‘Dit kan echt alleen van Jeroen Bosch zelf zijn’

Koning Filips II hield van ‘De Zeven Hoofdzonden’, met zijn unieke vorm: een beschilderd tafelblad. Natuurlijk is het een El Bosco, zegt men in Spanje.

Pilar Silvar lacht een beetje gemeen als haar wordt gevraagd wat de Spanjaarden nu precies aanspreekt in het werk van de Nederlander Jeroen Bosch. „Die werken kwamen uit Brussel en in die tijd hoorde Vlaanderen gewoon bij Spanje hoor”, zegt de conservator van de Bosch-tentoonstelling die volgend jaar in het Prado Museum in Madrid te zien is. Ze vervolgt haar antwoord op serieuze toon: „De Spaanse koning Felipe II was een zeer groot bewonderaar van El Bosco. De zeven hoofdzonden zijn extra speciaal omdat dit altijd in zijn slaapkamer in El Escorial heeft gestaan. ”

Spanje beschikt over de meeste werken van Bosch. Met dank aan koning Filips II (1527-1598) die aan het einde van de zestiende eeuw vele van diens werken vanuit Brussel naar Spanje liet vervoeren. Zo ook De Zeven Hoofdzonden. Het houten paneel heeft tot 1939 in Filips’ kloosterpaleis buiten Madrid gestaan waarna het is verplaatst naar het Prado Museum. Het is alleen al door zijn vorm een uniek werk. Het is eigenlijk een beschilderd tafelblad. Dagelijks vergapen talloze bezoekers zich boven het werk waarop in het midden een grote cirkel is geschilderd waarin een halfnaakte Christusfiguur is afgebeeld, die wordt omringd door de zeven hoofdzonden geschilderd in allerdaagse tafereeltjes. In vier hoeken van het paneel zijn in vier verschillende cirkels ‘de dood’, ‘het laatste oordeel’, ‘de hel’ en het paradijs afgebeeld. Het Prado ziet dit als één van de topstukken van de Bosch-expositie die eind mei opengaat voor het publiek.

Het Prado was dan ook not amused toen Nederlandse onderzoekers anderhalve week geleden beweerden dat het geen echte Bosch zou zijn. De Zeven Hoofdzonden is anders dan Bosch’ andere werken op populier geschilderd en niet op eikenhout. Daarnaast zou de ondertekening en de verflaag anders zijn dan bij andere werken van Bosch. De Nederlanders konden er „de hand van Bosch niet in vinden.”

Silva is door het onderzoek allerminst van haar stuk gebracht. Ze zegt wel beter te weten. „Laten we voorop stellen dat het heel ingewikkeld is om precies te bepalen of iets echt van Bosch was”, stelt de conservator. „We mogen niet vergeten dat hij in zijn werk een enorme ontwikkeling doormaakte. Hij varieerde juist met van alles. We hebben in tegenstelling tot de Nederlanders heel vaak en nauwkeurig naar het paneel gekeken. Het was een soort prototype waarbij in veel verschillende lagen technisch verfijnde correcties zijn aangebracht. Maar dit is allemaal zo origineel uitgewerkt dat dit alleen maar door Bosch zelf kan zijn gemaakt.”