Vlaamse moeder van de ongekunstelde speelstijl

Dora van der Groen (1927-2015)

Actrice en pedagoge

Dora van der Groen was een gids en inspiratiebron voor generaties toneelspelers.

Dora van der Groen in de tv-serie Tussen wal en schip (1979) Foto KIPPA

Ze heette de ‘moeder van het Vlaamse theater’ te zijn, maar zelf was ze altijd verbaasd over deze aanprijzing. Actrice, toneelpedagoge en filmster Dora van der Groen heeft generaties Vlaamse en ook Nederlandse toneelspelers en regisseurs opgeleid. Afgelopen zondag is Dora van der Groen op 88-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Geel overleden.

Het was haar overtuiging dat iemand als acteur wordt geboren, dus het acteren kun je niet echt leren. Het gaat om „waarachtigheid en waarheid”, zoals ze bij herhaling in interviews benadrukte.

Dora van der Groen werd in 1927 in Antwerpen geboren. Het gezin was van Nederlandse afkomst. Haar vader was cellist bij de opera. Als achtjarige volgde ze de muziekopleiding in Merksem, waar ze piano en cello studeerde. Op zestienjarige leeftijd besloot ze aan het theater te gaan.

Dora van der Groen begon haar carrière bij de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen, daarna speelde ze bij de Brusselse Koninklijke Vlaamse Schouwburg, de KVS. Al snel werd ze de steractrice van beide gezelschappen, totdat ze plotseling haar vertrek aankondigde. De reden: ze voelde zich onderworpen aan productiedwang en wilde meer diepgang en oprechtheid aan haar spel geven.

Een van haar eerste beroemde rollen is die van van de sensuele Blanche in Tramlijn Begeerte van Tennessee Williams. Haar speelstijl en dictie zijn hevig en rauw. In rollen zoekt ze de balans tussen „clowneske intimiteit” en „breedvoerige tragédienne”.

Al snel wordt ze een veelgevraagd filmactrice. In de verfilming van de novelle Het dwaallicht van Willem Elsschot vervult ze de zwijgende rol van mevrouw Laarmans, echtgenote van Laarmans die in de Antwerpse havenwijk een amoureus avontuur najaagt.

In Nederland verwerft Dora van der Groen bekendheid in Dokter Pulder zaait papavers (1975) van Bert Haanstra. En vooral dankzij haar indrukwekkende vertolking van de verstandelijk gehandicapte Pauline in Pauline & Paulette (2001) van Lieven Debrauwer.

In 1992 regisseert ze op verzoek van Ivo van Hove, destijds artistiek leider van het Zuidelijk Toneel, Thyestes van Hugo Claus met onder anderen Jeroen Willems en Hans Kesting. Haar opvattingen over „gevaarlijk” theater dat toeschouwers niet onaangedaan mogen bijwonen, komen in deze extreem heftige voorstelling tot uiting. Volgens Dora van der Groen moet theater „een frontale aanval van emoties” zijn. De zogenoemde Vlaamse Golf die in de jaren tachtig het Nederlandse theater overspoelt met verrassend oprechte, niet gekunstelde speelstijl is vooral aan haar te danken.

Vanaf 1978 was Dora van der Groen artistiek leider van de toneelafdeling van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen, later samengevoegd met Studio Herman Teirlinck. Haar lesmethode was veeleisend en streng. Ze vroeg van de aankomende toneelspelers volledige inzet en een grote authenticiteit. Niet elke leerling kon dat opbrengen.

Haar invloed op regisseurs, acteurs en actrices als Chris Nietvelt, Jan Decleir, Ramsey Nasr, Luk Perceval, Lucas Vandervost, Warre Borgmans en tal van anderen is groot. In een treffende vergelijking omschreef ze acteren eens als skiën: in de stilte van de hoge bergtoppen het gevaar opzoeken. „Net als bij toneelspelen, éven erover en het is helemaal fout.”

Haar beroemdste les aan haar leerlingen noemde ze de les van „de vijf P’s”. Acteren moet een toneelspeler doen met als inzet „poëzie, pijn, plezier, perversiteit en persoonlijkheid”. Met het overlijden van Dora van der Groen is het Nederlandse theater een belangrijke inspiratiebron kwijt. De stad Antwerpen opent „uit respect” een rouwregister voor haar.