Video’s in online krant als ‘onlosmakelijke aanvulling’

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: video’s en virtuele munten.

De opstellers dachten in 2010 een Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten te hebben gemaakt die future proof (toekomstbestendig) was. Maar ze rekenden buiten de snelle opkomst van breedbandinternet en andere multimediale vernieuwingen.

Zo bepaalt de richtlijn uitdrukkelijk, dat zij niet van toepassing is op elektronische versies van kranten. Maar wat als deze websites worden verrijkt met video’s over politieke, culturele, sportieve of economische gebeurtenissen, zoals de afgelopen jaren steeds uitbundiger gebeurt? Doen zij de traditionele televisieomroepen en/of de commerciële mediadiensten dan oneerlijke concurrentie aan?

De Tiroler Tageszeitung Online (www.tt.com) stuitte in 2012 op de Oostenrijkse toezichthouder, toen bleek dat zij toegang bood tot honderden video’s over lokaal en regionaal nieuws. De toezichthouder vond dat de online krant al die video’s niet zomaar op haar website mocht plaatsen.

In hoger beroep legde de Oostenrijkse bestuursrechter de ruzie voor bindend advies voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dat bepaalde eind oktober dat zulke video’s alleen op de website mogen worden geplaatst als zij „een onlosmakelijke aanvulling” op de elektronische versie van de krant zijn. Zijn de video’s daarentegen van de digitale kranteneditie losgezongen en hebben ze, in de woorden van het Hof, „een autonome inhoud en functie”, dan heeft de beheerder van de website zich te houden aan de richtlijn voor audiovisuele diensten en moet zijn videotheek worden behandeld als „mediadienst op aanvraag” met de afrekening die hoort bij een commerciële activiteit.

Het is, aldus het Hof, uiteindelijk aan de nationale rechters in de EU-landen, om te beoordelen of uitgevers van elektronische kranten zich bij het audiovisueel optuigen van hun websites aan dit onderscheid houden en wanneer zij de gevestigde tv-omroepen danwel de aanbieders van commerciële mediadiensten oneerlijk beconcurreren.