Witte man die diversiteit sexy maakt

Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: het regenboogkabinet van de nieuwe Canadese premier Justin Trudeau. Zo brengt hij diversiteit in de praktijk.

Foto Reuters

Zelden komt er een politicus zo sexy als Justin Trudeau (43), de nieuwe premier van Canada. Hier zien we hem na afloop van een bokswedstrijd, terwijl hij zijn vrouw kust, tv-presentatrice Sophie Grégoire (40). Op zijn linkerarm een tribal-tatoeage, het design van een inheemse Canadese kunstenaar. Boksen is slechts een van z’n hobby’s, naast yoga, snowboarden en hasjroken. Zelfs zijn beleid is cool. Zo wil hij 25.000 Syrische vluchtelingen opnemen en marihuana legaliseren. Hij twitterde trots dat hij een ‘feminist’ is.

Maar de echte klapper kwam toen hij woensdag zijn kabinet presenteerde. Daar was iets geks mee: het was heel normaal samengesteld, precies representatief. Zo bestaat de helft uit vrouwen, en niet op lullige posten, maar ook Justitie enzo. Ook is zijn team een en al regenboogpiet, met een Inuit-minister; diverse aboriginals en Sikhs, een voormalig vluchteling uit Afghanistan. De groepsfoto is bijna een parodie op diversiteitsbeleid: met een rolstoeler; een uitgesproken homo; een ex-astronaut; een ex-gevangene; een paralympische zwemmer, een blinde jurist, een ooit van terrorisme verdachte ex-buschauffeur.

Alleen de transgender ontbreekt, verder kan iedere Canadees zichzelf opeens herkennen in de politiek. Alsof het de brede cast van Love Actually is – inclusief Hugh Grant, in de persoon van premier Trudeau zelf natuurlijk. Maar het was geen film of droom , het was echt. Ik knipperde met de ogen van zoveel geconcretiseerd idealisme. Het mooiste was zijn antwoord op de vraag van een journalist waarom hij dit allemaal deed, een representatief kabinet: ‘Omdat het 2015 is’. Punt.

Trudeau is even selfie-verslaafd als Kim Kardashian, las ik in een Canadese krant. Zijn blote bast is even vaak gefotografeerd als die van Poetin, want hij stuurt alerts aan de pers als hij gaat boksen of kanoën. Doet hij alles voor het beeld? Vast. Maar het netto resultaat is het meest diverse kabinet uit de historie van Canada. Zo maakt ‘mooiboy’ Trudeau diversiteitsbeleid sexy en uitvoerbaar tegelijk.

Bij ons is diversiteit iets van vermoeid zuchtende commissies. Ook in Nederland wordt diversiteit sexy, maar vooralsnog meer als lifestyle. Ons kabinet telt een handjevol vrouwen en nul niet-witten. Kleurtjes zijn leuk voor voetbalteams en de ABN- of Shell-werkvloer. Marihuana is bij ons wel gelegaliseerd, maar dat ontneemt soms het zicht op onze overige achterlijkheid: we scouten onze Justitieministers nog het liefst bij Minerva.

Hoe zou die achterstand komen? Deels natuurlijk omdat we houden van polderen. Bij polderen horen circuits. En bij circuits horen smoesjes (‘we kiezen op kwaliteit, niet op sekse of kleur’). Intussen werd het 2015.

Maar het komt ook door onze activisten. Ik bedoel dan activisten die beweren dat je eerst slachtoffer moet zijn, voordat je slachtoffers kunt helpen. Zaterdag bracht NRC een prominent profiel van een groep vrouwen die strijden tegen de witte man als default setting voor machtsposities. Een uitstekende missie. Maar een opmerkelijke tactiek. In de interviews kreeg filmmaker Sunny Bergman kritiek: omdat ze een documentaire had gemaakt tegen Zwarte Piet. „Hoort een witte vrouw zo’n film te maken?”, zei een van de geïnterviewden. „Ze had ook haar privilege kunnen delen en de film door een zwarte filmer laten maken. Ik wil haar alleen maar zeggen: jij bent hier geen slachtoffer van.” Een andere geïnterviewde: „Een witte persoon kan kosteloos tegen racisme zijn als die niet ook tegen white privilege strijdt.”

Witte mensen mogen alleen luisteren. Of eventueel troonsafstand doen. Witte mensen die de pijn van zwarten willen tonen, krijgen een tik. Dat lijkt me sancties heffen op empathie. En als je alleen met de autoriteit van slachtofferschap – van de minderheid dus – activist mag zijn, blijft de goede zaak dus per definitie een minderheidsstandpunt.

Een prachtige definitie van het genieten van ‘wit privilege’ luidt: het leven spelen in de ‘easy mode’. Minder obstakels hoeven nemen. Premier Trudeau is het prototype van zulk wit privilege. Hij werd geboren met een gigantische gouden lepel in de mond. Zijn vader was ook premier. Justin groeide op in de ambtswoning; premier worden was een kwestie van de boerderij overnemen.

Zijn grootste struggle was vermoedelijk het besef dat hij altijd in de schaduw van zijn enorme kruiwagen zou blijven staan. Het Johnny de Mol-syndroom.

Canada heeft nu een kleurrijk kabinet, met een stereotype witte man als premier — in die zin is alles nog bij het oude. Maar het is een witte man die zich feminist noemt. En daar naar handelt. Het is een witte man met een tattoo, gejat van een inheems volk – maar die zijn privilege daadwerkelijk ongekend gul uitdeelt aan alle minderheden.

Privilege lijkt me niet het punt, maar wat je er mee doet. Je hebt witte mannen nodig om hun hegemonie te doorbreken.