Column

White man’s burden

Je kan er inmiddels niet meer omheen: het artikel ‘Witte mensen moeten eens luisteren’, dat afgelopen zaterdag in deze krant verscheen. Vier niet-witte Nederlandse dames spraken daarin over white privilege en de vanzelfsprekendheid dat in ons land wit de norm is. Ze zetten zich af tegen de witte mensen die voor hen opkwamen, omdat de discussies, zoals die over Zwarte Piet, worden gevoerd over de hoofden van de mensen die het juist betreffen.

Het artikel was nog niet gepubliceerd of kaboem, daar kwamen de reacties, van hoofdzakelijk witte mannen. Ze verweten de dames verkapt racisme, omdat zij mensen op basis van hun huidskleur buitensloten van discussies over discriminatie op grond van huidskleur.

Ik moest, terwijl ik het artikel en de reacties erop las, denken aan het gedicht The White Man’s Burden (1899) van de Britse schrijver Rudyard Kipling, u weet wel, de auteur van Jungle Book. Het gedicht gaat over de voor- en nadelen die bij kolonisatie horen, met griezelige regels als ‘zend je zonen uit, om de onderworpenen te helpen….die versgevangen, norse mensen, half duivel, half kind.’ Wat Kipling er zelf mee bedoelde is hier niet zo interessant, maar eerder wat ermee werd gedaan. De term white man’s burden werd door Amerikaanse imperialisten gebruikt om het veroveren van nieuwe gebieden goed te praten. Aan de witte man de zware taak om al die niet-westerse volkeren te koloniseren teneinde hen te kunnen opvoeden en te beschaven. Dat deze volkeren in landen leefden die rijk waren aan grondstoffen, kwam goed uit.

Uit de reacties op het artikel in nrc.next bleek dat de white man’s burden in ons land nog steeds springlevend is. Dat witte mensen in naam van niet-witte mensen het gesprek voeren impliceert immers dat de betrokkenen het zelf niet kunnen. Het is hetzelfde soort paternalisatie als die van de eerdergenoemde Amerikaanse imperialisten. Als de niet-witte mensen daarover hun mond opentrekken, worden ze van alle kanten aangevallen. Dan zijn ze ondankbaar en mogen ze terug naar hun eigen land. Als dat eigen land Nederland is, dan moeten ze maar naar een ander land.

In dat artikel werden witte mensen over één kam geschoren. Zij mogen opeens, juist vanwege hun huidskleur, niets meer zeggen over mensen met een andere huidskleur. Daar kan je heel boos om worden. Maar het betreft hetzelfde soort onmacht die niet-witte mensen jarenlang hebben ervaren. Dat je vanwege je huidskleur, je niet in een debat mag mengen. Dat je vanwege je huidskleur, niet als individu, maar als groep wordt gezien. Misschien ervaren de witten nu een tweede, letterlijker vorm van white man’s burden: dat je vanwege je witheid, je mond moet houden. Zo wordt een gegeven dat je eens het recht gaf anderen te onderwerpen, opeens een reden tot stilte, en getuige de heftigheid van de reacties, tot schaamte. En misschien begint daar wel het luisteren.