Onstuimige Sara Kroos vuilbekt er grandioos op los

Sekteleider Charles Manson zette zijn volgelingen in 1969 aan tot gruwelijke moorden. In De familie Mansøn wordt zijn leven onderzocht. En cabaretier Sara Kroos blijft in haar nieuwe voorstelling nuchter onder haar depressie. Toch weet ze je goed te raken.

Ruiger, vuiger, wranger. In haar nieuwe, achtste programma Doorgefokt zet Sara Kroos een tandje bij. Het tempo ligt hoog, geen mogelijkheid tot een grap blijft onbenut en haar verhaal is tot in detail gestructureerd – ragfijn afgesteld door vaste regisseur Jessica Borst. De humor is pittig en heerlijk vunzig. In de toegift – Liklied, een pornografische lofzang op wat ze kan met haar tong, een heuse befserenade – zet ze dat nog eens extra aan.

Navertellen waar Kroos het over heeft, doet aan de kracht van optreden weinig recht. De onderwerpen zijn er om Kroos te laten zuchten, vuilbekken en tieren – wat ze kan als de beste. Tot wat haar ergert en boos maakt, behoren onder meer de hemeltergende saaiheid van musea, de duivelse verlokking van snoep en chips bij pompstations (‘het hutje van satan’) en de verregaande bemoeizicht van landgenoten in het buitenland. Kroos maakt er onvergetelijke, explosieve nummers van.

Het serieuze thema waar de 34-jarige cabaretière het wel degelijk over wil hebben, laat ze maar af en toe opkomen: de systeemfouten in ons hoofd of lichaam waardoor mensen niet goed functioneren. Iedereen heeft wel iets, stelt ze. De tuttige inzet over een koffiezetapparaat dat het niet doet, omdat het aangeeft dat het afvalbakje vol is, blijkt een mooie metafoor voor haar eigen depressie.

Dat zit in de familie, ze blijft er nuchter onder. Ook als ze vertelt over de borstamputatie van haar moeder. Maar potdorie, met die no-nonsense benadering weet ze je wel een paar keer goed emotioneel te raken.

Haar gevoeligheid bewaart ze voor haar liedjes vanachter de piano, die ze steviger en ronder dan ooit lijkt te zingen. Ook daarin kiest ze voor ritme en swing, door de bijdrage van een drummer, Rutger Hoorn. In Stuk laat ze horen hoe ze omgaat met haar aandoening : „Ik kan mijn hele leven wachten op god weet ik veel, maar dit is wat het is, heel mooi maar niet mooi heel.” Kroos bewijst andermaal tot de top te behoren.