Dit vindt Robert Vuijsje (disclaimer: man) van Black Twitter

Foto ANP

Allereerst een disclaimer: wat u hierna gaat lezen is geschreven door een man. Nog wel een man met ongeveer dezelfde huidskleur als Arzu Aslan, dus het is doordrenkt van ‘male fragility’ en ‘white privilege’. Al vroegen mijn familieleden zich in de veewagen van Westerbork naar Auschwitz misschien af hoe wit en Hollands ze eigenlijk waren. Ook zou ik zomaar een ‘helper whitey’ kunnen worden genoemd. Zaterdag las ik in NRC Handelsblad dat dit nog erger is dan een hardcore racist.

Om te beginnen mijn bewondering voor de vier dames die zaterdag aan het woord kwamen. Tussen de verhandelingen over Vanity Fair-achtige fotoshoots en welke kleur vereist was om aan dit groepsgesprek te mogen meedoen, of om überhaupt je mond open te doen, begreep ik het volgende: de vier dames hebben in alle gevallen gelijk en wanneer je het, als helper whitey, niet overal mee eens bent komt dat door onbewust racisme en blinde woede over een zwarte vrouw die een mening durft te hebben. Zelfs wanneer je op basis van de argumenten zou kunnen concluderen van niet, hebben de dames dus alsnog gelijk. Ik moest het een paar keer lezen om het te begrijpen, maar het is een briljante vondst waarmee je bij voorbaat iedere discussie hebt gewonnen.

Dan een paar punten van kritiek. Vorig jaar heb ik het gewaagd om een kinderboek te schrijven over Zwarte Piet. Alleen maar stoute kinderen ging over twee jongetjes - de een wit, de ander zwart – die zich wilden verkleden als Piet. Aan het einde van het boek was de conclusie: waarom verkleden we ons niet als kleurenpietjes, die zijn toch veel leuker? Toen het boek werd gepresenteerd, koos ik er bewust voor om het eerste exemplaar uit te reiken aan Angela Groothuizen, als kindervriend onder meer bekend van The Voice Kids. Met die keuze wilde ik benadrukken: dit gaat over ons allemaal, het is niet een soort particulier zwart dingetje. Iedere Nederlander zou moeten willen dat Zwarte Piet een andere kleur krijgt.

Dat is eh, racisme

Sinds zaterdag begrijp ik dat Angela en ik daarmee helemaal verkeerd zaten. Witte Nederlanders die veronderstelden dat ze aan de ‘goede’ kant stonden, nemen de plaats in van een zwarte Nederlander. Sunny Bergman had bij het maken van de documentaire Zwart als roet haar plaats moeten afstaan aan een zwarte maker. Los van de vraag hoe Sunny Bergman dat in de praktijk had moeten doen: om mensen uitsluitend te beoordelen op hun huidskleur en op die basis zelfs over te gaan tot het opleggen van een berufsverbot - dat is eh, racisme. Wanneer het, zoals de dames betogen, niet gaat om het individu, maar om mechanismen en een systeem, zou je kunnen zeggen: waarom moet de huidskleur van een individu dan in alles leidend zijn?

Net zoals aan de andere kant verwarde mensen staan te schreeuwen dat alle asielzoekers moeten oprotten, zo bevinden zich aan deze kant extremisten die niet alleen begaan lijken met het bestrijden van racisme, maar vooral ook met fotoshoots, het verdelen van stoelen aan talkshowtafels en andere shine.

Ten slotte wil ik de dames meegeven: je moet kritiek loskoppelen van jezelf als individu, het is niet persoonlijk bedoeld. En dan ga ik nu weer terug in mijn hok om mijn boek af te maken. Kaaskoppen verschijnt in februari. Deze helper whitey durft daarin te schrijven over de kern van de frictie in het Nederland van nu: zwarte Nederlanders die zo ingeburgerd zijn dat ze hun mond beginnen open te doen en witte Nederlanders die denken: maar dit was toch ons land, jullie moeten je mond houden. Ik ben nog erger dan een hardcore racist.

Lees ook de reacties van andere NRC-lezers en de column van Marcel van Roosmalen: Alleen maar witte mensen

Robert Vuijsje is auteur van Alleen maar nette mensen