Poulencs Dialogues opnieuw huiveringwekkend

Zestien habijten liggen bij aanvang van Poulencs Dialogues des Carmélites, nu in reprise bij de Nationale Opera, levenloos op het podium. Zo wijst de regie van Robert Carsen al vooruit naar het slot, dat als het noodlot dreigend de hele opera overschaduwt: de executie van zestien Karmelietessen tijdens de Franse Revolutie.

Het is heugelijk dat de Nationale Opera bij het 50-jarig jubileum een van haar succesvolste producties herneemt. Carsens Dialogues, hier in 1997 voor het eerst te zien, werd door dertien landen ingekocht. Niet dat de sobere en aangrijpende productie sindsdien ongeëvenaard is gebleven – zie ook de briljante Brussels/Parijse productie van Olivier Py met een Franse topcast, recent op dvd verschenen. Maar Carsens enscenering is nog altijd verplichte kost voor regisseurs met horror vacui. Een groot podium, aan drie kanten afgezet door huizenhoge wanden, wordt spaarzaam gevuld door tientallen figuranten. Zij zijn de dreigende massa die de nonnen naar het schavot zullen slepen. Meestal is de vloer leeg, ruimte biedend aan de zusters die in gracieuze symmetrie bidden, strijken en hun gedetailleerd getoonzette dialogen zingen.

Ook is het mede Carsens verdienste dat de vrouwen ondanks hun uniforme gewaden sterke persoonlijke trekjes meekrijgen. Als Nieuwe Priores heeft Andrianne Pieczonka een scherpe hoogte maar die compenseert ze met een moederlijke uitstraling. Sabine Devieilhe is verrukkelijk als naïeve Constance die het liefst jong wil sterven. De aristocratische Blanche, op de vlucht voor de buitenwereld, is de introverte laatste aanwinst van het klooster.

In deze sleutelrol worstelt de niet ideaal gekozen Sally Matthews, hoe fraai ook haar timbre, met dictie en Franse uitspraak. Hartverscheurend is desondanks het moment waarop haar broer haar in het klooster opzoekt, door een rij van gesluierde nonnen van haar gescheiden blijft, en zonder afscheidsgroet weer vertrekt: Matthews buigt dubbel van pijn.

En dan heeft men de sterfscène van de Priores al moeten verwerken. Veteraan Doris Soffel, die het slotapplaus met grimmig gebalde vuist ontving, haalt alles uit de laatste momenten van de moeder overste die na dertig jaar klooster tóch bang is voor de dood.

Spijtig dat dirigent Stéphane Dénève wat nuchter blijft en het meestal adequate Residentie Orkest de rafelranden niet geheel kan wegpoetsen. Poulencs strategisch opgebouwde muziek verdient maximale verzorging. Zoete akkoorden worden steeds met dissonanten gekruid, de boze buitenwereld kruipt het heiligdom binnen.

Van een ondraaglijke schoonheid is de beruchte slotscène hoe dan ook. Boven een meedogenloos ronddraaiend ritmisch motief voeren vijftien nonnen een elegante choreografie uit en zingen het Salve Regina. Onregelmatig klinkt een gruwelijke guillotineslag en valt een stem weg.