In de lange rij voor het loket sneuvelen mijn principes

De grenshekken worden niet alleen in Europa hoger. De afgelopen 15 jaar is de papierwinkel in Zuid-Afrika alleen maar uitgedijd.

In Kaapstad is het afgeven van verblijfsvergunningen uitbesteed aan een bedrijf.

Ik sta net lekker in de rij. Voor mij een man of dertig, veertig. Congolezen. Zimbabweanen. Malawiërs. Nigerianen. Gelukzoekers, net als ik. Ieder jaar keert dit ritueel terug. Dan mag ik met de rest van Afrika in de rij voor een verblijfsvergunning, een map vol papieren en verklaringen onder de arm.

De grenshekken worden niet alleen in Europa hoger. Dat gebeurt aan deze kant van de wereld evenzo. In de vijftien jaar sinds de dag dat ik mij voor het eerst meldde als immigrant in dit land, is de papierwinkel alleen maar uitgedijd. Een vuistdikke pil van doktersverklaringen, longfoto’s, certificaten en contracten.

Het grote verschil met toen is dat je tegenwoordig niet meer in de muffe wachtruimte van Binnenlandse Zaken hoeft te wachten maar in de glanzende lobby mag zitten van een bedrijf dat zich VFS Global noemt. Volgens de website hebben ze dit soort centra in 122 landen, op vijf verschillende continenten. De privatisering van migratie.

De beveiliger stapt naar voren. „Is er hier iemand Premium-klant?”

De Zimbabweaan voor me begint te proesten. „Premium-klant? Hoe word ik Premium-klant?”

„Als je 500 rand extra betaalt.”

Een vrolijke rij

De rij wordt nu vrolijk. Dus voor iets meer dan 30 euro extra treed je hier toe tot de vips onder de migranten? Dan mag je vooraan in de rij. De Zimbabweaan rekent voor: „Ik betaal hier nu 1.350 rand voor ieder document dat ik aanvraag. Zelfs als het wordt afgewezen. Vroeger was dat gratis. En nu moet ik ook nog gaan betalen voor mijn plek in de rij?”

Hij houdt even stil. „Wat gebeurt er dan als ik 10.000 rand betaal? Word ik dan minister in het kabinet van Jacob Zuma?”

Vroeger heette zoiets corruptie. Je stak een ambtenaar een paar honderd rand toe, en dan mocht je ook vooraan. Dat soort omkoperij bestaat nog steeds. Een Zimbabweaan vertelde onlangs hoe hij zonder paspoort van Zuid-Afrika naar zijn thuisland reist. Voor nog geen 200 rand (13 euro) laat iedere grensbeambte hem door. Zijn verhaal voelde als een persoonlijke afgang. Ik ben de loser onder de immigranten in dit land, besefte ik. Met mijn papiertjes en gedoe.

Een collega van een groot Amerikaans tijdschrift had me dat gevoel al eens gegeven. Hij gaf het kaartje van een advocatenbureau in Kaapstad dat voor 15.000 rand (975 euro) een permanente verblijfsvergunning voor je regelt. Ik ging bij hen langs om na te vragen hoeveel wachttijd me dat zou schelen. Nog steeds twee jaar, volgens de consultant. En de benodigde papieren moest ik zelf regelen.

Afrekenen per minuut

Terwijl ik angstvallig op mijn horloge keek – het consult werd per minuut afgerekend – vroeg ik wat dan precies het voordeel was. „Wij hebben de contacten”, zei de advocaat. Dat systeem leek mij pas de echte corruptie in dit land. Advocaten. Ik bedankte haar voor de service en ging, trots, in de rij.

De beveiliger wijst de Zimbabweaan en mij aan. „Jullie mogen vooraan.” We kijken elkaar aan. „Heb jij iets betaald?” Hij niet. Ik niet. Kennelijk is de beveiliger de herrie in de rij zat en wil hij van ons af. Terwijl we plots vooraan staan, tekent een andere Zimbabweaan protest aan. „Wat is dit? Ik sta al uren in de rij, en nu mogen zij vooraan?”

De beveiliger gebiedt hem zijn mond te houden. Anders moet hij achteraan aansluiten. Ik aarzel even om de Zimbabweaan, die volkomen gelijk heeft, te hulp te schieten. Dan gaat de liftdeur naar VFS Global open en stap ik zonder een woord te zeggen in. Ik hoor nog net hoe achter mijn rug de ruzie aanzwelt. Migrantenapartheid. Het wordt tijd dat ik het principeloos omarm.