Een vrouwelijke soldaat in de oorlog

Laird Hunt (1968) heeft al vijf romans op zijn naam staan, maar merkwaardig genoeg genereert juist dit boek, over de Amerikaanse Burgeroorlog, voor het eerst aandacht in Europa. Het beschrijft de lotgevallen van een van de soldaten van de Union (zeg maar: de noordelijken), van wie haar vrouwelijke identiteit al in het begin wordt onthuld. ‘Ik was sterk en hij niet, dus was ik het die ten oorlog ging om de Republiek te verdedigen’, onthult Ash (eigenlijk Constance) Thompson in het begin. Die ‘hij’ is haar zachtaardige echtgenoot Bartolomew, die achterblijft op de boerderij.

Volgens schattingen vochten er honderden vrouwelijke soldaten aan beide linies in Amerika’s traumatische Burgeroorlog. Historici hebben hun ervaringen geregistreerd en Hunt heeft daar gebruik van gemaakt in het creëren van een vechtlustige strijder, die haar borsten strak inbindt en haar haar afknipt. Haar geheim wordt ontdekt, en dat levert verregaande vernederingen op, zowel van militaire zijde als in de informele camaraderie van haar bataljon waarvan ze al snel gescheiden wordt.

Hunt laat Ash haar relaas vertellen in een bedrieglijk naïeve stijl waardoor de gruwelijkheden bijna terloops passeren. Maar zijn proza heeft op menige plek een grote poëtische zeggingskracht, met name in de vreedzamer episodes, zoals een aanzet tot een liefdesverhouding – die eindigt in verraad. Uit veel boeken over de Burgeroorlog, zo merkt Ash op, ‘zou je afleiden dat er alleen kapiteins en kolonels en generaals waren […] Het gaat over data zus en veldslagen zo.’ Hoe het er werkelijk uitzag, vanuit de optiek van de soldaat, liet E.L. Doctorow al briljant zien in The March, en Nimmerthuis is daar een bijna even opmerkelijk vervolg op.