Een Romeinse roddelkont

In het laatste deel van Robert Harris’ trilogie over advocaat, politicus en filosoof Marcus Tullius Cicero moordt Julius Caesar half Europa uit, stort de Romeinse Republiek in elkaar en wordt Cicero zelf slordig onthoofd en onthand, waarna die lichaamsdelen aan het spreekgestoelte op het Forum Romanum worden genageld.

Het boek Dictator is een draaikolk van persoonlijke en openbare gebeurtenissen. Het is de verdienste van Harris dat, ondanks de vele feiten en namen, de laatste vijftien tumultueuze jaren van Cicero’s leven slechts sporadisch verwarren.

Net als in de eerste delen Imperium (Cicero klimt van buitenstaander op tot consul) en Lustrum (Cicero weerhoudt Catilina van twee staatsgrepen) behoedt Harris’ beschrijving van Cicero’s privéleven het boek ervoor te verworden tot louter een interessante historische opsomming. Het is hachelijk een trilogie te schrijven over de persoonlijkheid van een historische figuur over wie veel bekend, maar ook veel onbekend is. Cicero heeft een schat aan informatie over zijn denkbeelden en tijd overgeleverd. Toch moest Harris veel verzinnen, zij het in de geest van alles wat hij over en van Cicero las. Waar de grens ligt, is niet duidelijk. Was Cicero echt een roddelkont? Was hij behalve een scherpzinnig redenaar ook ‘ijdel, dubbelhartig, hebzuchtig, naïef’ en een groot liefhebber van vastgoed? Het kost weinig moeite om je door Harris te laten meevoeren.

Meer nog dan Cicero’s slimme redevoeringen zijn het de aangehaalde gedachten uit zijn filosofische werken die doen verlangen naar herlezing van Cicero’s teksten, over bijvoorbeeld vriendschap. Zoals Harris’ ontroerende beschrijving van Cicero’s radeloze verdriet na de dood van dochter Tullia. ‘Alles wat van ons beklijven zal, is wat we opschrijven’, laat Harris de slaaf van Cicero opschrijven. Cicero’s woorden liggen, intelligent gepopulariseerd, na 2.000 jaar in alle boekhandels.

    • Robert Gooijer