Zij vindt dat moslims niet moeten zeuren als ze beledigd worden

is wereldwijd bekend als ‘hervormingsmoslima’. Vanavond vertelt zij in Maastricht hoe geloof en verschil van mening samengaan. Wie lijdt onder meningen van anderen, moet betere argumenten hebben.

Hervormingsmoslima Irshad Manji: „Je moet laten zien dat vrijheid interessant is.” Foto René Clement

Irshad Manji is vaak vergeleken met Ayaan Hirsi Ali. Ze kennen elkaar ook goed. Al in 2004 traden ze samen op in New York tijdens een debat over de islam. De toehoorders hingen aan hun lippen: twee jonge, bevlogen, feministische, uit Afrika afkomstige islamcritici die niet zonder bewaking over straat konden. Maar eigenlijk is de Oegandees-Canadese Manji (47) het tegendeel van de oud-VVD-politica. Ze kijken alle twee kritisch naar de islam en wonen beiden in de VS. Maar Manji is bewust bínnen haar religie gebleven. Ze zal nooit ofte nimmer een hoofddoek dragen of volgzaam naar een imam luisteren. Ze is feministe, lesbisch en ze strijdt voor vrijheid en gelijke behandeling – en ze beschouwt zichzelf als gelovig moslim.

„Ik heb God en onze traditie nooit in de steek gelaten”, zegt Manji tijdens een gesprek in haar woonplaats Los Angeles. „Ik sta lijnrecht tegenover de haatimams en de terreur. Maar het is nog altijd mijn geloof.”

Dat is géén bijzondere of uitzonderlijke opstelling, zegt Manji. In de Arabische wereld, Azië en het Westen zijn talloze moslims die zich kunnen vinden in haar denken – en in haar pogingen om het geloof van binnenuit bij te sturen. In groten getale nemen zij in landen als Iran, Indonesië en Amerika haar teksten en YouTube-video’s tot zich. Haar boeken, met prikkelende titels als The Trouble wih Islam Today en Allah, Liberty and Love worden dankzij gratis downloads ook gelezen in landen waar haar vrijheidsboodschap onwelkom of zelfs onwettig is. „Ik hoor voortdurend van jonge moslims dat de oude taboes aan het schuiven zijn. Ouders blijken vaak wél te open te staan voor homorelaties, relaties met mensen van een ander geloof of een andere kleur. Ja, het blijft een strijd, maar achter de krantenkoppen over de islam gebeurt van alles.”

Wilders staat in zijn recht

De islam moet en kán zich aanpassen aan de moderne tijd en daar is open, volwassen debat voor nodig. Dat is de boodschap die ze vanavond ook in Nederland zal verkondigen in haar lezing ‘Wilders voorbij – Van polarisatie naar een constructief conflict’.

Manji volgt het Nederlandse islamdebat al jaren. Vanwege de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de opkomst van Hirsi Ali en Wilders beschouwt ze Nederland als een goede – problematische – casus van het westerse islamdebat.

In 2011 werd ze tijdens een optreden met GroenLinks-politicus Tofik Dibi in de Balie belaagd door een groep spuwende extremisten die de komst van de sharia en de spoedige dood van Manji voorspelden. Ze kwam met de schrik vrij. Het weerhoudt haar er niet van om terug te komen. „Wie zich stilhoudt, staat toe dat fundamentalisten én relativisten de boel ongestraft polariseren.”

Wilders’ naam in de titel van haar lezing is geen toeval. Ze gebruikt hem als voorbeeld van de ‘extreme’ stellingname die ze ineffectief noemt. „Wilders staat volledig in zijn recht als hij dit soort rotzooi wil maken”, zegt Manji over zijn film Fitna (2008). De vrijheid van meningsuiting is voor haar absoluut. Aan politieke correctheid, oproepen tot zelfcensuur, klachten over blasfemie, of een recht om niet beledigd te worden heeft ze geen boodschap. Wie lijdt onder de meningen van anderen moet met betere argumenten komen, vindt ze.

Tegelijk beoordeelt ze Fitna en Wilders’ ideeën over de islam inderdaad als garbage: rotzooi. „Zo voorspelbaar, zo plat. Ik heb Fitna gezien met een groep jonge moslims die heel kritisch staan tegenover alles dat er gebeurt in naam van de islam.” Zij waren ontgoocheld. „Als dít het beste is waar een vrijheidsstrijder mee kan aankomen, waarom zouden we dan voor de vrijheid strijden?”, vroegen ze Manji.

Vrijheid is ook een verantwoordelijkheid, betoogt zij. „Als voorvechter moet je verbeelding en intelligentie laten zien. Tonen waarom vrijheid zo waardevol is.”

Een van de principes die haar onder jongeren populair maakt, is dat ze weigert af te gaan op de interpretatie van imams of andere autoriteiten. Haar persoonlijke geloof staat meer in de protestantse traditie: ze bidt in stilte, wanneer zij dat wil, en bepaalt zelf hoe ze het heilige boek wenst te lezen. Zo heeft ze de Koran en de Hadith, teksten over de profeet, gedetailleerd leren kennen. In debatten met haatpredikers slaat ze hen met verzen om de oren, vaak tot verwarring van de zelfbenoemde experts. Wie is die kalme vrouw met kort haar en stevig onderbouwde meningen: je ziet het ze denken, op Al-Jazeera en CNN. Manji weet zeker dat Wilders net zo selectief is in zijn keuze van Koranverzen als de radicalen die hij bestrijdt. Geweld is zeker niet de enige optie binnen het geloof. „Je moet laten zien dat vrijheid interessant is”, zegt zij. „Interessanter dan wat de fundamentalisten suggereren.”

Manji woonde tot voor kort in New York, hét multiculturele mozaïek, waar ze zich makkelijk thuis kon voelen. Aan New York University had ze het Moral Courage Project opgezet. Terwijl ze voor een hervorming van de islam streed, bleef Manji bewust single: wel zo handig als lesbienne binnen een geloof dat niet bekendstaat om tolerantie voor homoseksualiteit.

Verliefd bij verrassing

Inmiddels heeft ze de oostkust vaarwel gezegd. Ze werkt nu aan de University of Southern California als onderzoeker. Want vorig jaar leerde ze via vrienden Laura kennen. Haar partner is geen moslim en de verhuizing naar LA was een gevolg van de verliefdheid die Manji compleet verraste. De twee willen volgend jaar trouwen.

Manji vertelt voor het eerst openlijk over haar liefdesleven, omdat ze de steun die ze kreeg veelzeggend vindt. Voor elke scheldkanonnade kwamen er tien felicitaties binnen, van moslims en niet-moslims, uit de hele wereld. En dat het leven voor islamcritici is veranderd, blijkt niet alleen uit de positieve respons, zelfs van haar diepgelovige moeder. In de VS kan Manji tegenwoordig vrij over straat.

De vrijheidsstrijder die door de eindeloze bedreigingen onvrij is: aan die ironie is Manji al jaren gewend. Sinds de jaren negentig pleit ze voor eerherstel van de liberale islamitische traditie van ijtihad, een oude term die staat voor onafhankelijk denken en individuele besluitvorming. „Het biedt ons een pad vooruit, naar modernisering. Naar de huidige tijd.”

Maar verandering van binnenuit is niet Manji’s enige doel. In reactie op haar boeken is ze aangesproken door joden, christenen, boeddhisten, studenten en atheïsten. Ze vertelden dat onverdraagzaamheid ook bij hen veel voorkwam. Haar eerste reactie was defensief: „Nee nee, de islam is het probleem, riep ik.” Inmiddels heeft ze geconcludeerd dat dogmatisme overal opspeelt.

„De problemen met de islam zijn groot. Maar religie is niet het enige terrein. Kijk naar het multiculturele dogma”, zegt Manji, die in linkse kringen evenveel tegenstand ondervindt als onder moslims. „Het draait om groepsdenken. We worden gereduceerd tot onze ‘identiteit’. Multiculturalisme-als-ideologie moedigt groepsslachtofferschap aan. Diversiteit wordt juist ontmoedigd.”

Zij aanvaardt dit niet, wellicht omdat ze diverse, soms botsende identiteiten heeft. Manji is bruin, maar als liberaal die hamert op persoonlijke verantwoordelijkheid heeft ze het nooit over ‘structureel’ racisme. Ze gelooft in Allah, maar vindt geen aansluiting bij veel van haar geloofsgenoten. Ze is een feministe, maar weigert mannen aan te vallen.

Ze is een Afrikaans-Canadese in de VS, een moslim die haar islamitische –‘belachelijke’ – weerzin tegen honden heeft overwonnen omdat haar geliefde een hondenmens is; de twee delen het huis met een roedel viervoeters.

In Maastricht zal Manji pleiten voor moeilijke maar noodzakelijke gesprekken tussen andersdenkenden. „Het gaat me om volwassen pluralisme. We moeten durven oordelen over wat acceptabel is, terwijl we nederig genoeg zijn om in te zien dat onze oordelen voorwaardelijk zijn.”