De spannendste jaren van de Bondsrepubliek

Na de vrolijke korte jaren zestig volgden de lange jaren zeventig, gedomineerd door politiek geweld.

Duitsland stond ooit in de beklaagdenbank van het Russell-tribunaal, een informele rechtbank opgezet door de filosofen Bertrand Russell en Jean-Paul Sartre, oorspronkelijk om de Amerikaanse oorlogsmisdaden in Vietnam te veroordelen. Tussen 1977 en 1979 boog een derde Russell-tribunaal zich over de mensenrechten in Duitsland.

In Duitsland? Jazeker. Maar niet in heel Duitsland. Het tribunaal bekommerde zich alleen om de westerse, democratisch-kapitalistische Bondsrepubliek. Mensenrechtenschendingen in de Duitse Democratische Republiek (DDR) in het oosten, onder supervisie van de Sovjet-Unie, kwamen niet aan bod. Dat de zogeheten antifaschistischer Schutzwall, de in 1961 gebouwde muur dwars door Berlijn, alleen bedoeld was om te voorkomen dat DDR-burgers de wijk zouden nemen naar West-Duitsland, dat de grenstroepen langs die muur vluchtelingen mochten doodschieten en dat de beroemde bard Wolf Biermann in 1976 wegens zijn kritische liedjes door de communistische partij SED was gestraft met Ausbürgerung, was geen punt voor het Russell-tribunaal.

De Bondsrepubliek, die in het verdachtenbankje stond, was het Duitsland van het Wirtschafswunder, van de moeizame en soms halfslachtige denazificatie, van de Ostpolitik van sociaal-democraten als Schmidts voorganger Willy Brandt. De DDR, die na de oorlog was economisch leeggezogen door de Sovjet-Unie en waar zelfs geen begin was gemaakt met reflectie op het nazisme, omdat de ‘boeren- en arbeidersstaat’ per definitie het ‘goede’ Duitsland vertegenwoordigde, ging vrijuit.

1977 was het spannendste jaar in de geschiedenis van de nog geen dertig jaar oude Bondsrepubliek. Het land was in de ban van het geweld van de Rote Armee Fraktion (RAF), de linkse ‘stadsguerrilla’ die dat jaar drie prominente vertegenwoordigers van het establishment had vermoord: procureur-generaal Siegfried Buback, bankier Jürgen Ponto en werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer, die aanvankelijk werd ontvoerd om de vrijlating van de RAF-oprichters Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe af te dwingen. De ‘crisisstaf’ van bondskanselier Schmidt was bijna permanent in hoogste staat van paraatheid.

1977 was de culminatie van de ‘lange jaren zeventig’, het politieke en gewelddadige decennium dat volgde op de ‘korte jaren zestig’ met hun ludieke acties en flowerpower. Nergens in Europa drongen die jaren zo diep door als in West-Duitsland. Daar begonnen ze in 1967, toen een student door de politie in West-Berlijn werd doodgeschoten bij een demonstratie tegen het bezoek van de sjah van Perzië, die door de naoorlogse linkse jeugd werd gezien als dictator over het Iraanse volk en marionet van de Amerikanen. De harde periode eindigde rond 1982, toen de Duitse tegenstellingen ondergeschikt werden aan de mondiale wapenwedloop tussen NAVO en Warschaupact.

Intussen was het klimaat in Duitsland verziekt geraakt. Willy Brandt, die in 1969 een einde maakte aan twintig jaar conservatieve dominantie van christen-democraten en beloofde „meer democratie te wagen”, was als kanselier voor de steeds massaler studerende en linksere jeugd een teleurstelling.

Een kleine groep ging het gewelddadige pad op. Brandstichting bij twee warenhuizen in Frankfurt mondde uit in de RAF. De democratisch gekozen regering probeerde de angel eruit te halen met speciale bevoegdheden voor de staat. De politie kreeg meer armslag om de kringen van ‘sympathisanten’ uit te kammen. Zo mochten onderwijzers en leraren al worden ontslagen als ze zich communistisch uitlieten. Dat sterkte de radicalen in hun overtuiging dat de Bondsrepubliek niet zo democratisch was.

Een groter deel radicaliseerde geweldloos. De universiteiten dienden te worden gedemocratiseerd ten koste van de elitaire professorenkaste. Vanuit een nieuw milieubewustzijn groeide de kritiek op ongebreidelde economische groei. Het idee dat kernenergie kolen en olie moest vervangen (actueel door de oliecrisis van 1973-’74) werd eveneens afgekeurd. De klassieke psychiatrie werd verworpen. De alternatieve antipsychiatrie wilde de gekke mens als normaal diagnosticeren. Terwijl de Koude Oorlog door de detente wat aan intensiteit inboette, werd ook de NAVO niet meer omarmd als bescherming tegen de Sovjet-Unie, maar afgewezen als een steunpilaar voor de oorlog in Vietnam en de fascistische dictaturen in Spanje, Griekenland en Portugal, de laatste twee nota bene lid van de alliantie.

In die vijftien jaar van de lange ‘jaren zeventig’ voelden de traditionele sociaal-democraten in Europa zich links en rechts door de tijd ingehaald. Duitsland werd niettemin bijna al die tijd geleid door de SPD. Van 1969 tot 1982 waren Willy Brandt en Helmut Schmidt bondskanselier. In Nederland lukte dat de PvdA maar vier jaar: Joop den Uyl, tussen 1973 en 1977. Dat was toen en is nog steeds opmerkelijk.