Een Chinese handdruk van een minuut

De leiders van China en Taiwan ontmoetten elkaar zaterdag in Singapore. Het begin van een historische toenadering, of spat de Chinese droom straks toch uit elkaar?

Zelfs het rode vlaggetje van autocratisch China en de blauwe vlag van democratisch Taiwan ontbreken in de revers van de twee presidenten die elkaar uiterst vriendelijk aanspreken met „geachte meneer”. Tegen een neutrale, keizerlijk-gele achtergrond in het Singaporese Shangri-La Hotel schudden Xi Jinping en Ma Ying-jeou elkaar ruim een minuut de hand. Gewillig draaien zij naar links en rechts om de bijna duizend fotografen en cameralieden tevreden te stellen.

De handdruk, maken ze duidelijk, is waar het in dit politieke theaterstuk om draait: de handdruk is de hoofdakte. Dat de Taiwanese leider Ma Ying-jeo er ontspannen bij staat laat zich raden. Een mooier slot van zijn presidentiële loopbaan had hij zich niet kunnen wensen. Maar ook Xi laat zich van zijn allervriendelijkste zijde zien. Xi’s charmeoffensief, dat zich uitstrekt van Zuid-Korea, via Taiwan naar Vietnam en Singapore, verrast niet alleen Taiwan, maar heel Oost-Azië, China’s achtertuin.

De vraag is of de symbolische gestes een vervolg krijgen en mogelijk zelfs zullen leiden tot onderhandelingen over hereniging. „Dit is een belangrijk moment in de realisering van de Chinese droom en de Chinese wedergeboorte”, legt historicus Ni Yongjie van het Instituut voor Taiwanese Studies in Shanghai uit. De adviseur van de Communistische Partij van China gebruikt de politieke begrippen die sinds het aantreden van president en partijleider Xi Jinping worden gebruikt en die sinds de opmars van China naar regionale en wereldmachtstatus in zwang zijn geraakt.

„De Chinese droom zal nooit compleet in vervulling gaan als het vasteland en het eiland niet zijn eengemaakt, zoals West- en Oost-Duitsland”, voegt hij eraan toe.

In staat van oorlog

Strikt genomen verkeren de regimes op het vasteland en het eiland, waar Chiang Kai-sheks Guomindang (Nationalistische Partij) in 1949 naartoe vluchtte, in staat van oorlog. Er is nooit officieel vrede gesloten. China beschouwt Taiwan nog steeds als soeverein Chinees grondgebied dat moet worden heroverd, liefst goedschiks, maar als Taiwan zich te onafhankelijk gaat gedragen kwaadschiks. De Taiwanese nationalisten, de politieke nazaten van de generalissimo, hebben de facto al in de jaren tachtig de ambitie om China te heroveren opgegeven. Alleen op papier streven zij nog steeds naar ‘één China’ onder nationalistisch bestuur.

Xi en Ma mijden zorgvuldig de politieke valkuilen en „de tragedies van het verleden” (zoals Xi zei) en lezen speeches voor over de ondeelbare familiebanden, de gedeelde taal, cultuur en geschiedenis en over Chinees bloed dat dikker is dan water.

In Taiwan is alles tot in detail live te volgen, in China is de censuur op volle sterkte in bedrijf. Chinese tv-zenders schakelen over naar de studiopresentator als de Taiwanees Ma het woord neemt; ook zijn chaotische persconferentie wordt niet uitgezonden, en zelfs BBC en CNN springen op zwart als hij sprekend in beeld komt. Daardoor blijven de 1,4 miljard Chinezen verstoken van Ma’s verdediging van de Taiwanese democratie („Beide zijden zouden elkaars manier van leven en elkaars waarden moeten respecteren”) en eveneens van Ma’s kritiek op de op Taiwan gerichte Chinese raketten. Ma’s verzoek om het internationale politieke isolement van Taiwan – het resultaat van zeer effectieve Chinese diplomatie – op te heffen, bleef ook onvermeld.

Nu op het hoogste niveau deze stap is gezet, zullen meer ontmoetingen volgen, verwacht historicus Ni Yongjie. Politieke contacten tussen regeringen, stadsbesturen en politieke instellingen zullen normaal worden. „Het moet net zo gewoon worden als het eten van een kom rijst”, zegt Ni.

Het pad naar economische eenwording is door Ma Ying-jeou al geëffend. De twee economieën raken steeds meer met elkaar vervlochten. Bijna 65 procent van de Taiwanese export gaat naar China. Taiwanese bedrijven, waaronder de fabrikanten van iPhones en iPads, behoren tot de grootste werkgevers in China. Chinese bedrijven krijgen de komende jaren meer toegang tot de Taiwanese markt.

„Het is vanzelfsprekend de bedoeling dat wij op enig moment ook gaan praten over politieke thema’s en over hoe de hereniging vormgegeven moet worden”, zegt Ni, om er meteen aan toe te voegen dat zulke gesprekken „weleens jaren kunnen gaan duren”.

China heeft geduld

China heeft geduld, antwoordt Ni op de vraag of het Xi’s ambitie is om voor het einde van zijn ambtstermijn in 2023 een doorbraak tot stand te hebben gebracht. Hij grijnst. „Ik durf het niet te zeggen. Iedere Chinese leider heeft die ambitie. Hoe sterker wij worden, hoe sneller de hereniging zal gaan. Hoe welvarender wij worden en hoe machtiger ons leger, hoe eerder de eenheid is hersteld”, zegt hij vervolgens.

Alles wijst erop dat Xi de eenwording onder zijn leiding tot stand wil brengen. Hij heeft als partijsecretaris in de provincies Fujian, Zhejiang en Shanghai, die het dichtst bij Taiwan liggen, veel met Taiwanese ondernemers te maken gehad. En hij kent de bedrijfsleiders van enkele van de grootste Taiwanese werkgevers in China persoonlijk.

Sinds de vroegere ‘opperste leider’ Deng Xiaoping voorstelde om China en Taiwan te herenigen onder het concept van ‘één land, twee systemen’ (dat later in Hongkong werd toegepast) zijn voor het China van Xi tal van modellen bespreekbaar. „Er is zelfs al eens een keer gesproken over een federaal model met vergaande autonomie voor Taiwan. Wij zijn bereid Taiwan veel meer rechten te geven dan Hongkong en Macau”, zegt Ni Yongjie.

Urgenter is de vraag of Xi Jinping straks ook bereid is om, na de presidentsverkiezingen in Taiwan in januari, de vermoedelijke opvolger van Ma Ying-jeo te ontmoeten. De belangrijkste kandidaat is de 59-jarige hoogleraar rechten Tsai Ing-wen. Zaterdag waarschuwde ze dat het niet de communisten in China zijn die beslissen en ook niet de vleugellamme president Ma Ying-jeou, maar „de meerderheid van de Taiwanese bevolking”.

„De brug is geslagen voor verdere ontmoetingen met wie dan ook de volgende leider van Taiwan wordt”, zegt hoogleraar Ni, die de aanduiding ‘president’ zorgvuldig vermijdt. De toekomst ziet er volgens hem heel rooskleurig uit. Maar dat lijkt verdacht veel op wensdenken.

Zou Taiwan, met een eigen identiteit en politieke cultuur, ervoor kiezen om onafhankelijk te blijven, en dat ook vast te leggen in de grondwet, dan zijn de rapen in China gaar. Vooral de jonge aanhang van presidentskandidate Tsai Ing-wen, veelal studenten, dringt daarop aan. De relaties met het vasteland zijn zo de belangrijkste inzet geworden van de verkiezingen.

Ni Yongjie, die het denken binnen de Chinese communistische partij verwoordt: „Ik ben ervan overtuigd dat de Taiwanezen op enig moment in de toekomst in meerderheid voor hereniging zullen kiezen, omdat zij zullen inzien dat dat in hun belang is. En het is ook goed dat wij onze militaire kracht versterken, want het kan nodig zijn dat wij onze soevereiniteit en de hereniging van het vasteland en het eiland Taiwan moeten beschermen.”