Erken het eens: defensie is echt hard nodig

Morgen debatteert de Tweede Kamer over de Defensiebegroting. Europa heeft ernstig aan slagkracht ingeboet met een verwaarloosde defensie, waarschuwt Jonathan Holslag.

foto EPA/YURI KOCHETKOV

Dat landen als het onze zich lang geen zorgen hoefden te maken over hun militaire slagkracht had één eenvoudige verklaring: we waren veruit de sterkste. De Russen hingen in de touwen en de Amerikanen keken over onze schouders mee. We mochten dan onze neus ophalen voor de kortzichtige Amerikaanse interventie in het Midden-Oosten; zolang de Amerikanen er waren hoefden wij tenminste niet zelf na te denken over zaken als veiligheid en afschrikking. De ideale combinatie dus. We konden ons als Europeanen superieur wanen als voorhoeder van de zachte macht en hoefden onze verantwoordelijkheid zelf niet te nemen op het gebied van harde macht.

Voor het grootste deel van de Europeanen begint het nu stilaan te dagen dat aan die situatie een einde is gekomen. Langs de hele Europese buitengrens werd nogal hardhandig een einde gemaakt aan het primaat van de zachte macht. Dat begon al in de jaren negentig met de Joegoslaviëcrisis. Daarna volgden de eigengereide Amerikaanse interventie in Irak, de Russische interventie in Georgië, de Arabische Lente, de implosie van het Midden-Oosten, de Russische interventie in Oekraïne. Het aantal doden als gevolg van oorlog is tussen 2005 en 2014 verdubbeld. De kans is klein dat er spoedig een einde komt aan de opwaartse dodencurve.

De wereld wordt dus onveiliger en de Amerikanen, zoveel is duidelijk, zijn minder geneigd om ons daartegen te beschermen. Al bij de interventie in Libië was die terughoudendheid zichtbaar. Dat de Russen in Georgië, Oekraïne en Syrië hun gang konden gaan, tekent eveneens de veranderende Amerikaanse prioriteiten. Op het moment dat de Russen hun gevechtsjagers boven Syrië inzetten, moesten de Amerikanen hun enige overgebleven vliegdekschip uit de Perzische Golf terugtrekken. Te zelfder tijd echter werd wel een oorlogsschip uitgestuurd naar de Zuid-Chinese Zee om daar de bezorgdheid over de toenemende Chinese invloed te tonen.

Meer onstabiliteit, minder Amerikaanse betrokkenheid: daar komt nog eens bij dat regionale grootmachten hun militaire inspanningen op een dramatische wijze aan het opdrijven zijn. Sinds de eurocrisis uitbrak, daalden de Europese defensie-uitgaven met ongeveer 34 miljard euro. In diezelfde periode stegen de defensie-uitgaven van de landen rondom de Europese unie met 101 miljard euro. Europa geeft nu minder uit aan defensie dan zijn buurlanden en als de bezuinigingen aanhouden, zal die kloof nog groter worden.

Dat heeft grote gevolgen voor de slagkracht. Terwijl Europa zijn gevechtstanks bij het oud ijzer zet, staan er in de buurlanden orders open voor liefst 4.000 nieuwe tanks. De totale vloot oppervlakteschepen en onderzeeërs zal tegen 2020 kleiner zijn dan de schepen die de landen rondom ons in de vaart houden. Waar het aantal gevechtsvliegtuigen in Europa de komende jaren met minstens 300 zal afnemen, groeit de vloot gevechtsvliegtuigen rondom ons met minstens 200 stuks. Saoedi-Arabië heeft binnenkort wellicht evenveel gevechtsvliegtuigen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samen. Rusland zal met zijn geplande luchtvloot van 800 moderne gevechtsvliegtuigen niet onderdoen voor zowat 900 Joint Strike Fighters, Rafales, Eurofighters en Saab Gripens die Europese landen bestelden.

Dat zijn uiteraard slechts cijfers, maar die cijfers hebben grote gevolgen. De geleidelijke opheffing van de Europese harde macht maakt het nog onwaarschijnlijker dat we door de Amerikanen, de Chinezen en de Russen ooit ernstig genomen zullen worden als betrouwbare en strategische partner, waardoor we minder zullen wegen in discussies over vrede en veiligheid.

Landen in onze achtertuin zullen sneller dan ooit naar alternatieve partners rennen, kijk maar naar Turkije, Egypte en Algerije. Nu de Amerikanen minder instaan voor veiligheid en Europa zich niet presenteert als alternatief, zullen anderen daarvan gebruik maken om hun invloed te versterken.

Het hoeft daarom niet te verbazen dat de lidstaten in de buitenrand stilaan bloednerveus beginnen te worden. Het gebrek aan afschrikking maakt hen een gemakkelijk doelwit van de intimidatiepolitiek die zowel Moskou als Ankara steeds vaker toepassen. Hybride oorlog dreigt die eerste verdedigingslinie verder te verzwakken, vatbaar te maken voor nationalisme, voor instabiliteit en voor externe invloed. De gordel van onzekerheid rondom Europa is een brandhaard geworden. Wie het belang van harde macht in zo’n context niet ernstig neemt, moet zich geen illusies maken over zachte macht, laat staan over de toekomst van de komende generaties Europeanen.