De grote voordelen van klein zijn

Wij mensen zijn te groot, te lang. En we doen alsof dat gezond is. Het zou de wereld goed doen als we allemaal krimpen, vindt kunstenaar Arne Hendriks.

Foto en beeldbewerking Peter Lipton

Arne Hendriks windt zich op. Hij bladert driftig door de inleiding van het boek The Story of the Human Body van evolutiebioloog Daniel Lieberman, dat hij net heeft gekocht. „Kijk hier. Hier staat het”, roept hij. „Mensen zijn langer en dus gezonder. Op de derde pagina al! Hij verwart oorzaak en gevolg. Door verbeterde omstandigheden zijn we langer. Maar lang zijn is geen verbetering en zeker niet gezonder. We nemen dat maar klakkeloos aan. Zelfs zo’n Harvard-professor. Dat is precies waar ik tegen strijd: de kritiekloze omarming van langer, van meer, van het groeidenken. Ik ga die Lieberman een brief sturen.”

Hendriks, kunstenaar en tentoonstellingmaker, ontvangt in het café van Open Coop in Amsterdam-Noord, een broedplaats van samenwerkende kunstenaars, architecten, designers en kleine ondernemers in Amsterdam-Noord. „Dit is de beste koffiebrander van Amsterdam”, introduceert hij de man die de thee komt brengen.

Hier werkt Hendriks al vijf jaar aan zijn project The Incredible Shrinking Man. Het centrale idee: waarom zouden we niet krimpen tot een lengte van 50 centimeter?

Hendriks: „Weet je dat we dan maar 2 tot 5 procent van de natuurlijke bronnen nodig hebben die we nu gebruiken? Dat we dan met de ruim zeven miljard mensen op aarde kunnen leven op een oppervlakte die even groot is als de zes grootste steden op de planeet aan ruimte innemen? De rest van de wereld is dan leeg. Dat is toch fantastisch?”

Het scheelt kerosine

Vorige maand ontving hij een beurs van de Akademie van Kunsten ter bevordering van de interactie tussen wetenschap en kunst, waardoor hij zich als tweede kunstenaar een half jaar als artist in residence kan terugtrekken op het NIAS in Wassenaar, een onderzoeksinstituut op het gebied van de sociale en geesteswetenschappen.

Het idee voor een kleinere mens stoelt op talloze voordelen, betoogt Hendriks. In zijn speurtocht langs genetica, antropologie, geschiedenis en evolutiebiologie heeft hij een schat aan argumenten opgedaan. „Langere mensen hebben een grotere kans op kanker”, zegt hij. En: „Weet je dat er zelfs vormen van dwerggroei zijn, die naast extreme kleinheid ook tot gevolg hebben dat deze mensen geen kanker of suikerziekte krijgen?” En: „Als je tien centimeter langer bent, dan ben je 33 procent zwaarder. En als je 20 centimeter langer bent, zelfs 73 procent zwaarder. Als je dat omdraait, dan zie je hoe een kleine krimp al veel impact kan hebben. In de VS is tien jaar geleden onderzocht wat de extra kosten voor een luchtvaartmaatschappij zijn als mensen vijf kilo meer wegen. Dat scheelt 1,3 miljard liter aan kerosine per jaar.”

Ook uit het dierenrijk zijn er mooie voorbeelden. „Op de Galapagos leeft een zeeleguaan die kleiner wordt als er voedselschaarste is, zodat hij efficiënter leeft. Die krimpt, inclusief zijn skelet, 20 centimeter in twee jaar. Waarom zouden wij dat als mensen niet kunnen?”

Hendriks weet van alles over dwergsoorten. Over de Embouti bijvoorbeeld, een pygmeeënvolk in Congo. „Zij maken een grotere hoeveelheid remmende hormonen aan waardoor ze klein blijven en beter kunnen overleven in barre omstandigheden. Zij zijn genetische voorlopers. Hun genetische aanpassing is briljant, die zou ons goed van pas komen in de rest van de wereld. Een stukje Embouti in ons allemaal!”

Er wordt serieus onderzoek gedaan naar het verkleinen van mensen. Onder meer door de Amerikaanse wetenschapper Donald Platt, verbonden aan The Florida Institute of Technology, die samenwerkt met ruimtevaartorganisatie NASA. „Hij weet hoe je door beïnvloeding van hormonen dieren of mensen kleiner kunt maken. Over vijftien jaar wil NASA kleinere dieren naar Mars brengen. Het transport van een koe met zijn huidige omvang zou veel te duur zijn. Dan liever een microkoe. Platt vertelde mij: ‘Ik doe onderzoek naar dieren, maar eigenlijk is het bedoeld om kleinere astronauten te krijgen’. Ik ben benieuwd of mensen die de ruimte in willen, bereid zijn om kleiner te worden.”

Hersenen

Als hij volgend jaar op het NIAS is, wil hij Platt uitnodigen. Platt onderzoekt ook wat de verkleining met onze hersenen doet. „Platt zegt dat we niet minder hersenen krijgen, wel kleinere. Omdat ze dichter bij elkaar komen te liggen, kunnen de connecties daardoor nog sneller. We zouden daardoor ook slimmer kunnen worden.”

Een andere wetenschapper die hij wil laten overkomen is Thomas Samaras, die al dertig jaar onderzoek doet naar het verband tussen lichaamslengte en levensverwachting. „Voor mij is hij de Godfather van het krimpdenken. Hij is erachter gekomen dat elke centimeter die je langer bent dan 1,50 meter een half jaar van je levensverwachting afhaalt.”

De ideeën van Hendriks leiden ook tot kunst. In Barcelona heeft hij een tentoonstelling ingericht. Op zijn smartphone toont Hendriks foto’s. „Ik heb mijn werkruimte daarheen verplaatst en er een Wunderkammer van gemaakt.”

Voelt wat hij doet ook echt als een kunstproject? „Ik weet het niet. Kunst heeft ook te maken met proberen iets zelf te zien en niet zoals het je wordt voorgehouden om het zo te zien. Het heeft te maken met onderzoek naar oorspronkelijkheid. Zo kan ik in elk vakgebied kunstenaars zien. Ze hoeven geen kunstvak te beoefenen.”

Hendriks gelooft stellig dat de mensheid over barrières heen kan stappen. „Als we er maar van overtuigd raken dat we de wens naar minder moeten verwezenlijken. Kijk naar kinderen, hoe onbevangen ze naar kleine wezens kijken. Van kabouters in sprookjes tot Wiplala. Volwassenen zijn dat gevoel kwijtgeraakt, die vinden klein eng. Ik wil zoeken hoe we die fantasie bij volwassenen weer tot leven kunnen wekken, zodat we onmogelijkheden kunnen overwinnen.”

Obsessie

Zou hij, als het zou kunnen, zijn eigen kinderen minder laten groeien? „Niet door ze met groeihormonen te laten behandelen. Het gaat me niet om hen, maar om de maatschappelijke bewustwording. Mijn kinderen hebben wel iets van mijn obsessie meegekregen. Ze hebben geen verlangen naar lang zijn. Ze zijn zich bewust van voeding die hen groter maakt. Ze gebruiken minder melkproducten, weten dat suikers niet goed zijn.”

Hij laat een foto van een reuzencroissant zien, die hij bij een bakker in Barcelona zag liggen. Die ligt nu op zijn tentoonstelling. „Het is om te laten zien hoe het voelt als je met zijn allen van één kip kunt eten – als we allemaal 50 centimeter zouden zijn. We kunnen overvloed tegemoet krimpen.”

Het is lastig om niet te lachen om het project van Hendriks. Kijk naar een filmpje van zijn voordracht op een TedX-bijeenkomst en je ziet de zaal eerst vrolijk schateren. Maar die lach wordt steeds ongemakkelijker. Zijn bombardement van feiten en stekelige vragen roept ongemak op. „Als die lach omslaat in verwarring, ben ik tevreden”, zegt Hendriks.

 

„Uiteindelijk is mijn project ook een metafoor voor hoe wij niet in staat zijn onszelf te beteugelen. Natuurlijk begrijp ik dat die 50 centimeter extreem is. Maar als we nou eens voorzichtig met krimpen beginnen naar 1,50 meter. Dan hebben we maar de helft nodig van alles wat we nu gebruiken. Soms moet je vergeten dat iets niet kan, want eerlijk gezegd weten we helemaal niet zoveel over wat wel en niet kan.”