Mowgli de moordenaar

Deze week verschijnt er een nieuwe Nederlandse vertaling van de boeken over Mowgli en de dieren in de jungle. Vergeet wat je ervan denkt te weten (als je alleen de Disney-film hebt gezien).

Illustratie Tammo Schuringa, bewerking naar de originele beelden van W.H. Drake uit 1893

Jolig wandelt een jongetje met een rood lapje om zijn billen op handen en voeten door de jungle achter een zingende, dikke beer aan. Dat is het beeld dat de meeste mensen hebben wanneer ze aan The Jungle Book denken. Dat het boek van de jungle geen film is van Walt Disney, maar een 120 jaar oude verzameling verhalen van de Britse schrijver Rudyard Kipling (1865-1936) doet bij minder mensen een belletje rinkelen. Het boek werd in 1894 gepubliceerd, een jaar later verscheen The Second Jungle Book.

Omdat het dit jaar 150 jaar geleden is dat Kipling werd geboren (in het tegenwoordige Mumbai), is er onder de titel De jungleboeken voor het eerst sinds 1934 een integrale vertaling in het Nederlands verschenen van zowel de twee Jungle Books als van ‘In de Rukh’, een verhaal over de volwassen Mowgli, dat als toevoeging in de Penguin Classics-editie was opgenomen. Wie alleen de film kent, ziet dat de oorspronkelijke tekst weinig overeenkomt met de Disneyversie.

Kipling schreef in deze boeken namelijk naast de Mowgli-verhalen ook andere dierenverhalen. Zo is er een witte zeebeer die ontdekt hoe zijn zwarte soortgenoten door de mens worden gestroopt. Voor zijn broeder- en zusterzeeberen gaat hij op zoek naar een plek waar geen mensen wonen. Wanneer hij terugkeert met het goede nieuws dat hij die gevonden heeft, gelooft niemand hem. De witte zeebeer is ziedend. In plaats van ze aan hun lot over te laten, begint hij een gevecht in de hoop op erkenning en waardering voor zijn pogingen een veiliger oord te vinden.

Het gevecht om erkenning en waardering vormt de rode draad in alle verhalen van De jungleboeken. Zo hunkert een tamme mangoeste naar liefde van de vrouw des huizes, een olifantentemmer vindt bevestiging van zijn bestaan bij dansende olifanten, cavaleriedieren gehoorzamen rücksichtslos hun soldaten.

Ook Mowgli zoekt erkenning, ook omdat hij telkens vreest uitgestoten te worden. Dat begint al vroeg wanneer hij als baby bij de wolven belandt en dan vrij snel terugkeert naar de mensen omdat hij door de jungledieren wordt uitgestoten. Maar de mensen zien hem als een duivelskind, en ook zij verjagen hem weer. Mowgli keert terug naar de jungle, maar vindt daar zijn draai niet meer – al heeft hij er trouwe vrienden als Baloe (die helemaal geen lieve dikzak is, maar de lessen van de jungle er hardhandig in slaat), Bagheera de panter, enkele wolven en Kaa de slang (die niet aan hypnose doet zoals bij Disney). Allemaal weten ze dat Mowgli ooit zal terugkeren naar waar hij vandaan komt, domweg omdat hij een mens is en dieren hem daarom niet in de ogen durven te kijken.

Behoorlijk gewelddadig

De verhalen zijn behoorlijk gewelddadig. Beesten eten elkaar op, Mowgli moordt dat het een aard heeft en martelt de tijger Shere Kahn. Niet voor niets noemt Midas Dekkers De jungleboeken in zijn voorwoord bij de Nederlandse uitgave ‘het Oude Testament van de Natuur’.

Kipling verliet India toen hij tweeënhalf was, en vertrok met zijn moeder en zusje naar Engeland. Hij en zijn zusje stonden bekend als verwend en onuitstaanbaar. Toen Kipling zes was vertrok zijn moeder weer naar India, naar haar man. Haar kroost liet ze achter bij een militair en diens vrouw, die niet erg dol was op de kinderen. Het rietje moest Rudyard discipline bijbrengen, omdat hij niet wilde lezen. Bovendien kon hij slecht zien.

In 1882 ging hij naar India terug, waar hij journalist wilde worden, maar daarvoor was Britse erkenning onmisbaar dus ging hij weer naar Engeland, waar hij trouwde. In 1907 won hij de Nobelprijs voor Literatuur.

Al tijdens Kiplings leven was er naast bewondering ook veel kritiek op De jungleboeken. Zo vroeg in 1900 een criticus zich af: „Hoe is het mogelijk dat iemand die er zo’n minderwaardige geest op nahoudt en er zo’n barbaarse vorm voor heeft gevonden, nog steeds zó populair is?”

De jungleboeken hebben de reputatie gekregen het product te zijn van een koloniale geest. Tegenstanders van zijn werk noemden Kipling een imperialist, een racist en om zijn grote liefde voor techniek ook een fascist. De jungleboeken, waarin de mens zijn wil oplegt aan de dieren, werden al snel gekoppeld aan de Brit die zijn wil oplegde aan India.

En dus werden de Mowgli-verhalen gezien als een verwerking van de eerste Indiase opstand in 1857, waarbij de Sepoy, Indiase hulptroepen, in opstand kwamen tegen het Britse leger. De uitkomst in het boek klopt met de historische feiten: de Brit (Mowgli) die zijn tegenstanders onder de duim krijgt door marteling en uiteindelijk moord.

Blanke arrogantie

Dat alle dieren behoren tot het Vrije Volk, behalve dan de apen vanwege hun wetteloosheid, was eveneens voer voor interpretatoren. De apen zouden staan voor zwarte slaven – te dom om erbij te horen, terwijl ze dat best wel willen. Die visie werd gevoed door de wending die Disney eraan gaf: in de Disneyfilm praten de apen, en vooral koning Louis, met een vet accent en spelen veel jazzmuziek.

Er zijn boeken vol geschreven over de manier waarop Kipling de kolonisatie zou idealiseren. De spontane, luie, slimme, brutale, immorele, kinderachtige beesten uit de verhalen, zouden het beeld weerspiegelen dat Kipling van India heeft. En dan heb je als bedenker van ‘The White Men’s Burden’ – Kiplings gedicht dat symbool staat voor blanke arrogantie tegenover gekoloniseerde gebieden – inderdaad slechte papieren.

Eigenlijk is dat jammer, want deze theorieën doen de dierenverhalen – vooral in het eerste Jungle Book, met de zeebeer en de mangoeste – tekort. Alle personages verlangen naar wat waardering, en als het kan ook een beetje liefde waardoor ze aandoenlijk zijn en soms een beetje tragisch. De beesten doen, net als Mowgli, zo verdomd hard hun best om ergens bij te horen, zoals Kipling die gelukkig was in India en de Verenigde Staten, toch steeds bleef terugkeren naar Engeland.

Dat laat onverlet dat de Mowgli-verhalen een imperialistische onderlaag hebben, maar los hiervan zijn De jungleboeken ook gewoon vermakelijk, vol exotische coming of age-verhalen. Dat dat de vertaling daarbij voortreffelijk is en je geen moment denkt een boek te lezen dat honderdtwintig jaar oud is, helpt ook.