Harde kritiek op zwarte zegsvrouwen, maar ook veel bijval

Heftige reacties op de vrouwen die zich in NRC uitspraken over het „witte privilege”.

Een greep uit de tweets. Ze plegen omgekeerd racisme. Ze zijn belangrijke stemmen in het debat. Ze vervreemden medestanders van zich. En ook: luister vooral naar deze vier toffe vrouwen.

De interviews met vier gekleurde vrouwen afgelopen zaterdag in NRC waren een steen in een vijver. De vrouwen – Anousha Nzume, Mariam el Masiouhi, Arzu Aslan en Seada Noorhussen – spraken over hun missie: het publiekelijk ageren tegen wit als standaard in de Nederlandse samenleving. Tegen ingebakken, witte arrogantie. Ze richtten zich vooral op de progressieve witten die, aldus de vier vrouwen, kleurenblind zijn voor hun eigen bevoorrechte positie. Witte Nederlander, zeggen ze, wees je bewust van dat privilege. En laat bijvoorbeeld de strijd tegen Zwarte Piet aan ons over. Piet moet veranderen omdat wij het willen, niet omdat een ‘helper whitey’ als Sunny Bergman er een film over maakt.

De reacties trekken nog steeds sporen door Twitter en Facebook.

Velen vinden dat de vrouwen hun zwartwitdenken te ver doorvoeren. Alsof alleen zwárten tegen racisme kunnen strijden. „Dat stuk over #blacktwitter zegt veel over dames in kwestie”, twitterde bijvoorbeeld G500-oprichter Sywert van Lienden. „Tegen racisme, maar sluiten mensen buiten op basis van huidskleur.” Journalist Rutger Bregman (De Correspondent): „Hoe kan er sprake zijn van een dialoog als ‘witte mensen’ alleen moeten luisteren? Is het niet juist goed als ze rol spelen in debat?” Publicist Peter Breedveld op zijn blog FrontaalNaakt: „De racismediscussie voer je met zwarte en witte mensen, op gelijkwaardige basis.” En: „Een beetje empathie wil ook weleens helpen.”

Breedveld verzet zich tegen het idee, in het artikel, dat witte mensen „kosteloos tegen racisme” zouden kunnen ageren, en er zelfs aan status mee zouden winnen. Hoe kan het dan zo zijn, schrijft Breedveld, dat hij sinds hij zich publiekelijk uitspreekt tegen racisme, wordt „gestalkt en bedreigd”?

‘Opgevoed in racistische omgeving’

Schrijver Zihni Özdil hekelt de kritiek van de vrouwen op ‘helper whiteys’. Hij postte een zwartwitfoto van blanke mannen die Ruby Bridges begeleidden, de eerste zwarte leerling op een blanke basisschool. „Als het aan sommigen in Nederland had gelegen, waren zij ook fout”, aldus Özdil.

Maar steun voor de vier vrouwen was er net zo goed. Bijvoorbeeld van Volkskrant-journalist Asha ten Broeke. Zij schreef onlangs een uitgebreid artikel over white privilege: „Als we weten dat racisme bestaat en zwarte en bruine mensen benadeelt, dan moet het tegenovergestelde ook waar zijn: omdat racisme bestaat, hebben witte mensen een voordeel.” Een van haar voorbeelden: te laat kunnen komen op een vergadering zonder dat het afstraalt op je ras. Ten Broeke juicht de missie en standpunten van de vier vrouwen toe. „Zoveel om over na te denken” twitterde ze. Ze stoort zich aan de critici die de vrouwen aanvallen op hun activistische toon. „In plaats van nadenken, zie ik een groot deel van de witte mensen (…) schieten in een soort maar-ze-zeiden-het-niet-lief-reflex.” En: „Waarom zou het aan zwarte en bruine vrouwen zijn om een toon te kiezen die witte mensen behaagt?”

Veel tweets verwijzen naar een blogpost van journalist Anja Meulenbelt, die zij al publiceerde op 1 november maar die voor dit debat op maat gesneden lijkt. Roepen dat je tegen racisme bent, en dat je dús deugt, is volgens Meulenbelt niet genoeg. Want, of het nu willen of niet, we zijn „opgevoed in een racistische omgeving” en dragen daar dus „de sporen” van mee. Opgegroeid, allemaal, met „slimme witte Sjors en grappige, domme, krompratende Sjimmie”.

Haar les voor witten die werk willen maken van ongelijkheid op basis van kleur luidt: „Bescheidenheid. Luisteren vooral. Leren, lezen, geïnformeerd raken, je inleven. Niet te snel denken dat je het beter weet. Een stap opzij maken om zwarte mensen aan het woord te laten.”

Haar woorden komen bijna overeen met die van de vier vrouwen zaterdag in NRC: „Mijn ervaring is dat het niet alleen de ‘echte’, openlijke racisten zijn (…) die moeilijk te bereiken zijn, maar juist de witte mannen die zichzelf zo progressief vinden, dat ze er niet tegen kunnen dat ze kritiek krijgen en gedwongen worden wat meer aan zelfreflectie te doen.”