Column

Wij zijn een onhistorische natie

Begin vorige week is Ahmed Chalabi gestorven, in Bagdad. Hij is 71 jaar geworden. Kennen we zijn naam nog? Hij was een van de belangrijkste Iraakse adviseurs van president George W. Bush, hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij het uitbreken van de oorlog tegen Saddam Hoessein, hij verzekerde dat de dictator massavernietigingswapens en gifgas had. Zijn partij, het Iraaks Nationaal Congres, heeft tussen 1992 en het uitbreken van de oorlog honderd miljoen dollar van de CIA geïncasseerd. Hij was bevriend met Dick Cheney, Paul Wolfowitz en andere krijgshaftige politici. Kortom, Chalabi was een historische figuur.

Vandaar dat de New York Times een uitvoerig artikel aan zijn overlijden wijdde. Het geeft een overzicht van het voorspel tot de oorlog en de rol die hij daarin speelde. Niet gering. De krant citeert een rapport uit 2006 van een Senaatscommissie waarin wordt geconcludeerd dat de club van Chalabi leugens verspreidde over Saddams massavernietigingswapen, diens gifgas en z’n banden met terroristen om de Amerikaanse aanval te bevorderen. We weten hoe die onderneming is geëindigd.

Het levensverhaal van Chalabi is een eigentijdse geschiedenis waar ook Nederland bij betrokken is. In het voorspel tot de oorlog waarbij president Bush, gesteund door de Britse premier Tony Blair, het initiatief had genomen, volgde ons kabinet-Balkenende en de ministers Kamp en De Hoop Scheffer met ware hondentrouw. Het had anders kunnen gaan. Onze inlichtingendiensten, de AIVD en de MIVD, waren er allerminst van overtuigd dat Saddam massavernietigingswapens had en een kernbom wilde maken. Daarover is in deze krant destijds een onthullend artikel verschenen. Later hebben we de commissie-Drijver gehad, die de internationale juridische aspecten heeft onderzocht. Alles in orde.

Is daarmee dit hoofdstuk van de geschiedenis afgesloten? Voor de Nederlandse publieke opinie kennelijk wel. In Amerika zijn over de oorlogen in Afghanistan en Irak bibliotheken vol geschreven. Geen wonder. De oorlog in Afghanistan had als oorzaak de verwoesting van de Twin Towers – waarmee een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het Westen begon. Door George W. Bush is de strijd die daarop volgde catastrofaal verkeerd aangepakt. Het beste boek hierover vind ik dat van de Amerikaanse jurist Vincent Bugliosi, The Prosecution of George W. Bush for Murder, verschenen in 2008.

Om het verleden te onderzoeken hebben wij parlementaire enquêtecommissies. Die hebben nuttig werk gedaan. Maar Nederlanders zijn over het algemeen afkerig van onderzoeken die met het stellen en beantwoorden van de schuldvraag eindigen. Het sterkste voorbeeld blijft de kwestie van de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië tussen 1945 en 1949. Voor het eerst aan de orde gesteld door de Nederlandse luitenant Ko Zweeres in De Groene Amsterdammer, op 20 februari 1949, en nu nog een oorzaak van geweldige ruzies. Tussen toen en nu is het probleem herhaaldelijk uitvoerig en diepgaand besproken. Het heeft niet geholpen.

Terug naar Ahmed Chalabi. Een man met de carrière van een verrader. Hij werd raadgever en bondgenoot van het bewind van Bush. Dat de president en zijn neoconservatieve gezelschap hun oorlogsplannen op leugens hadden gebouwd, was al ruimschoots bekend voor het eerste schot in Irak viel. Maar de operaties gingen door, van mislukking naar mislukking. In de voorbereidingen en de eerste fase is Nederland daar ruimschoots medeplichtig aan geweest. Maar er zijn hier geen historici die zich daardoor uitgedaagd voelen. Wij zijn een onhistorische natie.