Einsteins vleugel

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Om Albert Einstein kan je deze maand niet heen, nu alles in het teken van honderd jaar algemene relativiteitstheorie staat. Maar als je in Princeton woont en zijn vleugel zich in je huiskamer bevindt, is hij elke dag aanwezig.

Iedereen kent Einstein als violist. Op zijn zesde begon hij met les en hij bleek een getalenteerde leerling. Toen hij beroemd was, gaf hij graag benefietconcerten op de mooiste podia van de wereld. Hij zei wel eens dat als hij niet voor de wetenschap had gekozen, hij musicus was geworden.

De liefde voor de muziek was hem met de paplepel ingegoten. Zijn moeder Pauline was een pianiste en bracht muziek in het gezin. Op de viool speelde hij louter het werk van anderen, bij voorkeur Mozart, Bach, Corelli en Schubert – zijn muzikale smaak stopte ergens halverwege de negentiende eeuw.

Maar achter de piano dagdroomde hij graag. Er doen vele verhalen over Einstein de ronde, en of ze allemaal waar zijn, weet ik niet. Maar een daarvan is dat hij al improviserend achter de toetsen het idee van de relativiteitstheorie uitwerkte.

Einstein kocht de Bechsteinvleugel toen hij in Berlijn woonde. Vaak musiceerde hij thuis met zijn vrienden. Toen hij in 1933 naar Amerika vertrok, op de vlucht voor de nazi’s, verscheepte hij zijn vleugel. Het kost me weinig moeite het instrument voor me te zien, dobberend op de oceaan.

In Princeton vulde de vleugel de kleine woonkamer van het witte huis op 112 Mercer Street. Ook hier kwamen vrienden en collega’s vaak bijeen om te musiceren. Na de dood van zijn stiefdochter stond de Bechstein ergens te verpieteren. Tot een mecenas zich erover ontfermde en het instrument in volle luister liet restaureren.

En nu staat hij hier als een grote zwarte vogel trots te glimmen. De klank is zacht en rond, ideaal voor zijn geliefde kamermuziek – wel eens beschreven als een intelligent gesprek tussen goede vrienden. Er is altijd wel een huisgenoot die achter de toetsen gaat zitten in de hoop al improviserend ideeën te krijgen.

Ik ben geïntrigeerd door het instrument, gebouwd in Berlin N.5.7. Johannisstrasse, zoals op het goudkleurige binnenwerk staat geschreven. Via de Einsteinarchieven in Jeruzalem en de C. Bechstein Pianofortefabrik AG heb ik geprobeerd meer te weten te komen over de vleugel. Een frustrerende zoektocht, vooral omdat een groot deel van de Bechsteinarchieven is vernietigd tijdens de bombardementen op Berlijn. Familieleden Edwin en Helene Bechstein waren grote sympathisanten van Hitler.

Vorige week stond met Halloween een jongetje met zijn kleine zusje voor de deur. Hij deed een stap naar voren, hief zijn zwaard en zei ernstig: „Trick or treat„. Ze mochten graaien in de snoeptrommel. Meteen haalde hij de toffee uit de wikkel en stak die in zijn mond.

„Hier staat toch Einsteins vleugel?”, vroeg hij luid smakkend. „Zeker wel”, zei ik. „Mag ik daar even op spelen?”, zei hij en duwde zijn zusje de gang in.

Daar zat hij even later, een klein roodharig ventje. Hij stroopte de mouwen van zijn Star Wars-kostuum op en begon te spelen. Twinkle, Twinkle, Little Star. Zijn beentjes bungelden onder de kruk.

„Mooi geluid”, zei hij, terwijl hij opstond. Daarna rende hij naar prinses Leia, die in de gang zoetjes op haar Milky Way kauwde. „Dank u wel voor het spelen”, riep hij nog.

’s Avonds laat, als ik de lichten doof, hoor ik nog wat naijlende muzieknoten in de huiskamer. Als ik de klep van de vleugel wil sluiten, voel ik hoe plakkerig de toetsen zijn.