Een nieuwe crisis ligt om de hoek

Amerikaanse econoom ziet grote zwakheden in financiële systeem. Hij waarschuwt Europa: voer niet opnieuw binnengrenzen in.

Juli 2015: Grieken staan voor een bankfiliaal in Athene, nadat door de eurocrisis de banken drie weken op slot zaten. Foto ORESTIS PANAGIOTOU / EPA

Waarom hebben de banken, zeven jaar na de val van Lehman Brothers, nog steeds niet voldoende kapitaal? Waarom is de markt voor derivaten, die ingewikkelde beleggingsproducten die zo’n grote rol speelden in de financiële crisis, nog amper gereguleerd? En waarom lukt het Europa maar niet zijn gemeenschappelijke munt goed te laten functioneren?

De zwakheden in het financiële systeem hebben hun wortels in het falen van politici en centralebankiers. En dat komt door misverstanden over de geschiedenis die zich in hun hoofden hebben genesteld, zegt Barry Eichengreen, hoogleraar aan de Universiteit van Californië in Berkeley. In zijn begin dit jaar verschenen Hall of Mirrors beschrijft de Amerikaanse econoom en historicus hoe mensen die grote beslissingen nemen in crisistijd, dikwijls op een dwaalspoor worden gebracht door hun ideeën over de vórige crisis.

Na ‘Lehman’ wilden westerse regeringen één ding koste wat kost vermijden: een herhaling van de Grote Depressie, die in de jaren ’30 had geleid tot massawerkloosheid in zowel de Verenigde Staten als Europa. „In een crisis vallen mensen instinctief terug op historische parallellen”, zegt Eichengreen in een gesprek bij De Nederlandsche Bank, waar hij vorige week de Tinbergenlezing gaf.

Met name de VS lukte het na 2008 aardig om een nieuwe Grote Depressie te vermijden. Met grootschalige stimuleringsprogramma’s slaagden de centrale bankiers in de VS en de Amerikaanse regering erin om de economie aan te jagen en de werkloosheid in toom te houden.

Maar, zegt Eichengreen: „Succes is de moeder van het falen”. Toen het jaren ’30-scenario was afgewend, dachten beleidsmakers dat de crisis „voorbij” was. De gevoelde noodzaak om de échte oorzaak van de crisis aan te pakken – de excessen in de financiële sector – ebde weg. Dat heeft de kiemen gelegd van een volgende crisis, zo waarschuwt Eichengreen in zijn boek.

Waar ziet u precies de aanleidingen voor een nieuwe crisis?

„Banken hebben nog onvoldoende kapitaalbuffers. We moesten de banken redden, maar die kregen zo wel de kans zich te hergroeperen en zich te verzetten tegen strengere regelgeving. Ook de markt voor derivaten blijft een probleem. De belangrijkste stap die is gezet, is om de afwikkeling van de derivatenhandel centraal te laten lopen bij zogenoemde ‘clearinghuizen’. Maar dat heeft het risico alleen maar geconcentreerd, bij een nieuwe reeks instellingen die too big to fail zijn. Daarnaast baseren toezichthouders zich nog steeds op de ratings van kredietbeoordelaars - Moody’s, Standard & Poor’s, Fitch – waarvan we uit de crisis weten dat ze onbetrouwbaar zijn. Al deze dingen gelden voor de VS en voor Europa.”

Waarom worden die problemen niet aangepakt? Vervaagt de herinnering aan de crisis nu al?

„Dat klopt. In mijn pessimistische dagen denk ik dat het te laat is, dat het ijzer gesmeed had moeten worden toen het heet was. In mijn optimistische dagen zie ik dat er veel schandalen zijn, waaruit blijkt dat een krachtiger aanpak van het financiële stelsel nodig is. Het Libor-schandaal [over manipulatie van rentetarieven door banken, red.], het schandaal over fraude met wisselkoersen. Die voortdurende affaires herinneren ons eraan, dat er niet een paar rotte appels zijn, maar dat het om structurele problemen gaat.”

Ook bij de oprichting van de euro speelden volgens Eichengreen historische misverstanden mee. In zijn boek noemt hij de creatie van de muntunie in 1999 „het allergrootste moment van verzuim om lessen te trekken uit de geschiedenis”. Dit met „rampzalige consequenties”: instabiliteit, werkloosheid, politieke spanningen.

Als Europese politici de aanloop naar de Grote Depressie hadden bestudeerd, hadden ze moeten concluderen dat verschillende landen niet in één monetair systeem passen. In de jaren 20 was er de Gouden Standaard. Nationale munten hadden vaste wisselkoersen, die aan de goudvoorraad waren gekoppeld. Dit stelsel gaf een „illusie van stabiliteit”, zegt Eichengreen. „In werkelijkheid werkte het plotselinge kapitaalbewegingen in de hand en beperkte het de vrijheid van regeringen om de crisis te bestrijden. Net als later in de euro.”

De bedenkers van de euro meenden destijds – volgens Eichengreen onterecht – dat juist het lóslaten van de goudstandaard in de vroege jaren 30 de problemen had opgeleverd. Op de goudstandaard volgde een chaotische reeks devaluaties.

Deze verwarring leverde, samen met de Europese hang naar politieke eenwording, de euro op. Eichengreen: „Ideologische motieven hebben vaak de overhand, niet wat economisch zin heeft”.

Moet Europa de euro dan ontmantelen, net als de Gouden Standaard?

„Dit is veel moeilijker dan bij de Gouden Standaard. De euro bijeenhouden is kostbaar, maar het ontmantelen ervan is nog veel kostbaarder. De euro zal blijven bestaan. Er zit niets anders op dan de eurozone goed te laten functioneren.”

Hoe moet Europa dit doen?

„De euro repareren is eigenlijk simpel. Europa heeft een normale centrale bank nodig, die als lender of last resort [geldschieter in nood] optreedt. Onder Mario Draghi is de Europese Centrale Bank dit eindelijk aan het worden. Onder diens voorganger Jean-Claude Trichet was de ECB alleen bezig met inflatie, nu bekommert zij zich ook over het financiële systeem en verschaft zij liquiditeit als dat nodig is. Eén probleem wordt dus alvast opgelost.

„Ten tweede: Europa moet iets doen aan alle opeengehoopte schuld. De Griekse schuld zal moeten worden geherstructureerd, maar ook die van andere landen, denk aan Italië.

„Ten derde: als dat is gebeurd, kan het begrotingsbeleid weer terug naar het nationale niveau. Het idee dat de Europese Commissie landen kan vertellen hoeveel ze moeten uitgeven, zal niet werken.

„En ten vierde: Europa heeft een echte bankenunie nodig. Nu heeft het een halve bankenunie, zonder gemeenschappelijk depositogarantiestelsel, zonder een depositogarantiefonds en zonder een gemeenschappelijke toezichthouder voor álle banken [de ECB let alleen op de grote banken, red.].”

Zegt u nu dat het begrotingsbeleid terug kan naar de lidstaten? In Europa zeggen velen juist het idee dat dit meer centraal moet worden geregeld.

„Ik denk niet dat Nederland er trek in heeft dat Brussel in Den Haag het begrotingsbeleid gaat bepalen. Er is géén behoefte aan een politieke unie, noch in Nederland, noch elders. Maar het hoeft ook niet. Als de schuldenlast van eurolanden eenmaal is weggenomen, kan de verantwoordelijkheid voor begrotingen weer nationaal worden. Dan neem je de no bail out -clausule in het EU-verdrag [waarin staat dat landen elkaar bij een faillissement niet mogen bijstaan, red.] weer serieus. Als Nederland failliet zou gaan, zou dat een probleem zijn voor Nederland. Net als in de VS: Puerto Rico en Californië weten ook dat ze niet gered zullen worden.”

De Europese eenheid staat nu om een heel andere reden onder druk: door de vluchtelingencrisis dreigt de vrij-reizenzone Schengen te bezwijken. Wat vindt u hiervan als econoom?

„Ik maak me daar grote zorgen over. Ik denk dat dit economisch schadelijk zou zijn. Of de euro meer voordelen dan nadelen heeft gehad, daar kun je eindeloos lang over doorpraten. Anders is dat bij de Europese interne markt. Het is volstrekt duidelijk dat deze gemeenschappelijke markt aanzienlijk heeft bijgedragen aan de groei en de werkgelegenheid in Europa. Als bijvoorbeeld Oostenrijk een hek gaat bouwen aan de Hongaarse grens, en trucks moeten worden geïnspecteerd, dan zal dat de werking van de interne markt in de weg staan.

„De vluchtelingencrisis heeft voor Europa mogelijk grotere consequenties van de val van de Muur. Jullie hebben nog maar een begin gezien van wat er gaat komen. Dit is een eerste regendruppel in een grote storm.”