met suiker, veel suiker. Bos: „Op één dag gingen er wel 30 kilo aan sachets doorheen.” Meijer: „Ze zijn compleet uitgeput na een helse tocht, met van pijn vertrokken gezichten.” Bos: „We zagen ze ook hamsteren.” Meijer: „Toen hebben we twee bakken met suiker neergezet.” Bos: „Met bekertjes erin.” Meijer: „En die bakken gaan niet in één dag op.”

Zoet scoort. De melk bleef staan bij de broodmaaltijd ’s avonds: vier boterhammen met ‘een kaasje, een halalvleesje, een jammetje, een pindakaasje, een chocopastaatje’. De melk is nu vervangen door pakjes Wicky met aardbeiensmaak, afgekeken van collega’s in de IJsselhallen in Zwolle. En kok Joshua serveert één keer per week rode kool met appeltjes. Al schrokken de vluchtelingen de eerste keer van de kleur: moeten we dat opeten? Joshua: „Wat een boer niet kent, dat eet-ie niet. Maar toen de gasten ontdekten: rode kool is zoet, ging het snel. Ze vragen er nu speciaal om.”

Robin is ‘baas van de zakjes’

Even zaten de cateraars in de rats of ze wel snel voldoende hulp konden vinden. Vier keer zette Bos een oproep op Facebook en Twitter. Welgeteld één meisje reageerde. Maar diezelfde middag hing moeder aan de lijn. Nee hoor, haar dochter ging ab-so-luut niet aan het werk tussen vluchtelingen in de TT Hall. Bos: „Ze zei: daar zitten allemaal terroristen. Be-lach-e-lijk! Waarom draaien we het niet eens om en laten we Nederlanders met een grote bek hier een week logeren? Puberruil maar dan met vluchtelingen. Zul je zien hoe snel die lui hun woorden inslikken.” Meijer: „We zijn potdomme één van de rijkste landen ter wereld.”

Met hulp van de gemeente Assen en het werkvoorzieningschap Alescon vormde Bos binnen mum van tijd „een dijk van een team” dat zeven dagen per week van acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds aan het werk is. De 35-jarige Mohammed uit Somalië bijvoorbeeld, hij zat als ex-asielzoeker in de bijstand en woont nu met zijn vrouw en twee meisjes in Hoogersmilde. Hij helpt Joshua koken en maakt pakketten voor de broodmaaltijd ’s avonds en het ontbijt de volgende ochtend. Onder toeziend oog van Robin van Alescon. Die is, zegt Joshua, „de baas van de zakjes”.

De meesten zijn „mensen met een vlekje”, zegt Renske Bos, ze zaten in de WW, of zijn ‘participatiekrachten’ en hebben een handicap. De directeur: „Als je ze structuur biedt en je ziet wat ze kunnen, wow! Ineens staan we met het bedrijf midden in de maatschappij. Dat is gaaf.” Chef-kok Erwin Meijer: „In de keuken werk ik het liefst met jongens en meiden die licht autistisch zijn. Die werken op schema, zijn precies, op tijd, perfectionistisch. Dat geeft hun balans en ons ook. En als er dan iemand op tilt slaat omdat de klok scheef hangt, dan gaan we die eerst even rechthangen.”

Kippenvelmoment

Bij de vraag hoeveel vluchtelingencatering oplevert betrekt het gezicht van Erwin Meijer: „Dan moet je bij de COA wezen: die bepalen en betalen.” Dit is geen business, wil hij alleen kwijt. Meer niet. „Voordat je het weet gaan mensen aan de haal met het bedrag en worden we weggezet als zakkenvullers.” Ook Bos houdt de lippen hierover op elkaar: „Hier zijn tien mensen full time zeven dagen per week aan het werk. Dat kan uit. We doen het niet voor de winst maar voor de kippenvelmomenten. Vluchtelingen verdienen een goede maaltijd. Heb ik al verteld over de man die hier buigend de keuken binnenkwam?” Hij bedankte voor het eten en gaf zijn telefoonnummer: ‘Als ik ooit iets voor jullie terug kan doen, bel me.’

In de eetzaal werken Khaldoon, Kamal en Mohayeden uit Syrië nog een stapel boterhammen weg. De kipkerrie ging schoon op. Het was heerlijk, hooguit een beetje weinig, zeggen de mannen. Het COA rekent 900 gram diner per persoon. „En van mij mag de kok best wat koriander bij de rijst doen” , zegt Kamal uit Syrië. „Wist je dat die bij ons vandaan komt en door de Romeinen naar Midden-Europa is gebracht?” Precies, zegt Khaldoon lachend. „En dan kun je de kok misschien ook vragen of hij wat kan doen aan de broodmaaltijden. „Boterhammen met kaasje, vleesje en een kuipje chocoladepasta. Denken ze soms dat we baby’s zijn?”