De filosoof van de verontwaardiging

André Glucksmann (1937-2015), de ex-maoïst die luis in de pels van links-Frankrijk werd

Andre Glucksmann op 18 augustus 1977 in Parijs. Foto AFP

Hij werd een van de gezichten van mei 1968. Maar gevraagd naar hoe hij bij de studentenrevolte in Parijs betrokken raakte, gaf de maandagnacht op 78-jarige leeftijd overleden André Glucksmann steevast hetzelfde antwoord: vanwege een mooi meisje. Zijn latere vrouw Françoise had gedreigd hem te verlaten als hij niet met haar op de barricaden ging staan. Zijn keus was weinig principieel of ideologisch.

Hij was met zijn dertig jaar bovendien al een stukje ouder dan veel andere revolutionairen die zich tegen de heersende Franse politiek keerden. De zoon van Joodse ouders uit Oost-Europa die in 1933 naar Frankrijk waren uitgeweken, was in 1961 afgestudeerd als filosoof. Hoewel hij in communistische kringen verkeerde, was hij eind jaren zestig aan de Sorbonne assistent geworden van de niet erg links angehauchte socioloog en filosoof Raymond Aron.

Onder diens vleugels had hij in 1967 zijn Le Discours de la Guerre gepubliceerd, over nucleaire afschrikking in het licht van de Vietnamoorlog. Een korte periode als maoïst, begin jaren zeventig, gaf hem vervolgens voldoende munitie om een leven lang luis in de pels van Frans links te zijn, schreef het uit de 68-beweging voortgekomen dagblad Libération ietwat bozig in 2007.

Wat hem naar eigen zeggen de ogen had geopend, was Solzjenitsyns Goelag Archipel, dat in 1973 in het Westen verscheen. In La cuisinière et le mangeur d’hommes uit 1975 betoogt Glucksmann dat het marxisme onvermijdelijk tot totalitarisme leidt.

Inmiddels stond hij met onder anderen Bernard-Henri Lévy bekend als een van de ‘nieuwe filosofen’. Zij hadden behalve hun fixatie op het kwaad in de politiek gemeen dat ze de filosofie uit de studeerkamers trokken en tot een publieke zaak maakten.

Dat leidde in 1979 tot een eerste bezoek aan het Elysée, waar toen Valéry Giscard d’Estaing president was, in een poging bootvluchtelingen uit Vietnam op te nemen. Glucksmann nam onder anderen zijn leermeester Aron en Jean-Paul Sartre mee, maar die twee zeiden volgens de reconstructies weinig toen ze bij de president aan tafel zaten. Toen Glucksmann sprak over een „Auschwitz liquide”, een vloeibaar Auschwitz, ging Giscard overstag en kwamen er visa voor de vluchtelingen.

Het was niet de laatste keer dat Glucksmann pleitte voor interventie. Voormalig Joegoslavië, Tsjetsjenië, Libië en recent nog Syrië zouden volgen. Glucksmann werd, meer dan om zijn denkwerk, bekend als ‘filosoof van de verontwaardiging’, kopte Le Monde dinsdagavond. In 2003 keerde hij zich tegen de volgens hem slappe houding van president Chirac, die weigerde de Amerikanen te steunen in Irak. De rechtse presidentskandidaat Nicolas Sarkozy was volgens hem een man die kon breken met die geschiedenis en als waar atlanticus en interventionist een veiliger wereld voorstond.

Volgens zijn vriend Daniel Cohn-Bendit zag Glucksmann Sarkozy daarom als een „voortzetting van mei 1968”, als iemand die wilde breken met de gezapigheid. Maar met Glucksmann in zijn gehoor keerde diezelfde Sarkozy zich in 2007 in de verkiezingscampagne fel tegen de erfenis van de soixante-huitards, die met hun losse moraal volgens hem de samenleving hadden ontwricht. „Daar moest ik om lachen”, zei Glucksmann later. De echte breuk met Sarkozy kwam pas in 2009, toen Sarkozy toenadering zocht tot de Russische president Vladimir Poetin: voor hem het nieuwe gezicht van het kwaad. 

Lees ook: '68 léék alleen maar links

Lees ook: 'Duitsers, uw oordeel over Mururoa verbijstert'