Cameron wil ‘eerlijkheid’ van Europa

Onder welke voorwaarden willen de Britten in de EU blijven? Duidelijkheid gaf Cameron dinsdagochtend niet.

Tijdens zijn speech verwierp David Cameron de notie dat het hervormen van de Europese Unie een 'mission impossible' is. Foto Kirsty Wigglesworth/AP

Een spagaat. Dat is waar David Cameron, drie jaar nadat hij de Britten een referendum over hun lidmaatschap van de Europese Unie beloofde, nog altijd in verkeert. 

Een spagaat tussen binnenlandse wensen en Europese werkelijkheid. Tussen de eis van andere regeringsleiders die nu wel eens precies willen horen wát hij voor ogen heeft als hij het heeft over hervormingen, en Camerons strategie zo min mogelijk details te geven tot de onderhandelingen écht beginnen.

Tussen tonen dat lidmaatschap van de EU in het belang is van het Verenigd Koninkrijk, en laten zien dat het hem ernst is met zijn onderhandelingen, en hij alle opties inclusief Brexit, het verlaten van de EU, openhoudt.

Dinsdagochtend probeerde Cameron iedereen meer duidelijkheid te verschaffen, voorafgaand aan een brief aan Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, waarin hij hetzelfde zou doen.

Premier Cameron na afloop van zijn speech in Chatham House. Foto Adrian Dennis/AFP

Maar zijn toespraak was een herhaling van zetten. Opnieuw lichtte hij toe op welke vier terreinen het Verenigd Koninkrijk hervorming wil. Dat moet leiden tot een EU die Cameron kan aanbevelen aan de Britten. Voor het einde van 2017 stemmen zij in een referendum over de vraag of zij lid willen blijven van de Unie, of willen vertrekken.

Kernwoord op de vier terreinen is „eerlijkheid”. Zo moet de EU oog hebben voor de „verscheidenheid” van de verschillende lidstaten. Dat houdt erkenning in voor het feit dat de Unie een gemeenschap is met meerdere munten – dus niet louter de euro. Dat betekent dat een „trotse onafhankelijke natie” als het Verenigd Koninkrijk niet gedwongen kan worden tot „een steeds hechter verbond” als het daar niet in gelooft.

„Het antwoord is niet altijd méér Europa”, zei de premier. Hij verwees naar zijn „Nederlandse vrienden”: „Europees wanneer noodzakelijk, nationaal waar mogelijk.”

Ook op het terrein waar hij in eigen land moet scoren, EU-migratie, moet „eerlijkheid” worden hersteld. Want is het eerlijk dat de Britten wel immigratie vanuit niet-Europese landen kunnen beperken, maar niet van binnenuit de Unie?

Cameron verzekerde zijn Europese luisteraars dat hij „het principe van vrijheid van persoonsverkeer” niet wil „vernietigen”. Maar onderwijl hield hij zijn Britse luisteraars voor dat „de lessen uit het verleden” zijn geleerd. Het Verenigd Koninkrijk liet in 2004, als enige met Ierland en Zweden, werknemers uit de nieuwe oostelijke lidstaten toe, en de goed lopende Britse economie werkte als een magneet. In plaats van de geschatte 13.000 Oost-Europeanen kwamen er een half miljoen, en velen zijn gebleven. Arbeidsmigratie werd daardoor voor de Britten een van de meest zichtbare gevolgen van het EU-lidmaatschap.

 

De premier herhaalde dat hij wil dat Europeanen die zich in het Verenigd Koninkrijk vestigen om te werken, de eerste vier jaar géén aanspraak kunnen maken op belastingvoordelen voor werknemers, noch sociale voorzieningen als huisvesting.

Met name oostelijke EU-lidstaten zijn tegen het type immigratiehervorming dat Cameron voorstelt. Ze zien die niet alleen als een inbreuk op het vrije verkeer van personen, maar ook als een belediging. Lidstaten als Nederland pleiten juist voor aanpak van ‘uitkeringstoerisme’ door werklozen. Dit gaat om werknemers.

Voor critici had Cameron één boodschap: zijn hervormingseisen zijn „redelijk”. En bovendien heeft het Verenigd Koninkrijk als nettobetaler, als een van de grootste economieën in de EU, als grootste defensiemacht, „er recht op dat naar zijn zorgen wordt geluisterd”. Zo niet, dan blijft er niets anders over dan vertrekken.

In Japan sprak gisteren de Nederlandse premier zijn zorgen over een Brexit uit. In gesprek met persbureau Bloomberg, zei Mark Rutte dat het Verenigd Koninkrijk het risico loopt „een middelgrote economie in het midden van de Atlantische Oceaan te worden, in Amerika noch Europa.” Nederland is vanaf januari voorzitter van de Raad van Ministers. Een groot deel van de Britse onderhandelingen zullen tijdens dat voorzitterschap plaatsvinden.