Veel strijd over wel of niet een echte Bosch

Waarom moesten twee musea in Madrid en Gent via de media horen dat hun geliefde werken van Bosch niet echt zijn?

Boven: het midden van De Zeven Hoofdzonden met centraal Christus die alles ziet. Daaronder: de zonden Woede en Wellust.

Nederlandse onderzoekers van het werk van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) haalden zich ruim een week geleden de woede op de hals van twee belangrijke buitenlandse musea. De onderzoekers van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP) waren tot de conclusie gekomen dat twee schilderijen uit die musea niet aan de meester zelf toeschreven kunnen worden. De Kruisdraging van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent en De Zeven Hoofdzonden van het Prado in Madrid zouden moeten worden afgeschreven uit zijn toch al zeer bescheiden oeuvre van een twintigtal schilderijen. Over de twee uit Madrid en Gent bestonden al langer twijfels.

Het nieuws kwam naar buiten via het tv-programma Nieuwsuur, dat op zaterdag 31 oktober uitpakte met de kwestie. Er werden fragmenten vertoond uit een documentaire die Pieter van Huystee in opdracht van de NTR maakte over het project, en BRCP-onderzoeker Matthijs Ilsink vertelde over de uitkomsten van het onderzoek. Hij vertelde over de afschrijving van de werken uit Gent en Madrid en over een vondst: een tekening in een particuliere collectie bleek volgens hem wel een authentieke Bosch.

Het nieuws werd overgenomen door vele media. Madrid en Gent voelden zich overvallen door het plotselinge rumoer over hun schilderijen. Het Prado reageerde in deze krant furieus. Pilar Silva, de Spaanse conservator van ‘El Bosco’, trok de expertise van de Nederlandse onderzoekers in twijfel en zei vooraf niet te zijn ingelicht over de uitzending.

Ook de directeur van het MSK, Catherine de Zegher, vindt de manier waarop de resultaten naar buiten zijn gebracht „eigenaardig”. „Ik heb het volledige onderzoeksrapport nog steeds niet toegestuurd gekregen”, zegt ze. „We zijn een week tevoren wel mondeling ingelicht over de uitkomsten, maar wisten niet dat het nieuws op zo’n sensationele manier naar buiten zou worden gebracht, zonder enige nuancering.” In Gent blijft het werk voorlopig toegeschreven aan Bosch. De Zegher: „Dit is het oordeel van een aantal onderzoekers. Er zijn ook onderzoekers die er anders over denken. Daar moeten we eerst met elkaar over verder praten.”

„Hoogst ongelukkig”, noemt de directeur van Het Noordbrabants Museum, Charles de Mooij, de manier waarop het nieuws naar buiten kwam. Hij zit met de kwestie in zijn maag. Het museum is noch opdrachtgever van het BRCP-onderzoek noch van de documentaire van Van Huystee, maar leende wel werken uit Madrid en Gent voor de Bosch-tentoonstelling volgend jaar in het museum. De onderzoekers van het BRCP legden met hun onderzoek de basis voor die bruiklenen.

Het Noordbrabants Museum had liever gezien dat de resultaten van het onderzoek pas eind januari, vlak voor de opening van de tentoonstelling bekend waren gemaakt, wanneer ook de wetenschappelijke publicatie over het onderzoek verschijnt. Maar het liep anders. De vondst van de tekening van Bosch stond op zaterdagochtend 31 oktober in de Volkskrant en het nieuws over de afschrijving van twee schilderijen werd diezelfde avond gebracht door Nieuwsuur.

De zaak was in een stroomversnelling gekomen doordat de documentaire van Pieter van Huystee was geselecteerd voor het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA). De film zou pas in februari 2016 voor het eerst te zien zijn, op televisie, als de NTR hem zou uitzenden in Het Uur van de Wolf. Maar de première op het IDFA is al op 20 november. Filmjournalisten kregen van Van Huystee op 26 oktober een link waarmee ze de film via internet konden bekijken.

Museumdirecteur De Mooij zegt dat hij bezorgd was toen hij enkele weken geleden een preview van de documentaire kreeg. „Toen wij de film zagen, werd ons duidelijk dat die ook enige voorlopige uitkomsten van het onderzoek bevatte. En toen wij hoorden dat de film al tijdens het IDFA te zien zou zijn, hebben we de onderzoekers van het BRCP gevraagd zo snel mogelijk in Gent en Madrid te vertellen wat er uit het onderzoek was gekomen.”

De Mooij is niet gelukkig met de inhoud van de film en voelt zich overvallen door het vroegtijdig naar buiten brengen ervan. De onderzoekers hebben volgens hem „niet de tijd gehad om de betrokken partijen op volledige en correcte wijze op de hoogte te brengen en daardoor is ook Het Noordbrabants Museum in verlegenheid gebracht bij haar partners.”

Volgens het museum is het gedetailleerde onderzoeksrapport wel degelijk al voor 22 oktober in Gent bezorgd, met de volledige documentatie. De Mooij: „Het Prado kon het samenvattend wetenschappelijk verslag nog niet krijgen, omdat de vertaling niet af was.” Van Huystee vindt het drukte om niks. „De onderzoekers zeiden: mooie film, dat heb je oprecht gedaan. Ze schrokken niet.”