Column

Liever geen politici als toezichthouders

Hoedt u voor fusies met fantasienamen. Meavita. In luttele jaren draaiden bestuurders er 80 miljoen euro doorheen. Dat was meer dan er aan publiek gespaard vermogen was. Dus volgde bankroet waarna de overheid nog eens 37 miljoen uittrok om de verpleeghuis- en thuiszorg voor 100.000 burgers te redden.

Meavita moet een helse klus zijn geweest. Voor de bestuurders en de commissarissen. Voor de 20.000 werknemers, die via hun vakbond Abvakabo FNV naar de rechter gingen om wanbeleid te bewijzen. En voor de rechters van de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof zelf. Tussen het binnenskamers vaststellen van wanbeleid en de uitspraak op 2 november zaten zestien maanden. Zo moeilijk was het kennelijk om de motivatie op papier te krijgen. Schandalig lang. En het is makkelijk om te zeggen: meer geld voor meer mankracht voor complexe zaken als deze. Maar dat moet dan maar.

Het Meavita-wanbeleid is meer dan het plotse vertrek van voormalig president-commissaris Loek Hermans als Eerste Kamerlid en voorzitter van de VVD-senaatsfractie.

Hebben Hermans en de andere commissarissen te weinig tijd gestoken in hun werk en het als een erebaantje beschouwd, zoals je kunt afleiden uit bijvoorbeeld de reactie van FNV-bestuurder Gijs van Dijk? Ik geloof er niets van.

Banenstapelaars als Hermans blijken juist bij uitstek goed in tijdsplanning en het verstouwen van informatie. Nee, het gaat hier niet om tijd, maar om kwaliteit. Hermans komt uit het Meavita-dossier naar voren als een middelmatig toezichthouder, die hoeder wilde zijn van ongemakkelijke coalities in het bestuur dat achter elkaar fusies ondernam. Hij blijkt niet iemand die de daaruit voortvloeiende bloedgroepenstrijd beslechtte, onwillige koppen tegen elkaar sloeg en tekortschietende topmanagers tot de orde riep of aan de dijk zette. Het is eerder pappen en nathouden tot de volgende verkiezingen.

Daar komt bij dat in de publieke dienstverlening (zorg, corporaties, scholen) in het begin van deze eeuw nogal wat bazen en baasjes met grootse visies rondliepen. Met dito plannen. En beloningen en budgetten. En fusies. Om daar weerstand aan te bieden, moet je stevig in je schoenen staan, de rolverdeling scherp zien en kennis van zaken hebben. Dat is een handicap voor moderne politici. Zij willen graag de zaak bij elkaar houden, maar dat is nu net wat je niet nodig hebt bij opbloeiende probleemfusies als Meavita.

De kern van het falen van Meavita zit ’m in de ondeugdelijke fusies. Dat is, in weerwil van wat je dan leest over dit debacle, echt niet het alleenrecht van organisaties in wonen, zorg en onderwijs. Neem de overnames die RBS van een schattige Schotse bank in een wereldpartij transformeerden, met de overname van ABN Amro in 2007 als sluitstuk. Dat was nog eens echte marktwerking, inclusief juichende aandeelhouders. Met een kladderadatsch als slot. Of neem de bloedgroepenstrijd bij Air France-KLM, een fusie van elf jaar geleden.

De prikkels voor fusies of grote overnames zijn talrijk. Geld, roem, schaalvergroting, onderhandelingsruimte tegenover afnemers en opdrachtgevers, meer macht om prijzen te dicteren. Dit zijn weer van die tijden dat fusies de krantenkoppen beheersen. We zijn gewaarschuwd. De uitspraak van de Ondernemingskamer moet je niet lezen als veroordeling van banenstapelaars als Hermans, maar als pleidooi voor vakkundig besturen en toezicht houden, en als aanklacht tegen ondeugdelijke fusies.