Dans uit ‘Arabistan’ toont de wanhoop

Dat het geen eenvoudige opgave is hedendaags theater te maken in delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, begrijpt iedereen. Overleven is vaak al ingewikkeld in de regio die sinds de Arabische Lente in brand staat. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Tijdens de vijfde editie Dancing on the Edge, het festival voor film en podiumkunsten uit ‘Arabistan’, zijn recente, soms splinternieuwe voorstellingen te zien waarvan een deel daadwerkelijk in de regio is gemaakt. Veel gaan – het zal niet verrassen – over politiek en oorlog.

In Body Revolution legt Irakees Mokhallad Rasem een direct verband tussen de handeling op het toneel en de weerzinwekkende vernieling die in zijn land dagelijkse realiteit is geworden. Op filmbeelden toont hij een desolaat landschap van stuk geschoten steden waaruit, live, langzaam drie mannen verschijnen. Hun witte kleding verdwijnt tegen het projectiescherm, zodat de mannen visueel en fysiek deel van de verwoesting worden; de ellende lijkt aan hen te blijven plakken. In andere scènes stappen ze in en uit projecties van foto's uit Eerste en Tweede Wereldoorlog en nemen houdingen over van wanhopige, onderdrukte mensen, poses die zij een choreografisch vervolg geven.

Het procedé van Body Revolution is niet nieuw en vrij eenvoudig, maar de beelden kruipen onder de huid. De excuses (in een voice-over) voor de nare beelden van de oorlogsslachtoffers aan de (westerse) televisiekijkers maakt het effect extra navrant en aangrijpend. Het applaus brak dan ook pas na een lange stilte los.

Veel minder concreet zijn de verwijzingen in Black Table van Khalid BenGhrib. De Marokkaan, al jaren werkzaam in Frankrijk, vertaalde zijn geschoktheid over met name de praktijken van Islamitische Staat naar een choreografie voor zes mannen, waarin geabstraheerde beelden van angstige wezens, geknevelde lichamen, marteling en onthoofdingen te zien zijn. De relatie met het vermaarde anti-oorlogsballet De Groene Tafel van Kurt Jooss uit 1932, een inspiratiebron voor BenGhrib, moet vooral in de intentie worden gezocht.

In Plastic schetst Meher Debbich Awachri uit Tunesië de uitzichtloze situatie van jongeren in de Arabische wereld, heen en weer geslingerd tussen solidariteit ten opzichte van hun onderdrukkers en rivaliteit ten opzichte van elkaar. Net als BenGhribs werk is Plastic sfeerrijk, maar artistiek mag het nog wat steviger.