Mooie job, burgemeester, maar superkwetsbaar

Burgemeesters worden steeds vaker het slachtoffer van crises, zo zeggen onderzoekers vandaag.

Burgemeester Henri Lenferink van Leiden spreekt met de pers, februari 2014, voor aanvang van een bijeenkomst om burgers te informeren over de komst van pedoseksueel Benno L. Foto Evert Elzinga/ANP

Bananenschillen liggen overal tegenwoordig, als je burgemeester bent. De rol van de burgemeester in de Nederlandse samenleving is rap aan het veranderen. Ze zijn kwetsbaarder dan ooit, worden steeds vaker persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor incidenten in hun gemeente. Ze treden vaker af. Maar het prestige van het ambt neemt tegelijkertijd toe.

Tot die conclusie komen onderzoekers van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in het boek Lessen uit crises en mini-crises 2014. Het is geschreven door Menno van Duin en Vina Wijkhuijs. Het is vandaag uitgereikt aan burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag. In het boek worden, voor het derde jaar op rij, de kleine en grote crises gereconstrueerd die zich tijdens het voorgaande jaar in Nederland voordeden.

Wat voor crisisjaar was 2014 ook alweer? In een notendop: het jaar van de overval op de juwelier in Deurne. De monstertruck in Haaksbergen. De IS-demonstraties in Den Haag. De Sinterklaasintocht in Gouda. De brand in Moerdijk. Brand op de Veluwe. Het protest tegen pedofiel Benno L. in Leiden. En, natuurlijk, het jaar van vlucht MH17.

Maar, concludeert co-auteur Menno van Duin, het was vooral ook het jaar van de burgemeesters. Nooit eerder traden die zo op de voorgrond. „Dat zie je bij uitstek terug in de rol die ze bij deze crises vervulden.”

Fikse kritiek

De burgemeester wordt daar steeds vaker het gezicht van, zoals Van Aartsen toen in de zomer van 2014 in zijn stad werd gedemonstreerd door IS-aanhangers. Hij keerde er voor terug van vakantie, na fikse kritiek om zijn afwezigheid.

„Een jaar of tien geleden was het veel vaker de korpschef van de politie die tekst en uitleg gaf over de veiligheidssituatie”, zegt Van Duin. „Nu schoof Van Aartsen aan bij Pauw.”

Het wordt de ‘burgemeestersparadox’ genoemd: aan de ene kant stijgt de statuur van het ambt, het aanzien en zeg maar gerust de macht die het met zich meebrengt. Maar aan de andere kant voert dat de verwachtingen op, de kritiek, en dat maakt de burgemeester juist weer kwetsbaar.

Tussen 1995 en 2010 zijn vier burgemeesters afgetreden vanwege incidenten met veiligheid. Van 2011 tot nu zijn dat er alweer drie. De nieuwe rol van de burgemeester vereist een ander type vaardigheden van de ambtsdrager, zegt Van Duin: „Die archaïsche burgemeester, zoals je die uit Swiebertje kent, die redt het niet meer. De nieuwe burgemeester is niet alleen burgervader, meer ook de trekker van het maatschappelijk debat.”

Benno L.

Een voorbeeld van goed, modern burgemeesterschap? Dat is, zegt Van Duin, het optreden van Henri Lenferink in Leiden afgelopen jaar. Toen bekend werd dat veroordeeld pedofiel Benno L. in de stad kwam wonen – een beslissing die Lenferink op eigen houtje nam – braken hevige protesten uit. „Maar wat doet Lenferink? Hij stapt op zijn fiets en rijdt gewoon zo die protesterende menigte in.” En hij belooft: „Als het misgaat met Benno L., dan stap ik op.” Dat heeft bijgedragen aan het bezweren van de crisis in zijn gemeente.

Het beteugelen van maatschappelijke onrust is bij uitstek een taak van de burgemeester geworden, en Lenferink omarmde die nieuwe rol. Iets wat burgemeester Hans Gerritsen van Haaksbergen naliet te doen.

Daar reed tijdens een dorpsevenement een monstertruck het publiek in waarbij drie doden en 28 gewonden vielen. De burgemeester verkrampte daarna, zegt Van Duin. „Hij riep na het drama zoiets als: ‘De vergunning is terecht verleend.’ Daarmee verschuilt hij zich achter een soort juridische werkelijkheid, maar daar gaat het al lang niet meer om. Als burgemeester nu moet je accepteren dat jij nou eenmaal het gezicht bent van zo’n crisis. Je moet met de billen bloot.” Gerritsen moest aftreden.

Blikvanger

De burgemeester is de blikvanger voor alles wat zich binnen een gemeente voordoet, zegt Van Duin. „Hoeveel wethouders ken je tegenwoordig nog? Vroeger waren dat prominente, bekende figuren. Maar nu? Ze zijn onzichtbaar. Wethouders zijn een soort superambtenaren geworden.”

De oorzaak voor de verschuivende rol van de burgemeester is zeker ook te vinden in drie recentelijk doorgevoerde decentralisaties: werk, jeugd en maatschappelijke ondersteuning. Er ligt meer op het bord van de gemeente. Dat maakt de positie van de burgemeester kwetsbaarder.

Ook de komst van een Nationale Politie heeft hieraan bijgedragen: „Juist omdat die politie zoveel met zichzelf bezig was, hebben de gemeenten de deskundigheid op het gebied van veiligheid steeds meer naar zich toe getrokken. Als je in Rotterdam wilt weten hoe het met de veiligheidsituatie staat, moet je niet naar de politie toe, de expertise ligt bij de gemeente”, zegt Van Duin. „Kijk in een kleine, veilige gemeente als Capelle aan den IJssel waar ik woon. Daar zijn gewoon véértien mensen die zich met de veiligheid bezighouden.”

Valkuilen

Valkuilen genoeg, maar toch is dit wel degelijk een heel mooie tijd om burgemeester te zijn, zegt Van Duin. „Ik loop al een tijdje mee en ik zie het niveau stijgen. De 380 burgemeesters die Nederland nu kent, zijn slimmere mensen dan ooit. Ze worden beter getraind. Er zijn nu zelfs ‘burgemeestergames’, waarin ze in een computersimulatie getraind worden in beslissingen nemen, bijvoorbeeld over de komst van een asielzoekerscentrum. De verantwoordelijkheid die een burgemeester nu krijgt, de ruimte, het prestige – het is gewoon een veel mooiere baan geworden. Als je tenminste over die bananenschillen weet heen te stappen.”

Correcties en aanvullingen

Van Aartsen

In Mooie job, burgemeester, maar superkwetsbaar (9/11, p. 7) werd gesuggereerd dat de Haagse burgemeester Van Aartsen in de zomer van 2014 vanwege kritiek om zijn afwezigheid terugkwam van vakantie. Dat klopt niet. Van Aartsen bleef juist op zijn vakantieadres ondanks de kritiek.