Lachenmann hoogtepunt November Music

Claron McFadden,Tuur Florizoone (accordeon),Michel Massot (trombone),Marine Horbaczewski (cello) Foto Marco Mertens

Een van de leukste onderdelen van November Music is de Kunstmuziekroute. Op zondag kun je kiezen uit tientallen korte concerten en performances in uiteenlopende zaaltjes in de Bosche binnenstad, zoals de preview van Secrets, een nieuwe voorstelling van sopraan Claron McFadden met het Belgische jazztrio van Tuur Florizoone (accordeon), Michel Massot (tuba en trombone) en Marine Horbaczewski (cello). Half uurtje proeven, verder.

Dat is November Music: vijf dagen klinkt in Den Bosch een dwarsdoorsnede van wat er gebeurt in de vooruitstrevende muziek, van pop en improvisatie tot klankinstallaties en gecomponeerd. Behalve veel kleinschalig experiment biedt het festival ook grote producties die onlangs elders ten doop zijn gehouden, zodat het ideaal is om de muzikale actualiteit te peilen.

Een hele festivaldag werd gewijd aan het oeuvre van Helmut Lachenmann, die over enkele weken tachtig wordt maar in Nederland aan een tweede jeugd is begonnen. Zeer gewaagd, meer dan geslaagd. Buitenbeentje Lachenmann kreeg hier nooit echt voet aan de grond en wordt zelden gespeeld, maar een jonge generatie componisten loopt weg met zijn eigenzinnige stukken, die soms raakvlakken vertonen met noise. Er werd met onderarmen op de pianotoetsen gebeukt en met strijkstokken over vioolhout gefluisterd.

Met name Lachenmanns kamermuziek, op hoog niveau uitgevoerd door een keur aan veelal jonge Nederlandse musici, dwong bewondering af, met als gemene deler een directe en harde oppervlakte waaronder telkens magische spectrumsubtiliteiten sluimerden.

Hoogtepunt was het concert van het vermaarde Franse Quatuor Diotima. Dat speelde op uitmuntende wijze twee van Lachenmanns drie strijkkwartetten, met daartussen de wereldpremière van Wilbert Bulsinks eerste Strijkkwartet. De link met Lachenmann lag in de aandacht voor klankdetails en boventonen. De drukke, onscherp wiegende sfeer van het begin keerde uitvergroot terug in de lange ademende noten van de tweede helft, waartegen een eenzame roep schitterend kraste.

De concerten in de Grote Kerk leden onder de lange nagalm van het schip, waardoor het geluid werd dichtgesmeerd. Yannis Kyriakides’ nieuwe orkestwerk Der Komponist, gebaseerd op een geluidsopname van Lachenmanns stem, bleef daardoor nogal een brij, waaruit af en toe woordflarden of voluptueuze melodieën zich losmaakten. Met hetzelfde akoestische probleem kampte Lachenmanns klarinetconcerto Accanto, dat echter door het spectaculaire spel van Nina Janssen-Deinzer naar een hoger plan werd getild.

Het meest extreme stuk van deze editie was het nieuwe, nog titelloze werk dat Jan van de Putte componeerde voor violist Joseph Puglia en elektronica. Uit één viooltoon groeide via simpele glissandi en elektronische vervorming een ijzingwekkend pandemonium waarbij de dolkstootstrijkers uit de douchescène van Psycho verbleekten.

Gelukkig was er voor alle toehoorders nazorg in de vorm van de moderne klassieker Graal Théâtre van Kaija Saariaho, uitgevoerd door Asko|Schönberg met Reinbert de Leeuw. Puglia schitterde wederom als solist in dit verrukkelijke vioolconcert, waarvan veel detail weliswaar verdronk in galm maar de onverwoestbare schoonheid moeiteloos overeind bleef.