Column

„Keer om!”

Schokkend, pijnlijk, ontroerend – ziedaar het indringendste ooggetuigenverslag dat ik tot dusver las over de opvang van vluchtelingen. Ik las het op de website van het blad Die Zeit en het werd geschreven door Alena Jabarine, een journaliste, die als tv-reporter voor de Norddeutscher Rundfunk (NDR) de crisis in de opvang verslaat.

Jabarine is van Duits-Palestijnse afkomst en opgegroeid in Hamburg. Juist door haar achtergrond werd ze opeens gedwongen een rol te spelen die journalisten niet nastreven: die van deelnemer in plaats van waarnemer.

Het gebeurde vorige week in Slovenië. Jabarine maakt opnamen van een groep van 2.000 vluchtelingen die vanuit Kroatië Slovenië is binnengetrokken. Ze worden begeleid door soldaten en politiemensen op weg naar het vluchtelingenkamp Brezice. Het is een tocht van tien kilometer – lang voor bejaarden, kinderen en invaliden die ook tot de karavaan behoren. „Ze drijven ons als vee door de velden”, klaagt iemand.

Bij de nadering van het kamp breekt er paniek uit, omdat vluchtelingen die al in het kamp zijn in luide spreekkoren „Keer om!” naar de nieuwkomers roepen. Zij zitten sinds vier dagen in het kamp opgesloten, zonder verpleging en slaapgelegenheid. Er zouden al kinderen zijn omgekomen. De nieuwkomers aarzelen. Jabarine ziet in de verte honderden vluchtelingen achter de omheining van het kamp staan.

„We willen het Rode Kruis”, roepen enkele nieuwkomers. Anderen proberen om te keren, maar de bewapende Sloveense politie voorkomt dat. De vluchtelingen worden ingesloten tussen politie en kamp, Jabarine krijgt van de commandant te horen: „Spreekt u Arabisch? Zeg dan tegen de mensen dat ze het kamp moeten binnengaan.”

Jabarine brengt het over, maar de vluchtelingen reageren verontwaardigd en angstig – ze durven het niet aan. Ze meldt het de politie, maar de commandant zegt: „Het is een leugen.” Hij verzekert haar dat er wel degelijk eten en drinken is. Jabarine gaat terug naar de vluchtelingen waar de paniek groeit. Ze schreeuwt tegen hen: „Ga meteen zitten! Willen jullie dat het escaleert? Er zijn hier overal kinderen, het wordt gevaarlijk.” „Luister naar die journalist”, wordt er geroepen. Jabarine voelt zich „in een bizarre rol” geplaatst en vraagt zich af: „Zou ik er zelf heengaan?”

Ze merkt dat de meeste vluchtelingen willen omkeren. „Hoe kunnen we een land vertrouwen dat ons met militairen en gemaskerde politiemensen begeleidt”, roepen ze. En: „Zijn we hier in Guantanamo?” Iemand zegt tegen haar: „Ken je die foto van die Hongaarse journaliste die een Syrische vader pootje haakt? Jij bent geen haar beter als je ons niet helpt.”

Met de commandant gaat Jabarine naar de andere kant van de dijk waar het kamp ligt. Ze ziet een zwarte zandvlakte met hekken waarachter vluchtelingen rondhangen en neerhurken. „Een oorlogstafereel middenin Europa.” Ze gaat erheen en ontdekt dat er niets is: geen bedden, geen dekens, zelfs geen eten en drinken. „We kunnen er niets aan doen”, zegt de commandant, „we hadden er 5.000 verwacht en er kwamen er 15.000.”

Jabarine gaat weg en belt een kennis van het VN-vluchtelingenwerk, hij belooft dekens te sturen. Ze keert terug en merkt dat de vluchtelingen met traangas het kamp zijn binnengedreven. Zelf mag ze er niet meer binnen. In haar hand houdt ze de thermoskan met warm water die ze voor een baby zou meenemen.

Frits abrahams