Niet fraude, maar een inflexibele begroting is het probleem in de EU

De wijze waarop EU geld begroot, moet anders, vindt Alex Brenninkmeijer (Europese Rekenkamer).

Alex Brenninkmeijer

Activisme wil hij het niet noemen. „Ieder -isme is verdacht en zorgt voor een ideologische kleur”, zegt Alex Brenninkmeijer. Maar dat ‘zijn’ Europese Rekenkamer de status quo rondom de EU-begroting niet langer accepteert is duidelijk. „Gezien het gebrek aan geloofwaardigheid waarmee Europa nu kampt, moet er wel iets veranderen.”

Elk jaar controleren de in Luxemburg gevestigde Europese rekenmeesters of de EU-middelen wel goed worden besteed. En elk jaar trekken ze dezelfde conclusie. Uit het jongste, vandaag gepresenteerde jaarverslag van de Europese Rekenkamer blijkt dat ook in 2014 4,4 procent van de uitgaven onrechtmatig was. In 2013 was dat 0,1 procentpunt meer. En in de twintig jaar daarvoor is het plaatje nooit anders geweest.

Maar over die almaar terugkerende foutenpercentages wil oud-ombudsman Brenninkmeijer, die namens Nederland in Luxemburg zit, het eigenlijk helemaal niet hebben. „Want wat zegt het nou? Elke keer ontstaat de verleiding om te zeggen dat er geld over de balk wordt gesmeten en dat er fraude wordt gepleegd. Ook als wij er, elk jaar weer, met grote letters bij zetten dat dit niet zo is.”

Keiharde fraude is zeldzaam

Keiharde fraude komt niet vaak voor. Natuurlijk zijn er misstanden. Als een land (Frankrijk) verplichte openbare aanbestedingen overslaat om sneller geld te kunnen uitgeven of als een land (Polen) geluidsschermen aanlegt in lege gebieden. Maar dat gaat wat Brenninkmeijer betreft voorbij aan het echte probleem: dat de steeds voor zeven jaar vastgelegde EU-begroting uitermate inflexibel is. Europa kan daardoor alleen met de grootst mogelijke moeite inspelen op onvoorziene omstandigheden, zoals nu met de vluchtelingencrisis.

De Rekenkamer pleit vandaag dan ook voor „een geheel nieuwe aanpak”, waarbij meer rekening wordt gehouden met de strategische prioriteiten van de EU. Waarbij meer wordt gedeclareerd op basis van daadwerkelijk behaalde resultaten, en minder „op basis van bonnetjes”. De logica van ‘nationale enveloppes’, waarbij elk EU-land koste wat kost zijn bijdrage aan de Europese begroting zoveel mogelijk probeert terug te harken, moet worden doorbroken. Brenninkmeijer noemt die neiging om „overhaast” geld op te souperen „een van de ellendes van Europa”. „Het werkt fouten in de hand.”

Ook wil de Europese Rekenkamer dat er meer flexibiliteit komt bij het bepalen van foutenpercentages. Nu is het zo dat voor álle beleidsterreinen een ‘acceptabele’ foutnorm van 2 procent geldt. Maar is dat wel vol te houden voor meer risicovolle activiteiten, zoals buitenlands beleid of innovatie en onderzoek (R&D)? In die laatste sector voldeed 5,6 procent van de uitgaven niet aan de regels. Het terugdringen daarvan is moeilijk en kan de animo van onderzoekers om EU-geld te gebruiken ondermijnen. Brenninkmeijer: „De benadering one size fits all staat op gespannen voet met de grote complexiteit van EU-uitgaven.”

Brenninkmeijer vindt de regels voor EU-uitgaven ook te ingewikkeld. Of beter gezegd: te onvoorspelbaar. Bedrijven en instellingen worden gedurende de soms lange looptijd van een subsidietraject herhaaldelijk gecontroleerd, soms door de Europese Rekenkamer, maar ook door de Europese Commissie of door extern ingeschakelde accountants. Brenninkmeijer, nu bijna twee jaar in Luxemburg, ontdekte dat de regels daarbij niet altijd op dezelfde manier worden uitgelegd of toegepast. „Vervolgens wordt er wel gezegd: u heeft fouten gemaakt en, erger nog: we gaan geld terugvorderen. Wat eerst in orde leek, blijkt dat later niet te zijn. Zulke rechtsonzekerheid is een echte rem.”

Patstelling met de Commissie

Brenninkmeijer spreekt ook van een „patstelling” met de Europese Commissie en houdt ter illustratie het jaarverslag van de Rekenkamer omhoog. Dat is mede door de vele commentaren die de Commissie erbij heeft laten zetten extra dik geworden. „Kilometers lange teksten, en dat systematisch. Je ziet dat de Commissie enorm inzet op ‘de bestrijding van’ en dat is echt jammer.” Volgens de oud-ombudsman is elke overheid afhankelijk van goede feedback, die vervolgens moet leiden tot een „leercirkel”. In Brussel ontbreekt die nog.

De Nederlander wil van de EU-begroting ‘nieuwe stijl’ een speerpunt maken tijdens het Nederlandse (roulerende) EU-voorzitterschap, eerste helft 2016. Is dat realistisch? Wat de Rekenkamer vraagt is niets minder dan een cultuuromslag en lidstaten zijn daar op dit moment niet happig op. Toch ziet Brenninkmeijer kansen. „Migratie, energie, klimaatopwarming, terrorisme - op al die terreinen kan Nederland in zijn eentje niks. Dus moeten we naar Europa kijken.”