Toch is het jihadproces niet mislukt

Zijn het terroristen of vrome moslims? De straffen in het jihadproces vallen waarschijnlijk laag uit.

Een bezoeker bij de bunker, de speciaal beveiligde rechtszaal. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Het grootste terrorismeproces sinds de rechtszaak tegen de Hofstadgroep is voorbij. Vandaag was de laatste zitting in de zaak tegen een vermeende terroristische organisatie. Tien Haagse moslims staan terecht omdat zij op georganiseerde wijze jongeren zouden hebben opgeruid en geronseld voor de jihad in Syrië.

De jihadzaak, waarin de rechtbank volgende maand uitspraak doet, was een intrigerend inkijkje in de wereld van de verdachten die zichzelf niet als terroristen maar als vrome moslims beschouwen. Aanwezigen werden regelmatig getrakteerd op een gemêleerde en bij tijd en wijle gruwelijke stroom berichten, foto’s en filmpjes die door de verdachten op sociale media waren geplaatst.

Wat heeft het proces opgeleverd?

Het Openbaar Ministerie eiste forse straffen. Zoals zeven jaar cel voor de charismatische hoofdverdachte Azzedine C. (33), die justitie als de leider van de groep ziet. Jongerenprediker Oussama C. (19) hoorde vijf jaar eisen; de webmaster van de groep, Rudolph H., zes jaar.

Maar nog tijdens het proces moest het OM een aantal nederlagen incasseren. Alle verdachten, op Azzedine C. na, werden door de rechtbank onder voorwaarden vrijgelaten. Dit wijst erop dat de straffen op zijn minst een stuk lager zullen uitvallen dan geëist. De kans is groot dat deze verdachten niet terug de cel in hoeven. Bovendien liet het OM zijn zwaarste aanklacht, ronselen, vervallen voor alle verdachten op één na. Wel worden zij als groep nog steeds verdacht van ronselen, maar of dit te bewijzen valt, is twijfelachtig.

Toch is het optreden van justitie in deze zaak niet meteen een mislukking als de rechtbank op 10 december tot lage straffen of zelfs vrijspraak komt. Een belangrijk neveneffect van de strafzaak – misschien nog wel belangrijker dan de strafzaak zelf – is dat de rust is teruggekeerd in de Haagse Schilderswijk. Daar veroorzaakte een groep jihadsympathisanten veel onrust. Het ingrijpen van justitie heeft een afschrikwekkend effect gehad op die groep. Na de arrestaties van de kopstukken in 2014 lijkt de groep haar activiteiten deels te hebben gestaakt.

De jihadistische propaganda op sociale media, met name afkomstig vanuit hetHaagse netwerk, is sterk teruggelopen. Dat is winst voor terreurbestrijders, want propaganda speelde een belangrijke rol bij de uitreis van jongeren naar Syrië. Daarnaast vinden sinds de aanhoudingen geen openlijke jihadistische manifestaties meer plaats. Ook dat heeft te maken met het ingrijpen van justitie: de Haagse verdachten worden gezien als drijvende krachten achter deze manifestaties. Mede door hun aanhouding kampt de jihadistische beweging in Nederland met een gebrek aan „organisatiecapaciteit” en „leiderschap”, stelde de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) maandag in zijn dreigingsanalyse.

Wat zijn de gevolgen voor de lange termijn?

Ongeacht de uitkomst van het proces heeft justitie dus een ferme klap uitgedeeld aan de jihadistische beweging. Wel is de vraag wat de gevolgen zijn op de langere termijn. Bij vrijspraak hebben de jihadverdachten meer dan een jaar onterecht vastgezeten in het allerzwaarste gevangenisregime. Hierdoor kunnen zij nog gefrustreerder en radicaler uit de gevangenis komen dan ze er in gingen. Daarnaast levert opsluiting status op in hun eigen kringen. De verdachten hebben geleden omwille van hun geloof en worden hierom beschouwd als een soort helden. Dit kan voor extra aanhang zorgen wanneer zij hun jihadistische activiteiten na gevangenschap weer zouden oppakken.