Nicky Assmann kan topdebuut nog niet evenaren

Nicky Assmann, Radiant (2015). Foto Aad Hoogendoorn

Het jubelmoment ligt alweer vier jaar terug. Toen brak Nicky Assmann, afstuderend aan de interfaculteit ArtScience, niet alleen nationaal maar ook internationaal door met één enkel werk. Assmanns ruimtevullende, cinematografische installatie Solace sprong boven alle afstudeerwerken van Nederlands jongste kunstenaars uit doordat het zowel diepzinnig was als zo plat als een dubbeltje. Wie voor Solace plaatsnam, dompelde zich onder in een esthetisch walhalla, dat zowel afgrondelijk was als hypnotiserend om naar te kijken. Een geur van zeep prikkelde je neus. Je hersens kraakten over de vraag hoe dit technisch meesterlijke werkstuk nu precies in elkaar stak.

Die sensatie is er nog steeds, nu op de eerste solotentoonstelling van Assmann (1980) in het Rotterdamse TENT. Op Radiant, zoals de tentoonstelling heet, vormt Solace met zijn regenboogkleurige zeepgordijn en zijn projecties die het lege ‘niets’ tot een grandioos ‘iets’ maken, nog steeds het hoogtepunt. Dat betekent niet dat er na 2011 niets is gebeurd rondom de kunstenaar. Een hele rits aan uitnodigingen voor tentoonstellingen in binnen- en buitenland volgden, en een nominatie dit jaar voor de Prix de Rome. Solace is zo’n beetje de halve aardbol over gereisd, heeft er een klein zusje bij gekregen, en ondertussen is er ook nieuw werk ontstaan en nieuw onderzoek verricht. Want dat is wat een kruising tussen een kunstenaar en een wetenschapper doet.

Voor haar nieuwste filmwerk Liquid Solid (2015) – een opnieuw in alle kleuren van de regenboog meanderende, maar in wezen supersimpele registratie van het bevriezen van zeepvliezen bij een buitentemperatuur van onder de 22 graden – trok Assmann naar een onderzoeksinstituut in het noorden van Finland. Voor Aurora, dat niet voor niets de ondertitel ‘Studies’ draagt en eveneens dit jaar is gemaakt, ging Assmann twee rechthoekige koperen platen met gasbranders te lijf en behandelde deze vervolgens met patina. De corrosie die optrad, gaf het werk zijn uiteindelijke visuele identiteit: een voortdurende schakering van metallic kleuren op een minimalistisch plat vlak.

In dit proces van aan de ene kant nauwgezette beheersing onder laboratoriumomstandigheden, en aan de andere kant loslaten om te zien wat de natuur zelf doet, is Assmann nog sterk zoekende. Haar nieuwste werken zijn weliswaar groots, met het uit tien kleurige perspex platen bestaande Radiant (2015) als grootste, maar de visuele zeggingskracht en de filosofische diepgang die Solace kenmerken, ontbreken. Dat is niet iets om je wild van te schrikken. Iedereen weet hoe moeilijk het is om een topdebuut te overtreffen en om te accepteren dat je volgende werk niet per se je voorgaande werk overstijgt. Geduld, vlijtig onderzoek, stug volhouden is het devies, in de wetenschap dat over één, drie, vijf jaar vast weer iets geweldigs uit Assmanns handen gaat komen. Want dat talent heeft ze.