Alarm om minder geld voor taal- en rekenachterstand

Lesmateriaal in een klaslokaal van een basisschool. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Schoolbesturen en gemeenten krijgen steeds minder geld voor kinderen met een taal- of rekenachterstand. Dat betekent dat duizenden kinderen straks geen extra lessen krijgen of naar de voorschool kunnen. Dat zeggen de PO-raad en de G4 die onafhankelijk van elkaar hierover alarm slaan bij de Tweede Kamer – die waarschijnlijk vandaag praat over het zogenoemde onderwijsachterstandenbeleid.  

Aan de ene kant zien basisscholen, voorscholen en peuterspeelzalen hun inkomsten slinken omdat het ministerie van Onderwijs bij de verdeling van het geld kijkt naar het opleidingsniveau van de ouders van de leerlingen. Dat niveau stijgt al jaren. En dus komt er steeds minder geld beschikbaar voor bijvoorbeeld taalprogramma’s en weekendscholen. Terwijl het aantal kinderen met een achterstand er helemaal niet minder op wordt, zegt de PO-raad – de vereniging van basisschoolbesturen.

Aan de andere kant zijn de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, de zogenoemde G4, bang dat ze een groot deel van het geld dat er nog is, kwijt zullen raken. Staatsecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) wil namelijk het budget anders gaan verdelen. Nu krijgen de vier grote steden het grootste deel van het beschikbare geld, dat gebruikt wordt voor onder meer voor- en vroegschoolse educatie (VVE) op voorscholen en peuterspeelzalen. Dat leidt tot grote kwaliteitsverschillen tussen kleine en grote gemeentes, meent Dekker. En dat moet anders.

Tot grote woede van de G4, die de wens van Dekker „kapitaalvernietiging” noemen. De grote steden hebben naar eigen zeggen flink geïnvesteerd in de kwaliteit. Ze zeggen dat ze bijvoorbeeld hoger opgeleid personeel op de voorscholen hebben aangenomen. De burgemeesters vrezen bovendien dat duizenden kinderen straks niet meer naar de voorschool kunnen. En dat leidsters op straat komen te staan. De gemeenten en de schoolbesturen zien het budget voor onderwijsachterstand de komende jaren teruglopen met in totaal 110 miljoen euro (50 miljoen minder voor de schoolbesturen, 60 miljoen minder voor de gemeenten) tot in 2020.

De PO-raad pleit voor een bevriezing van het budget, zodat het niet nog verder daalt. En wil een nieuw criterium voor de verdeling van het geld. Het opleidingsniveau van de ouders is geen goede graadmeter meer, zegt een woordvoerder. Volgens de definitie in het huidige beleid komt er pas geld vrij als ouders minder dan twee jaar middelbare school hebben genoten. „Inmiddels hebben de meeste mensen dat niveau wel binnen.”

De vereniging wil dat het ministerie voortaan kijkt naar de achtergrond van het kind. En het gezin; zijn er maatschappelijke problemen, zijn de ouders geestelijk gezond, wat is het inkomen, liggen de ouders in een (vecht)scheiding of zijn ze net gevlucht uit een oorlog of afkomstig uit Midden- en Oost-Europa? „Allemaal factoren die een rol spelen bij de schoolcarrière van een kind.”