Winst ABN Amro stijgt aan vooravond van beursgang

Resultaat is vooral hoger door betere Nederlandse economie.

De winst van ABN Amro, dat binnenkort naar de beurs gaat, is in het derde kwartaal fors gestegen tot 509 miljoen euro. Vooral omdat de voorzieningen op slechte leningen sterk terug liepen, van 287 miljoen euro tot 94 miljoen euro, werd 13 procent meer winst gemaakt dan in het derde kwartaal van 2014. De bank profiteert daarmee, ook via het aantrekken van de hypotheekmarkt, van de verbetering van de Nederlandse economie.

Over de eerste negen maanden van dit jaar werd, gecorrigeerd voor eenmalige lasten, een verbetering van de winst gerapporteerd met 44 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, tot 1.652 miljoen euro.

De publicatie van de kwartaalcijfers is de opstap naar het prospectus voor de beursgang. Dat document werd vanmorgen nog niet vrijgegeven. De beursgang zelf wordt de komende weken verwacht. Dan verkoopt de staat, die sinds de financiële crisis volledig aandeelhouder is van de bank, in eerste instantie tussen de 20 procent en 30 procent van de aandelen aan beleggers.

In het vierde kwartaal zal de winst overigens flink lager uitvallen, omdat dan een speciale bankbelasting ten laste komt van het resultaat. Het netto-effect op de winst daarvan zal 210 miljoen euro zijn, aldus ABN Amro vanmorgen.

De resultaten van ABN Amro zijn van groot belang voor de waarde waartegen de bank naar de beurs gaat. Beleggers betalen een aantal malen de winst per aandeel, en hoe beter die winst hoe hoger de verkoopprijs. Ook de hoeveelheid dividend die de bank uitkeert is relevant voor de waarde van de bank. ABN Amro heeft eerder al gezegd te streven naar een stijging van de uitbetaling, van de huidige 40 procent van de winst naar 50 procent vanaf 2017.

De derde belangrijke pijler onder de beurswaarde is het eigen vermogen van de bank, de zogenoemde common equity tier one (CET1). Dat liep in het derde kwartaal verder op, tot 16.505 miljoen euro. Beleggers betalen op dit moment in de regel rond de één maal het eigen vermogen voor een bank. Dat kan hoger uitvallen naarmate de winstgevendheid, toekomstige winstgroei en efficiency beter zijn. Voor het beursgenoteerde ING betaalden beleggers volgens de beurskoers van vanmorgen 1,16 maal het eigen vermogen.

Van belang is om in de aanloop naar een beursgang een goede en stabiele ‘track record’ te laten zien: een stijgende lijn van resultaten en efficiency. De resultaten van ABN Amro van vanmorgen moeten ook in dit licht worden bezien.

Met de beursgang hoopt minister Dijsselbloem van Financiën een deel van de gemaakte kosten van de nationalisatie van ABN Amro in 2008 goed te maken. De bank, die toen net in drieën werd gedeeld na een vijandige overname door Banco Santander, Fortis en de Britse Royal Bank of Scotland, dreigde toen om te vallen. Officieel schat de staat 21,6 miljard te hebben uitgegeven aan de redding, hoewel ook hogere bedragen circuleren.

In het nog te publiceren prospectus zullen de eerste aanwijzingen te vinden zijn over de mogelijke beurswaarde die aan de bank wordt toegekend door het bestuur zelf en de banken die de beursgang begeleiden.