Ongepolijste zeldzaamheden op Sonneveld-box

De verzamelbox Op de Plaat bevat liedjes die Wim Sonneveld op zijn 17de opnam. Die zijn ruim tachtig jaar na dato niet echt geschikt om lekker naar te luisteren.

Oeuvrebox Sonneveld: van melodieuze studio-opnamen tot ongepolijste voorzingsessies.

Helemaal achteraan, op het eind van de veertiende cd in de pas verschenen box Wim Sonneveld op de plaat, staat een handvol zeldzaamheden. Al op zijn zeventiende, in 1934, liet de prille chansonnier een paar liedjes vastleggen in een opnamestudio in Amsterdam. Handelsplaten waren dat vermoedelijk niet; de ambitieuze jongeman zal ze wellicht hebben gemaakt voor eigen gebruik – om uit te delen aan zaaleigenaren en impresario’s die hem zouden kunnen contracteren voor optredens. Op de voorkant zong hij het tere troubadoursliedje ‘De schooier’ van de destijds in dichterlijke wijsjes gespecialiseerde Manna de Wijs-Mouton. En op de achterkant stond een poging zichzelf ook als internationaal inzetbaar artiest te presenteren, met het schalks bedoelde nummertje ‘Kissing Song’, waarvan de herkomst niet meer te achterhalen valt. Erg genietbaar zijn deze opnamen, ruim tachtig jaar na dato, allerminst. Zo’n hypergedistingeerde voordracht laat zich nu nauwelijks meer aanhoren. Maar curieus zijn ze wel. En ze vormen een betekenisvolle afsluiting van dit omvangrijke oeuvre-overzicht. Wie eerst alle hoogtepunten heeft beluisterd, krijgt ten slotte ook nog even te horen hoe het allemaal was begonnen.

Tien jaar geleden verscheen er ook al zo’n Sonneveld-box: de zestien cd’s omvattende verzameling Ik zou nooit iets anders willen zijn. De nummers waren toen thematisch gerangschikt. De nieuwe box, met hoor- en zichtbare zorg samengesteld door Frank Jochemsen, houdt vast aan de chronologische volgorde van de langspeelplaten die Wim Sonneveld tijdens zijn leven heeft gemaakt – aangevuld met enkele singles en allerlei andere opnamen, waaronder diverse plaatjes die voor reclamedoeleinden werden geproduceerd. Zoals een drietal conferences als pompbediende, voor het benzinemerk Gulf. Ze doen sterk denken aan zijn populaire orgeldraaierstypetje Willem Parel, uit de jaren vijftig, die in deze bloemlezing evenmin ontbreekt.

Beide boxen omvatten zo’n 400 nummers waarvan – volgens een berekening van de cabaretsite Zwartekat.nl – minder dan de helft overlapt. Die overlappingen gelden natuurlijk vooral veel studio-opnamen, waarbij opnieuw opvalt hoe melodieus Wim Sonneveld kon zingen. En hoe toegewijd hij was aan wat zijn tekstdichters hadden geschreven. De combootjes en de orkesten die hem begeleidden, vormen op zichzelf al een staalkaart van muzikale stijlen en smaken uit de decennia die hij omspande.

Een bijzondere toevoeging is een cd met repetitiebanden voor de door Sonneveld geschreven en geproduceerde musical De kleine parade, waarop hij de liedjes voorzingt die in de voorstelling door anderen werden vertolkt. Die hadden we hem zelf nog nooit horen zingen. Meestal klinkt daarbij alleen pianobegeleiding en soms zelfs dat niet – dan zingt hij louter met een metronoom. Gepolijst zijn die opnamen niet, ze dienden alleen maar om te demonstreren hoe de liedjes ritmisch in elkaar zaten en hoe erbij gedanst kon worden. Zo is de later door Leen Jongewaard vertolkte hit ‘Lieve Heer, doe mij een lol’ hier zodoende te horen in status nascendi.

Zulke opnamen lenen zich niet tot voortdurend beluisteren. Maar bijzonder zijn ze wel. En er staat meer dan genoeg tegenover om herhaaldelijk weer te willen horen.