Het orkest van Enschede gokte en verloor

Een van de grote orkesten stelt zijn ambities drastisch bij. Het wil zich alleen nog richten op Overijssel.

HET Symfonieorkest (het orkest gebruikt zelf deze hoofdletters in zijn naam) stapt af van zijn ambitie om buiten Overijssel op te treden. Het wil zich vanaf 2017 concentreren op de eigen provincie en minder concerten dan voorheen spelen. Fuseren wil het vooralsnog niet, maar intensiever samenwerken met Het Gelders Orkest, de Nederlandse Reisopera en andere partners wil het wel graag. Dat blijkt uit een brief die de raad van toezicht vandaag heeft gestuurd aan Provinciale Staten. De toezichthouders reageren daarmee op een kritisch rapport van adviesbureau Berenschot, dat het orkest doorlichtte op verzoek van de provincie.

Uit dat rapport blijkt dat het vroegere Orkest van het Oosten aan de rand van de afgrond staat. Het eigen vermogen is inmiddels negatief. Het rijk haalde per 2013 37 procent van de subsidie af: die ging van 5,5 miljoen euro naar 3,5 miljoen. Tegelijkertijd zette de provincie de jaarlijkse subsidie van 375.000 euro stop. Omdat het orkest verwachtte het gat pas in 2018 dicht te hebben, kreeg het 8,3 miljoen euro ter overbrugging.

Het orkest koos na de bezuinigingen niet voor een krimpscenario, zoals andere orkesten, maar voor groei. Het wilde één van de beste orkesten van Nederland worden en meer publiek bereiken, niet alleen in Overijssel maar ook in andere delen van het land en in het buitenland. Het orkest had in 2018 volledig onafhankelijk moeten zijn van de provinciale subsidie en zette fors in op het trekken van private geldschieters.

Een ambitieus businessplan schetste in 2010 hoe het orkest meer publiek, meer sponsors en meer particuliere gevers zou trekken. Berenschot concludeert dat er sprake was van „illusies in plaats van ambities”. De bezoekersaantallen stegen wel, onder meer door educatieve activiteiten, maar de inkomsten gingen niet omhoog. Sponsors en particuliere schenkers werden niet gevonden.

Gegokt en verloren, luidt samengevat de analyse van Berenschot. Andere symfonieorkesten, zoals het Gelders Orkest en het Residentie Orkest, kozen, geconfronteerd met de bezuinigingen op hun subsidies, voor een behoudender koers. Zij zetten vaste contracten van musici om in flexibele dienstverbanden en concentreerden zich op hun eigen regio.

Henk Kesler, voorzitter van de raad van toezicht van HET Symfonieorkest, vindt de vergelijking die Berenschot maakt niet helemaal eerlijk. „Inkrimpen zoals andere orkesten deden, was bij HET Symfonieorkest niet mogelijk, omdat het al veel kleiner was. Met minder dan de 50 musici die het nu heeft kom je onder de ondergrens voor een symfonisch orkest.”

Volgens Berenschot kan het orkest alleen overleven als het terugschroeft naar een minimaal businessmodel, waarbij het zich concentreert op de eigen regio. De raad van toezicht heeft twee scenario’s ontwikkeld die hierop aansluiten. Kesler: „Ze moeten nog worden doorgerekend, maar in de meest bescheiden variant is zo’n 5,35 miljoen euro per jaar nodig om door te gaan als zelfstandig symfonieorkest. Daarvan is 680.000 nog niet gedekt.”