Hij hield vast aan zijn autonomie

Morgen vecht de directeur van De Appel in een rechtszaak zijn ontslag aan. De curator is intussen symbool geworden van een richtingenstrijd.

Foto ANP / BAS CZERWINSKI

Hij wordt de beste tentoonstellingsinrichter sinds Rudi Fuchs genoemd. Een bevlogen curator met een ongelofelijk oog voor detail. Iemand die „genereus, hartelijk en bescheiden” is en die zich volledig in dienst stelt van de beeldende kunst. Een „medeplichtige van de kunstenaar” met „visie, inhoud en baanbrekende ideeën”, die ook nog eens „scherp op de tijdgeest” zit en geëngageerd is.

In september werd Lorenzo Benedetti na amper een jaar als directeur van de Amsterdamse kunstinstelling De Appel ontslagen. Sindsdien is hij uitgegroeid tot een martelaar van de autonome kunst in een richtingenstrijd – sommigen spreken zelfs van een religieuze oorlog. Met aan de ene kant de kunstprofessionals die pleiten voor inhoud en experiment. En aan de andere kant de bestuurders die het economisch rendement en de bezoekersaantallen zouden laten prevaleren.

Na zijn ontslag startten galeriehouders en kunstenaars petities die zijn terugkeer eisten. De tutoren van de curatorenopleiding van De Appel legden uit protest hun functie neer. Het bestuur zei in een reactie echter de artistieke keuzes van Benedetti „volledig te steunen” en gaf aan dat het draait om een arbeidsconflict. Het vindt dat De Appel een leider had gemist, iemand die het personeel kan motiveren, die lijnen uitzet voor de toekomst en samenwerkt met gemeente en andere instellingen. De ware reden van zijn ontslag zal morgen duidelijker worden in de rechtszaak die Benedetti heeft aangespannen.

Benedetti, in 1972 geboren als zoon van een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder, komt voort uit de schoot van De Appel. Na zijn studie kunstgeschiedenis in Rome liep hij in 1998 stage bij de Amsterdamse instelling, het jaar daarop volgde hij er de curatorenopleiding. Martijn Verhoeven, coördinator aan de Koninklijke Academie in Den Haag en destijds medestudent bij De Appel, herinnert zich dat Benedetti zich dagenlang in de bibliotheek opsloot om onderzoek te doen naar de geschiedenis van De Appel. „Hij is ongelofelijk studieus, iemand die nooit genoeg krijgt van boeken. Toen hij directeur werd, was dat een droom die uitkwam.”

In museum Marta in het Duitse Herford, waar Benedetti in 2006 hoofdcurator werd, werkte hij direct onder de Belgische directeur Jan Hoet. Hij heeft dezelfde bevlogenheid als de legendarische Vlaming, zeggen zijn vrienden. „Alles draait bij hem om de liefde voor de kunst.”

In 2008 werd hij directeur van de Vleeshal in Middelburg, waar hij grote internationale namen als Nedko Solakov, Jimmie Durham en Olaf Nicolai naar Zeeland wist te halen. En nadat hij in 2013 samen met Mark Manders de Biënnale in Venetië mocht doen, werd hij in Middelburg op handen gedragen. Kunstenaars die in de Vleeshal met hem samenwerkten, prijzen hem als een echte kunstenaarscurator, die graag en lang praat over hun werk. „Als je met hem een tentoonstelling maakt, is het echt een samenwerking”, zegt Loek Grootjans, Zeeuws kunstenaar. „Hij weet alles van hedendaagse kunst, hij kent iedereen.”

„De tentoonstellingen die hij neerzette, waren prachtig”, beaamt Liesbeth Labeur, die in 2014 een solo kreeg. Maar als vrijwilliger van de Vleeshal zag ze ook de andere kant. „Organisatorisch is Benedetti niet zo sterk. Het opbouwen van exposities ging meestal nogal rommelig. Vaak zat hij in het buitenland, terwijl er wel knopen moesten worden doorgehakt. Als je hem belde met een moeilijke vraag, reed hij net een tunnel in. Bij zijn laatste expositie in de Vleeshal, van de drie Zeeuwse kunstenaars Nicole Bianchet, Tamara Dees en Kees Wijker, was hij niet bij de keuze van de werken, niet bij de opbouw en niet bij de opening aanwezig. Dan word je als kunstenaar wel erg in het diepe gegooid.”

Onder zijn leiderschap verloor de Vleeshal in 2013 zijn rijkssubsidie, omdat het onvoldoende eigen inkomsten haalde. In de jaren daarvoor waren er onder andere vanuit de Raad voor Cultuur waarschuwingen geuit. Bovendien waren er in Zeeland pogingen gedaan om kunstinstellingen samen te laten werken, die door dreigende overheidsbezuinigingen in de knel zouden komen. Maar Benedetti zag dat niet zitten. „Hij hield vast aan de autonomie die hoort bij de Vleeshal”, zegt Onno Bakker, directeur van Willem3 in Vlissingen, dat eind dit jaar moet sluiten. „Hij is niet de persoon die dan zegt: hoe zullen wij het samen voor elkaar krijgen? Ik kan niet zeggen dat zijn opstelling heeft bijgedragen aan een fusie.”

De gesprekken over een samenwerking met onder meer CBK Zeeland waren op initiatief van het provinciebestuur. „Benedetti vond het flauwekul, het ging alleen maar om de kunst”, zegt gedeputeerde Ben de Reu (PvdA). „Hij wilde ook niet luisteren naar voorzitter Joop Daalmeijer van de Raad voor Cultuur die voorstelde om toegang te heffen, om zo aan de eigen inkomstennorm te voldoen. Als directeur van een kunstinstelling moet je je wel kunnen verhouden tot politieke ontwikkelingen. Dat heb ik niet zo gezien bij hem.”

De autonome opstelling van Benedetti bij de Vleeshal was geen groot geheim, zegt Marinus Boezem, Middelburgs bekendste kunstenaar. „Het bestuur van De Appel wist dus wat het in de kuip had toen het hem aanstelde. Hij heeft een intellectualistische kant. Hij is geen vergadertijger.” Nee, een manager is hij niet, zegt ook Martijn Verhoeven: „Hij is niet iemand die meegaat met enige vorm van artistiek populisme. Het gaat hem om de inhoud van de kunst, niet om zoveel mogelijk mensen binnen te krijgen.” Grootjans: „Hij is inderdaad een beetje chaotisch. Maar wat geeft het. Dat eigene, het excentrieke van de kunst, staat al zo onder druk. Als kunstenaar denk je niet aan bezoekers, je denkt alleen aan de kunst. Dat geldt ook voor Benedetti. Je wilt iets maken wat van belang is.”