De Vlaamse moeder van de ongekunstelde speelstijl

Dora van de Groen (1927-2015) was een van de beste Vlaamse actrices en gids voor generaties toneelspeelsters.

Ze heette de „moeder van het Vlaamse theater” te zijn, maar zelf was ze altijd verbaasd over deze aanprijzing. Actrice, toneelpedagoge en filmster Dora van der Groen heeft generaties Vlaamse en ook Nederlandse toneelspelers en regisseurs opgeleid. Afgelopen zondag is Dora van der Groen op 88-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis overleden.

Het was haar overtuiging dat iemand als acteur wordt geboren, dus het acteren kun je niet leren. Het gaat om „waarachtigheid en waarheid”, zoals de pedagoge bij herhaling in interviews benadrukte. Ze werd in Antwerpen geboren in een gezin van Nederlandse afkomst. Haar vader was cellist bij de opera. Als achtjarige volgde ze de muziekopleiding in Merksen waar ze piano en cello studeerde. Op zestienjarige leeftijd besluit ze aan het theater te gaan.

Productiedwang

Dora van der Groen begon haar carrière bij de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen, daarna speelde ze nog bij de Brusselse Koninklijke Vlaamse Schouwburg, de KVS. Al snel werd ze de steractrice van beide gezelschappen, totdat ze plotseling haar vertrek aankondigde. Ze voelde zich onderworpen in een productiedwang en wilde meer diepgang en oprechtheid aan haar spel geven. Een van haar vroege beroemdste rollen is die van van de sensuele Blanche in Tramlijn Begeerte van Tennessee Williams. Haar speelstijl en dictie zijn hevig en rauw. In haar rollen zoekt ze de balans tussen „clowneske intimiteit” en „breedvoerige tragédienne”.

Al snel is ze veelgevraagd filmactrice. In de verfilming van de novelle Het dwaallicht van Willem Elsschot vervult ze de zwijgende rol van mevrouw Laarmans, echtgenote van Laarmans die in de Antwerpse havenwijk een amoureus avontuur najaagt. In Nederland verwierf Van der Groen bekendheid in Dokter Pulder zaait papavers (1975) van Bert Haanstra en vooral dankzij haar indrukwekkende vertolking van de verstandelijk gehandicapte Pauline in Pauline & Paulette (2001) van Lieven Debrauwer.

'Gevaarlijk' theater

In 1992 regisseerde Dora van der Groen op verzoek van Ivo van Hove, destijds artistiek leider van het Zuidelijk Toneel, Thyestes van Hugo Claus met onder andere Jeroen Willems en Hans Kesting. Haar opvattingen over theater dat „gevaarlijk” moet zijn, dat toeschouwers niet onaangedaan mogen bijwonen, kwamen in deze extreem heftige voorstelling tot uiting. Volgens Van der Groen moet theater „een frontale aanval van emoties” zijn. De zogenoemde Vlaamse Golf die in de jaren tachtig het Nederlandse theater overspoelt met een verrassend oprechte, niet gekunstelde speelstijl is vooral te danken aan Van der Groen. Vanaf 1978 was ze artistiek leider van de toneelafdeling van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen, later de Studio Herman Teirlinck.

Haar invloed op regisseurs, acteurs en actrices als Chris Nietvelt, Jan Decleir, Ramsey Nasr, Luk Perceval, Lucas Vandervost, Warre Borgmans en tal van anderen is groot. In een treffende vergelijking omschreef ze acteren eens als skiën: in de stilte van de hoge bergtoppen het gevaar opzoeken. „Net als bij toneelspelen, éven erover en het is helemaal fout”. Haar beroemdste les aan haar leerlingen noemde ze de les van „de vijf P’s”. Acteren moet een toneelspeler doen met als inzet „poëzie, pijn, plezier, perversiteit en persoonlijkheid”. Met het overlijden van Dora van der Groen is het Nederlandse theater een belangrijke inspiratiebron kwijt.