Column

Waar komen al die eikels vandaan?

De wandelaar in een eikenbos wordt dit najaar flink bekogeld door de vallende noten. „De inlandse eiken hebben substantieel meer eikels dit jaar”, bevestigt Gerrit Jan Spek, onderzoeker van Natuurlijk! Fauna-Advies. Spek houdt al jaren nauwkeurig bij hoeveel eikels en beukennootjes er in het najaar vallen in de bossen op de Veluwe. In jargon heet dat ‘de mast’, en van jaar tot jaar kan die aanzienlijk verschillen. Voor eiken in cultuurlandschap en in de stad kun je dit jaar wel spreken van een ‘volmast’ of zelfs een ‘extreme volmast’.

Waar komt die massaliteit opeens vandaan? Dat mysterie is nog niet opgehelderd, ondanks de decennialange aandacht van onderzoekers wereldwijd voor dit fenomeen. „Het heeft een stoet aan verklarende hypotheses opgeleverd, maar geen enkele is helemaal sluitend”,zegt hoogleraar plantenfysiologie Michiel Haring van de Universiteit van Amsterdam.

„Temperatuur en vochtigheid in het voorjaar zijn wel genoemd als oorzaak van de mast”, zegt Haring. „Eiken zijn windbestuivers. Bij droog weer kan het stuifmeel zich beter verspreiden en zal er meer bevruchting plaatsvinden.”

Maar dat kan lang niet het complete verhaal zijn, want bomen produceren in het ene jaar ook veel meer stuifmeel dan in het andere jaar. En allerlei ‘calamiteiten’ als late nachtvorst, hagel of insectenvraat kunnen de mast beïnvloeden.

Bosecoloog Jan den Ouden van de Wageningen Universiteit denkt dat ‘predator satiation’ een rol kan spelen bij het fenomeen. Door vette en magere jaren af te wisselen, houden bomen dieren die hun zaden opeten in toom, legt Den Ouden uit. „Bomen zorgen ervoor dat er in één jaar zoveel zaden zijn dat zij de dieren die ervan leven letterlijk overvoeren (satiation). Daardoor blijven er voldoende eikels over om uit te groeien tot nieuwe kiemplantjes, een strategie om verjonging te krijgen.”

En een boom kan de zadeneters niet élk jaar overvoeren. Het maken van zaad kost de boom heel veel energie, zeggen Den Ouden en Haring. Alles wat de boom in zaad stopt kan hij niet investeren in groei. Een mastjaar betekent dan ook dat de boom het jaar erop minder energie beschikbaar heeft, waardoor een tweede mastjaar minder waarschijnlijk wordt. „Een eik heeft de tijd”, zegt Haring, „Die kan best een jaartje overslaan om zijn zaad te verspreiden. Zo kan hij kan zijn energie opsparen om een gunstiger jaar af te wachten.”

En dan is er nog het verschijnsel noodbloei, waarbij bomen die het slecht hebben ineens heel veel zaad gaan produceren, als een soort van ultieme poging nog in hun nageslacht te blijven voortleven als hij zelf gaat sterven.

Maar bosecoloog Den Ouden denkt niet dat dit een grote rol speelt bij de grote eikelval van de laatste jaren. „Dat is meer een gevolg van de droge voorjaren die we nu al een aantal keer achter elkaar hebben gehad waardoor de bloemen volop bestoven werden.”